3.5 Dissimilatie van glucose

.
 Dissimilatie van glucose...
1 / 47
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

This lesson contains 47 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

.
 Dissimilatie van glucose...

Slide 1 - Slide

Planning
Planning en leerdoelen bespreken.
Introductie dissimilatie 
Verwerking

Slide 2 - Slide

3.5 Dissimilatie
  Leerdoelen:
  1.  Je kunt de aerobe dissimilatie van glucose beschrijven
  2. Je kunt de anaerobe dissimilatie van glucose beschrijven.
  3. Je kunt de dissimilatie van eiwitten en vetten beschrijven.

Slide 3 - Slide

Energie in een cel
C6H12O6
&
6 O2
6 H2O
&
6 CO2
energie

Slide 4 - Slide

Energie in een cel => ATP (adenosinetrifosfaat)

ATP (volle batterij) -> ADP (lege batterij) + Pi (fosfaat) + energie
In een cel wordt ADP voortdurend omgezet in ATP
En ATP wordt voortdurend omgezet in ADP

Slide 5 - Slide

ATP maak je in het cytoplasma en in het mitochondrium
  1. Binnenste membraan
  2. Buitenste membraan
  3. Crista (Ruimte als gevolg van plooien in het binnenste membraan)
  4. Matrix; bevat een zeer geconcentreerd mengsel van honderden enzymen, speciale mitochondriale ribosomen, tRNA's, en een aantal kopieën van het mitochondriaal genoom.
ATP maken doe je in 4 stappen...
Mitochondrium
Cytoplasma van de eukaryote cel
Cytoplasma van de eukaryote cel

Slide 6 - Slide

<- 1. glycolyse

<- 2. decarborylering


<- 3. citroenzuurcyclus


<- 4. oxidatieve fosforylering

Slide 7 - Slide

(cytoplasma)
Stap 1
Stap 3
Stap 4
Stap 2
Stap 2 heet de decarboxylering

Slide 8 - Slide

<- 1. glycolyse

<- 2. decarborylering


<- 3. citroenzuurcyclus


<- 4. oxidatieve fosforylering

Slide 9 - Slide

Stap 1: de glycolyse


In het cytoplasma en anaeroob!
  • 1 glucose (C6)
  • 2 ADP + 2Pi
  • 2 NAD+ + 2H+
  • 2 pyruvaat (C3)
  • 2 ATP
  • 2 NADH, H+
heel veel reacties...
glycolyse
pyruvaat wordt opgenomen in het mitochondriën.(actief transport)
Bij het passeren van het NADH,H+ door het mitochondriummembraan wordt 1 ATP gebruikt.

Slide 10 - Slide

Glycolyse. 
Paars = kost ATP
Rood = levert ATP op
Blauw = begin- en eindproduct. 
Plaats: in cytoplasma
Grijs komt later...
Wat is NAD+ en NADH,H+?

Slide 11 - Slide

NAD+ en NADH
Bij een aantal reacties in de aerobe dissimilatie van glucose komen electronen vrij. Die worden opgevangen door NAD+ waarbij NADH,H+ ontstaat.
NADH,H+ kun je ook als een batterij beschouwen die tijdelijk met energie geladen wordt.

Slide 12 - Slide

verwerking deel 1
opdracht 49 t/m 51

Slide 13 - Slide

Dissimilatie van glucose deel 2
Stap 2 decarboxylatie
stap 3 citroenzuurcyclus

Slide 14 - Slide

(cytoplasma)
Stap 1
Stap 3
Stap 4
Stap 2
Stap 2 heet de decarboxylering

Slide 15 - Slide

<- 1. glycolyse

<- 2. decarboxylering


<- 3. citroenzuurcyclus


<- 4. oxidatieve fosforylering

Slide 16 - Slide

Stap 2: decarboxylering 
(BiNaS 68C) 
Per glucosemolecuul wordt de cyclus 2x doorlopen.
Hierdoor ontstaat bij decarboxylering:
  • 2 CO2
  • 2 NADH,H+
  • 2 Acetyl-CoA (C2)

