Politiek
Politiek
Democratie
"Demos"
=
"Kratein"
=
"Demos"
=
volk
"Kratein"
=
heersen
3 bestuursniveau's in België
3 bestuursniveau's in België
- federaal niveau
- niveau van de gemeenschappen
- niveau van de gewesten
Politieke partijen
Politieke partijen
Opdracht: Elke groep (2-3 leerlingen) krijgt 2 tot 3 partijnamen. Jullie zorgen voor een duidelijk overzicht per partij waarin:
- de partijnaam;
- de partijafkorting;
- de partijlogo en
- partijvertegenwoordiger
te vinden zijn.
Tijd: 15 minuten
Politieke partijen
Stap 1: Open je online word-document en test de chat-functie uit met je groepsleden.
Stap 2: Verdeel de politieke partijen onder je groepsleden.
Stap 3: Informeer je medeleerlingen over je politieke partij. Stel je overzichten voor in maximum 2 minuten.
Stap extra: Ontwerp een slogan voor één van je politieke partijen.
Politieke partijen
Opdracht: Elke groep (2-3 leerlingen) krijgt 2 tot 3 partijnamen. Jullie zorgen voor een duidelijk overzicht per partij waarin:
- de partijnaam;
- de partijafkorting;
- de partijlogo en
- partijvertegenwoordiger
te vinden zijn.
Tijd: 15 minuten
Fractie =
Fractie =
volksvertegenwoordigers of gemeenteraadleden die lid zijn van dezelfde partij
voorbeeld: alle leden één partij in de gemeenteraad
NATIONALISME
"Het zal duidelijk zijn dat nationale trots gemakkelijk kan omslaan in een griezelig soort nationalisme."
NATIONALISME
=
trouw zijn aan eigen staat, natie volk;
eigen land als uitgangspunt
CONSERVATISME
"Ik heb een erg conservatieve vader. Hij wilt niet dat ik afspreek met jongen zonder begeleiding."
CONSERVATISME
=
behoudend; gericht op behouden van maatschappelijke toestanden
LIBERALISME
"De overheid bemoeid zich veel te veel met onze economie. Ik kies daarom om te stemmen op liberalistische partijen."
LIBERALISME
=
vrijheid van het individu
MARXISME
"Internationale vrouwendag ontstond in 1910 vanuit de socialistische beweging, op een ogenblik dat deze groeide en nog een sterke marxistische invloed kende."
MARXISME
=
leer van Karl Marx; samenleving met gelijkheid voor iedereen
SOCIALISME
"Het socialisme is een bevrijdingsideologie met een moeilijke boodschap die vandaag heel wat tegenwind ondervindt. De uitdagingen zijn gekend. Zoals andere ideologieën moet het socialisme reageren op en vorm geven aan grote maatschappelijke veranderingen. "
SOCIALISME
= gelijkheid, sociale rechtvaardigheid en solidariteit; recht op en toegang tot de basisbehoeften
CHRISTENDEMOCRATIE
"De meeste mensen waar ik zondag naar de mis mee ga, stemmen op christendemocratische partijen."
CHRISTENDEMOCRATIE
= baseert zich op de bijbel en en de christelijke traditie
ECOLOGISME
"De ecologische partijen streven naar meer fietspaden in en rond de stad."
ECOLOGISME
=
mens als deel van een groter ecosysteem
Hoe goed ken jij het politiek landschap van België?
links - centrum - rechts
Links
Rechts
gezien als ondemocratisch omdat ze vaak discriminerend zijn op basis van ras, geslacht, afkomst...
conservatief:
maatschappelijkke ordening behouden
gemeenschappelijke eigendom (= iedereen bezit en verdient evenveel)
progressief:
streven naar verandering
communistisch
Links
Rechts
Midden
sp.a
PVDA-PTB
UF
VB
N-VA
ECOLO
Groen
MR
Open Vld
PS
cdH
CD&V