Skills les: intramusculair injecteren
Skills les: intramusculair injecteren
Check in
Slide tekst
Planning
Leerdoelen.
6 j's en uitvoeringsverzoek.
Anatomie theorie.
Korte opdracht .
Injectiegebieden.
Filmpjes Thieme.
Ruimte om aan opdrachten te werken.
Aan het eind van deze les kun je...
Aan het eind van de les heb je kennis over intramusculair injecteren
Aan het eind van de les kan je aantonen dat je intramusculair kan injecteren volgens protocol
Aan het eind van de les kan je medicatie klaar maken volgens de juiste wijze.
Heb je ooit een intramusculaire injectie mee gemaakt of gezien?
Voor je gaat injecteren herhaling !
Uitvoeringsverzoek
● Naam opdrachtgever
● Naam, adres, geboortedatum cliënt
● Naam handeling
● Indicatie handeling
● Frequentie
● Geldigheidsduur verzoek
● Evt specifieke aandachtspunten
● Naam en dosering medicijn
Altijd de 6 j's van toepassing
Slide tekst
Anatomie injecteren
Slide tekst
Wat was subcutaan injecteren ook alweer?
Subcutaan
In het onderhuidse vetweefsel
Dit weefsel is minder doorbloed dan spierweefsel
Langzamere opname
Geschikt voor medicijnen die gelijkmatig en geleidelijk afgegeven moeten worden
(bijv. insuline, bloedverdunners)
Intramusculair
Intramusculair (IM)
In de spierlaag.
Snelle opname door goede doorbloeding van de spier.
Geschikt voor medicijnen die snel moeten werken.
Vaccins (bv. tegen griep)
Pijnstillers
Vitamines (bv. B12)
Injectienaalden (herhaling)
Diverse lengtes en diktes
Gebruik veilige naalden is verplicht
Kleurcodering diameter/dikte (Gauge) van de naald
Voor iedere injectiemethode gebruik je andere lengte en diameter
Lengte is ook afhankelijk van cliënt
Injectienaalden
Welke naald gebruik je wanneer?
Subcutane injecties (SC) (vorige les )
Gebruik dunne naalden: 0,4–0,6 mm.
Deze worden geadviseerd voor loodrechte of huidplooitechniek SC-injecties.
Intramusculaire injecties (IM)
Gebruik een dikkere en langere naald, zodat het medicijn in de spier terechtkomt (1,2 mm, 40 mm).
Het geneesmiddel
Je hebt vloeibare vorm voor injecteren, en poedervorm om op te lossen.
Injectiegebieden (herhaling)
Buik -> rondom de navel (Subcutaan)
Billen (bovenste deel intramusculair )
Buitenkant bovenarm
Bovenbeen ( kan IM/ subcutaan zoals bijv insuline langwerkend)
Hoeveel maximaal IM injecteren
Armspier 1 – 2 ml
Dijbeenspier 1 – 5 ml
Bilspier Max 4 ml
Wat doen bij een prikaccident
Slide tekst
Opdrachten maken Thieme
Daarna? -> praktijk
Pauze
Slide tekst
Filmpjes Thieme
Hoek van 90 graden.
Rangeer techniek
Opdrachten Thieme
Praktijk
Klaarmaken medicatie
Intramusculair injecteren volgens protocol
Leerdoelen/ check out
Aan het eind van de les heb je kennis over intramusculair injecteren
Aan het eind van de les kan je aantonen dat je intramusculair kan injecteren volgens protocol
Aan het eind van de les kan je medicatie klaar maken volgens de juiste wijze.