vrijdag les 1 lesplan

vrijdag les 1
1. De dag vandaag: -agenda
                                        -www.dedagvandaag.nl
2. Dictee maken
3. Dictee nakijken
4. het jeugdjournaal


1 / 19
next
Slide 1: Slide
ANT2+Voortgezet speciaal onderwijs

This lesson contains 19 slides, with text slides.

Items in this lesson

vrijdag les 1
1. De dag vandaag: -agenda
                                        -www.dedagvandaag.nl
2. Dictee maken
3. Dictee nakijken
4. het jeugdjournaal


Slide 1 - Slide

vrijdag les 1
1.  Agenda
2. Dictee maken
3. Dictee nakijken
4. Classroom






Slide 2 - Slide

Hoe voel je je vandaag?
ik ben blij
ik ben boos
ik ben moe

ik ben heel blij
ik ben heel boos
ik ben heel moe

Slide 3 - Slide

schrijf
dictee

Slide 4 - Slide

Classroom
Maak de toets

Ben je klaar? 
Ga naar Melkweg en 
luister naar de video.




timer
20:00

Slide 5 - Slide

schrijf de foute woorden 5 x
1. maan
2. raamaa
3. naam
4. vaas
5. zaag
6. kaas
7. aap
8. kaal
9. haak
10. haar
/aa/

Slide 6 - Slide

schrijf de foute woorden 5x
1. peer
2.been
3. been
4. steen
5. zeep
6. weer
7. week
8.geel
9. nee
10. teen

/ee/

Slide 7 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



/ie/

Slide 8 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1.roos
2.rook
3.oor
4.boor
5.boom
6. boot
7.doos
8.kool
9.school
10.oog
/oo/

Slide 9 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1. uur
2. muur
3. vuur
4. buur
5. duur
6. kuur
7. zuur
8. stuur
9. schuur
10. minuut
/uu/

Slide 10 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1. tak
2. mat
3. kat
4. kam
5. kar
6. man
7. pan
8. dak
9. zak
10. lat

/a/

Slide 11 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1. kin
2. dik
3. zit
4. wit
5. min
6. kip
7. vis
8. bril
9. ring
10. ik
/i/

Slide 12 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1. sok
2. rok
3. pot
4. kok
5. sop
6. op
7. pop
8. tol
9. snor
10. bord
/o/

Slide 13 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1. bus
2. kus
3. zus
4. plus
5. rug
6. mug
7. brug
8. put
9. nul
10.muts
/u/

Slide 14 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1. boek
2. doek
3. poes
4. doen
5. koek
6. moer
7. schoen
8. poets
9. boer
10. groen
/oe/

Slide 15 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1.   kuit
2.  tuin
3.  buik
4. buig
5. huis
6. uit
7. schuim
8. muis
9. duim
10 luis
/ui/

Slide 16 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1. deur
2. zeug
3.
4. beurs
5. leun
6. gleuf
7. neus
8. deuk
9. reus
10. breuk

/eu/

Slide 17 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1. klein
2. reis
3. wei
4. geit
5. trein
6. meisje
7. kei
8. plein
9. mei
10. ei



/ei/

Slide 18 - Slide

schrijf
 de foute woorden 
5x



1. zout
2. hout
3. koud
4. touw
5. mouw
6. kous
7. trouw
8. oud
9. bouw
10. woud
/ou/

Slide 19 - Slide