a/ ä und e/i wechsel
a/ ä und e/i wechsel
Lesdoel:
Aan het einde van de les kun je:
uitleggen wat het verschil is tussen zwakke en sterke werkwoorden.
weet je wanneer je van klank moet veranderen bij werkwoorden in het Duits.
Herhaling: zwakke werkwoorden
(fe)
ich wohne
du wohnst
er/sie/ es wohnt
wir wohnen
ihr wohnt
Sie/sie wohnen
Vervoegen in het Duits
Bij zwakke werkwoorden kun je het ezelsbruggetje stam + (FE) E-ST-T-EN-T-EN gebruiken om een werkwoord te vervoegen.
Voorbeeld
Wat weet je al over sterke en zwakke werkwoorden in het Duits?
Sterke werkwoorden en zwakke werkwoorden
Sterke werkwoorden veranderen van klank in de stam bij bepaalde vormen. Zwakke werkwoorden blijven hetzelfde.
sterk: lopen - liep
zwak: werken - werkte
klankverandering
slapen - sliep = sterk werkwoord
ich schlafe
du schläfst
er/sie/es schläft
wir schlafen
ihr schlaft
sie/Sie schlafen
a-ä und e-i wechsel
voorbeeld
In de tegenwoordige tijd is het in het Nederlands verder niet veel aan de hand: ik slaap, jij slaapt, hij slaapt etc. In het Duits is dit anders, omdat er in de tegenwoordige tijd ook een klankverandering plaatsvindt. Namelijk in de ‘du’ en ‘er/sie/es’ vorm,
Basisregel klankwissel
De volgende drie klanken veranderen in de ‘du’ en ‘er/sie/es’ vorm:
Lange e = ie [lesen, du liest, er/sie/es liest]
Korte e = i [essen, du isst, er/sie/es isst]
a = ä [fahren, du fährst, er/sie/es fährt]
Ausnahmen!
De meest voorkomende uitzonderingen zijn de werkwoorden: geben -geven, nehmen -nemen, treten -trappen
Deze drie sterke werkwoorden hebben allemaal een lange e in de stam, maar deze klank verandert in een i:
geben – du gibst, er/sie/es gibt
nehmen – du nimmst, er/sie/es nimmt
treten – du trittst, er/sie/es tritt
QUIZ-ZEIT
Slide tekst
Wat is de juiste werkwoordsvorm in onderstaande zin?
Sanne (lesen) am liebsten Blogs
lese
liest
liesen
liese
Wat is de juiste werkwoordsvorm in onderstaande zin?
Was (essen) ihr zu Weihnachten?
esse
isst
iesst
esst
Wat is de juiste werkwoordsvorm in onderstaande zin?
Der Apfel (fallen) nicht weit vom Baum.
fallt
fallen
fällt
falle
Wat is de juiste werkwoordsvorm in onderstaande zin?
(Helfen) du mir morgen bei den Hausaufgaben?
helfen
helfst
hilfst
hilfen
Wat is de juiste werkwoordsvorm in onderstaande zin?
Sem (nehmen) morgen sein neues Fahrrad mit.
nehmt
nimmst
nimmt
niemt
Lesdoel bereikt
Jij kunt nu:
uitleggen wat het verschil is tussen zwakke en sterke werkwoorden.
uitleggen wanneer je van klank moet veranderen bij werkwoorden in het Duits.
zelfstandige verwerking
Je krijgt van je docent een werkblad om te checken of je de lesstof hebt begrepen.