Semana 39 - Imperativo con pronombres

Metas
En esta clase...

1. ...repaso los pronombres de CD y CI
2. ...repaso el imperativo afirmativo y negativo
3. ...aprendo a usar los pronombres con un verbo en el imperativo afirmativo/negativo


1 / 20
next
Slide 1: Slide
SpaansWOStudiejaar 6

This lesson contains 20 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Metas
En esta clase...

1. ...repaso los pronombres de CD y CI
2. ...repaso el imperativo afirmativo y negativo
3. ...aprendo a usar los pronombres con un verbo en el imperativo afirmativo/negativo


Slide 1 - Slide

Pero, primero: repaso del futuro simple
De futuro simple gebruik je voor aannames en voorspellingen.

Vertaal: 

- Pedro is er niet. Hij zal wel ziek zijn.
- In de toekomst zullen er geen scholen bestaan.


Slide 2 - Slide

Los pronombres

Slide 3 - Slide

Los pronombres

Slide 4 - Slide

El imperativo afirmativo
El imperativo negativo
maar: idos

Slide 5 - Slide

El imperativo afirmativo
maar: idos

Slide 6 - Slide

El imperativo afirmativo
El imperativo negativo
maar: idos

Slide 7 - Slide

Paso a paso
  1. Maak de gebiedende wijs-vorm
  2. + meewerkend voornaamwoord 
  3. + lijdend voornaamwoord 
  4. Moet le/les veranderen in se?
  5. Accent nodig voor klemtoon?
  6. Volgorde
  7. KLAAR

Volg dit stappenplan wanneer je een werkwoord in de bevestigende gebiedende wijs moet zetten, en in deze vorm een meewerkend voorwerp én een lijdend voorwerp moet verwerken.  

Je krijgt dan een lang, samengesteld woord. Je schrijft dus alles aan elkaar! 

Slide 8 - Slide

Paso 5: ¡Pon el acento original!
Basis klemtoonregels:

  • woord eindigt op een klinker of een -n of een -s: klemtoon op de vóórlaatste lettergreep
> chico, sorpresa, hablan, señores
  • woord eindigt op een medeklinker (behalve n/s): klemtoon op de laatste lettergreep
 > ciudad, señor, capital, hablar
  •  woord heeft een geschreven accent: klemtoon op letter(greep) waar het accent op staat
gina, pecula, ratón, reunión

Zorg ervoor dat het accent valt op de oorspronkelijke lettergreep. Dat wil zeggen: de lettergreep waarop de klemtoon zou vallen als je alle voornaamwoorden weghaalt:
> LEVER DE OPDRACHT IN BIJ MIJ > LEVER HET BIJ MIJ IN: Entrega > Entregamelo > Entrégamelo
> ZEG DE WAARHEID TEGEN HEM, ZEG HET HEM: Di > Disela > sela
> GA WEG Ve > ¡Vete! (geen accent nodig!)

Slide 9 - Slide

Deberes 
- estudiad: LT p 150-151 (bloque 2)

- haced y corregid: LE p 8-9 ejs 6,7,8

Slide 10 - Slide

Metas
En esta clase...

1. ....repaso el imperativo con pronombres 
2. ...repaso el subjuntivo


Slide 11 - Slide

tú tienes que ....
dar - el pasaporte - a mí

Slide 12 - Open question

tú tienes que...
sacar - la basura

Slide 13 - Open question

vosotros tenéis que...
sacar - la basura

Slide 14 - Open question

vosotros tenéis que...
escribir - la carta - a nosotros

Slide 15 - Open question

tú tienes que...
comprar - unos regalos - para los niños

Slide 16 - Open question

tú tienes que...
leer - el cuento - a tu hermanito

Slide 17 - Open question

vosotros tenéis que...
entregar - vuestras carpetas - a mí

Slide 18 - Open question

Operación Estrella (LT 18-19)
Escuchamos. Luego, hacemos LT 19/3.

Let op indicativo/subjuntivo!

Slide 19 - Slide

Deberes Huiswerk

- estudiad: LT p 151-152 
- haced y corregid: LE p 10-11 ejs 1,2,3,4a

Slide 20 - Slide