a ä und e i wechsel

a/ ä und e/i wechsel

1 / 16
next
Slide 1: Slide
New lesson editorWoordenschatVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

This lesson contains 16 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 40 min

Items in this lesson

a/ ä und e/i wechsel

Lesdoel:

Aan het einde van de les kun je:


  • uitleggen wat het verschil is tussen zwakke en sterke werkwoorden.

  • weet je wanneer je van klank moet veranderen bij werkwoorden in het Duits.


Herhaling: zwakke werkwoorden

(fe)

ich wohne

du wohnst

er/sie/ es wohnt

wir wohnen

ihr wohnt

Sie/sie wohnen

Vervoegen in het Duits

Bij zwakke werkwoorden kun je het ezelsbruggetje stam + (FE) E-ST-T-EN-T-EN gebruiken om een werkwoord te vervoegen.

Voorbeeld

Wat weet je al over sterke en zwakke werkwoorden in het Duits?

Sterke werkwoorden en zwakke werkwoorden

Sterke werkwoorden veranderen van klank in de stam bij bepaalde vormen. Zwakke werkwoorden blijven hetzelfde.


sterk: lopen - liep

zwak: werken - werkte

klankverandering

slapen - sliep = sterk werkwoord


ich schlafe
du schläfst
er/sie/es schläft
wir schlafen
ihr schlaft
sie/Sie schlafen

a-ä und e-i wechsel

voorbeeld

In de tegenwoordige tijd is het in het Nederlands verder niet veel aan de hand: ik slaap, jij slaapt, hij slaapt etc. In het Duits is dit anders, omdat er in de tegenwoordige tijd ook een klankverandering plaatsvindt. Namelijk in de ‘du’ en ‘er/sie/es’ vorm,

Basisregel klankwissel

De volgende drie klanken veranderen in de ‘du’ en ‘er/sie/es’ vorm:

Lange e = ie [lesen, du liest, er/sie/es liest]
Korte e = i [essen, du isst, er/sie/es isst]
a = ä [fahren, du fährst, er/sie/es fährt]

Ausnahmen!

De meest voorkomende uitzonderingen zijn de werkwoorden: geben -geven, nehmen -nemen, treten -trappen
Deze drie sterke werkwoorden hebben allemaal een lange e in de stam, maar deze klank verandert in een i:
geben – du gibst, er/sie/es gibt
nehmen – du nimmst, er/sie/es nimmt
treten – du trittst, er/sie/es tritt

QUIZ-ZEIT

Slide tekst

Wat is de juiste werkwoordsvorm in onderstaande zin?

Sanne (lesen) am liebsten Blogs

A

lese

B

liest

C

liesen

D

liese

Wat is de juiste werkwoordsvorm in onderstaande zin?

Was (essen) ihr zu Weihnachten?

A

esse

B

isst

C

iesst

D

esst

Wat is de juiste werkwoordsvorm in onderstaande zin?

Der Apfel (fallen) nicht weit vom Baum.

A

fallt

B

fallen

C

fällt

D

falle

Wat is de juiste werkwoordsvorm in onderstaande zin?

(Helfen) du mir morgen bei den Hausaufgaben?

A

helfen

B

helfst

C

hilfst

D

hilfen

Wat is de juiste werkwoordsvorm in onderstaande zin?

Sem (nehmen) morgen sein neues Fahrrad mit.

A

nehmt

B

nimmst

C

nimmt

D

niemt

Lesdoel bereikt

Jij kunt nu:


  • uitleggen wat het verschil is tussen zwakke en sterke werkwoorden.

  • uitleggen wanneer je van klank moet veranderen bij werkwoorden in het Duits.

zelfstandige verwerking

Je krijgt van je docent een werkblad om te checken of je de lesstof hebt begrepen.