Slide 17 - Slide

Stap 2: decarboxylering 


  • 2 pyruvaat (C3)
  • 2 NAD+ 2H+
  • 2 ATP
  • 2 acetyl-CoA (C2)
  • 2 NADH,H+
  • 2 CO2
  • 2 ADP + 2Pi
decarboxylering
Tijdens de decarboxylering vindt transport plaats van 2 acetyl-CoA naar de matrix van het mitochondrium, dit kost 2 ATP...
(verbinden met acetyl-co-enzym A en afsplitsing van CO2 moleculen)

Slide 18 - Slide

(cytoplasma)
Stap 1
Stap 3
Stap 4
Stap 2
Stap 2 heet de decarboxylering

Slide 19 - Slide

<- 1. glycolyse

<- 2. decarborylering


<- 3. citroenzuurcyclus


<- 4. oxidatieve fosforylering

Slide 20 - Slide

Wat gebeurt er precies tijdens de citroenzuurcyclus en waarom wordt dit proces uitgevoerd? Wat zijn de begin- en eindstoffen?
Startproduct: acetyl CoA
Eindproduct: oxaalazijnzuur. 

Binas 68C

Slide 21 - Slide

Slide 22 - Slide

Stap 3: de citroenzuurcyclus


In de matrix; de ruimte omsloten door het binnenste membraan.
  • 2 acetyl-CoA (2 C2)
  • 2 ADP + 2Pi
  • 6 NAD+ + 6H+
  • 2 FAD + 2H+
  • 4 CO2
  • 2 ATP
  • 6 NADH
  • 2 FADH2
Wat heeft stap 1 tot en met 3 opgeleverd?
heel veel reacties...

Slide 23 - Slide

verwerking deel 1
opdracht 53
timer
10:00

Slide 24 - Slide

<- 1. glycolyse

<- 2. decarborylering


<- 3. citroenzuurcyclus


<- 4. oxidatieve fosforylering

Slide 25 - Slide

(cytoplasma)
Stap 1
Stap 3
Stap 4
Stap 2
Stap 2 heet de decarboxylering
(2)
(2)
(2)
- (2) ATP transportkosten
+ 2 NADH
(6) en (2)
Wat levert stap 4 op?

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Stap 4: de elektronentransportketen en de oxydatieve fosforylering


In matrix / op binnenmembraan / in intermembraanruimte (ruimte tussen buitenste membraan en binnenmembraan)
  • 34 ADP + 2Pi
  • 10 NADH
  • 2 FADH2
  • 6 O2
  • 34 ATP
  • 10 NAD+
  • 2 FAD
  • 6 H2O
heel veel reacties en een stuwdam...
De functies van stap 4: 
  • NADH en FADH2 terugvormen naar NAD+ en FAD
  • De energie uit NADH en FADH2 gebruiken om een H+ gradiënt te vormen en hiermee d.m.v. ATP-synthetase zoveel mogelijk ATP te maken.
 

Slide 32 - Slide

Stuwmeer van H+ (hoge [H+])
Benedenwater 
van H+
(lage [H+])
Stuwdam
H+ turbine
De keten pompt H+ van de matrix naar de binnenmembraanruimte
Via ATP-synthase stroomt H+ weer terug
ATP-synthase produceert ATP
Het verschil in [H+] aan weerszijden van de binnenmembraan heet de chemi-osmotische gradient.
NADH,H+ en FADH2 worden omgezet naar NAD+ en FAD

Slide 33 - Slide

Dissimilatie van glucose deel 3
stap 4 Oxidatieve fosforylering en totale opbrengst
De anaerobe vergisting en opbrengst
Extra animaties en oefenmateriaal

Slide 34 - Slide

Slide 35 - Slide

Oxydatieve fosforylering
Dit proces kan je verdelen in twee stappen:
De eerste stap is de elektronenoverdracht van de NADH+ moleculen en de FADH2 moleculen.
Chemiosmose is de beweging van ionen over een semipermeabele membraangebonden structuur, langs hun elektrochemische gradiënt.

Slide 36 - Slide

Oxydatieve fosforylering
Zuurstof is de uiteindelijke ontvanger van elektronen, die dus gereduceerd wordt naar water. Elektronen uit NADH+ worden doorgegeven aan het eerste membraaneiwit van de elektronen transportketen 

Slide 37 - Slide

Afbraak vetten en eiwitten
 Vetzuren stappen het proces in als Acetyl-CoA en gaan zo de citroenzuurcyclus in.Glycerol wordt omgezet tot Glyceraldehyde-3-P en gaan zo de pyruvaat oxidatie in.

Slide 38 - Slide

Totale ATP-opbrengst: per molecuul glucose worden 24 H+-ionen en 24 elektronen getransporteerd. 
glycolyse: 2 ATP + 2 NADH,H+
decarboxylering: -2 ATP + 2 NADH,H+
citroenzuurcyclus: 2 ATP + 6 NADH,H+ + 2 FADH2

1 NADH,H+ = 3 ATP,        1 FADH2 = 2 ATP

Totaal: 38 ATP uit 1 glucose-molecuul. In de praktijk is dit minder (30-32 ATP) als gevolg van transport van zuren en elektronen.

      2+6=  8
                 6
2+18+4=24
               38
                

Slide 39 - Slide

Dan schakel je over naar anaerobe dissimilatie 
(Grijze deel in BiNaS 68B)
glycolyse
alcoholische gisting
melkzuur gisting
o.a. bij gisten 
o.a. melkzuurbacterien en bij mensen
2 pyruvaat 
+ 2 NADH,H+
+ 2 ATP
1 glucose
+ 2 ADP + 2 Pi
+ 2 NAD+
2 melkzuur + 2 NAD+
2 ethanol
+ 2 NAD+
+ 2 CO2

Slide 40 - Slide

Cellen die hun energie in anaerobe omstandigheden uit vergisting halen moeten NADH,H+ reduceren tot NAD+ omdat anders de glycose. Dit kan door de vorming van ethanol (alcohol)
Toepassingen in bereiding van brood, bier, wijn.

Slide 41 - Slide

Dit proces wordt ook wel fermenteren genoemd. Het gevormde melkzuur verlaagt de pH waardoor voedsel kan worden geconserveerd. Dit proces vindt plaats in bacteriën en wordt ingezet bij de bereiding van kaas, yoghurt en zuurkool.

Slide 42 - Slide

Koolhydraten worden omgezet in monosachariden en kunnen dan de glycose in als glucose of andere monosachariden.

Vetten (triglyceriden) worden afgebroken tot glycerol en 3 vetzuren. Glycerol (de kop) wordt omgezet tot glyceraldehyd-3-fosfaat en kan dan de glycose in. De vetzuren worden in stukjes geknipt van 2 C-atomen (bèta-oxidatie) waardoor ze tot acetyl gelijkende moleculen kunnen worden omgezet waarna ze met CoA reageren en de citroenzuurcyclus in kunnen.

Eiwitten in de darmen afbreken tot aminozuren. De aminegroep (NH2) kan niet worden gedissimileerd en wordt er af gehaald (desaminering) en reageert tot ammoniak (NH3) en wordt in de lever omgezet tot ureum waarna het door de nieren uit het bloed wordt gefilterd. De zuurgroep (COOH) en restgroep bepaalt vervolgens waar het aminozuur instroomt. Kan als pyrodruivenzuur, acetyl-CoA of als een van de organische zuren in de czc.


Er is maar 1 dissimilatie-route (die van glucose)
Alle andere brandstoffen kunnen ergens (zie het plaatje) in de route instromen
Dit maakt deze route superflexibel!

Slide 43 - Slide

Aan de slag
ItsLearning > bronnen > periode 2 
Oefenvragen deel 1 dissimilatie v5 - thema 3 stofwisseling



Slide 44 - Slide

Slide 45 - Link

Slide 46 - Video

Klaarrrr...

Slide 47 - Slide