This item has no instructions
F&A lesweek 2.1
This item has no instructions
Lesdoel
3
This item has no instructions
Wat gaan we doen vandaag?
4
This item has no instructions
Plaats bepalende uitdrukkingen
5
Hierbij wordt er altijd uitgegaan van de anatomische stand van het lichaam.
Mediaal
Dichtbij het midden (richting het midden)
Lateraal
Van het midden af gelegen (richting de zijkant)
Proximaal
Naar de romp toe gelegen (richting de aanhechting)
Distaal
Van de romp af gelegen (richting uiteinde)
This item has no instructions
Anatomische stand
6
De anatomische stand is een opgerichte houding met het gezicht naar voren, armen langs het lichaam en handpalmen naar voren, en wordt gebruikt als referentie voor het beschrijven van lichaamsstructuren
This item has no instructions
Anatomische stand
Gezicht naar beneden, armen langs het lichaam.
Gezicht naar voren, armen langs het lichaam en handpalmen naar voren,
Gezicht naar voren, armen langs het lichaam en handpalmen langs zij
Gezicht naar voren, armen langs het lichaam en handpalmen naar beneden
This item has no instructions
Lesson title
Learning objective
This item has no instructions
7
Distaal
Proximaal
Elleboog ligt proximaal ten opzichte van de pols (dus dichter bij de romp).
De bovenarm is proximaal ten opzichte van de onderarm.
De knie ligt … ten op zichten van de voet
Proximaal
Distaal
Lateraal
Mediaal
This item has no instructions
De hand ligt …. ten op zichten van de elleboog
Lateraal
Mediaal
Distaal
Proximaal
This item has no instructions
7
Distaal
Proximaal
This item has no instructions
8
Mediaal
Lateraal
Lateraal
De duim ligt lateraal ten opzichte van de pink (in anatomische houding).
De oren liggen lateraal van de neus.
De schouders liggen lateraal ten opzichte van de borstkas.
Mediaal
De knieën liggen mediaal ten opzichte van de heupen.
De grote teen ligt mediaal ten opzichte van de kleine teen.
De neus ligt mediaal ten opzichte van de ogen.
De kleine teen ligt ….. ten op zichten van de grote teen
Proximaal
Mediaal
Distaal
Lateraal
This item has no instructions
De binnenzijde van de knie ligt ….
Mediaal
Proximaal
Lateraal
Distaal
This item has no instructions
8
Mediaal
Lateraal
This item has no instructions
Plaats bepalende uitdrukkingen
9
Ventraal
Aan de voorzijde van het lichaam gelegen.
Dorsaal
Aan de rugzijde van het lichaam gelegen.
Palmair
Aan de palmzijde van de hand gelegen
Plantair
Aan de voetzoolzijde van de voet gelegen.
This item has no instructions
10
Ventraal (Anterior)
Dorsaal (Posterior)
This item has no instructions
Als iets aan de rug zijde ligt, dan ligt dit aan de … zijde
Dorsaal
Palmair
Ventraal
Plantair
This item has no instructions
10
Ventraal (Anterior)
Dorsaal (Posterior)
This item has no instructions
11
Palmair
Dorsaal
Plantair
Dorsaal
This item has no instructions
De onderkant van de voet is
Palmair
Plantair
Dorsaal
Mediaal
This item has no instructions
Wat gebeurt er in je lichaam als je sport?
13
This item has no instructions
Wat gebeurt er in je lichaam als je sport?
This item has no instructions
Cardiovasculaire systeem
= het circulatie systeem = hart, bloedvaten en longen transport van zuurstof, voedingsstoffen, antilichamen en hormonen.
Het hart
Holle spier
Zo groot als een vuist.
Pompt het bloed door je lichaam (4-5 liter).
2 kamers, 2 boezems, 4 kleppen.
This item has no instructions
Slide titel
Slide tekst
This item has no instructions
Bouw van het hart
15
De boezem = atrium (2x)
Bloed vanuit de holle aders komen in de rechter boezem en de longaders in de linkerboezem.
De kamer = ventrikel (2x)
Bloed vanuit de boezems komen in de kamers en verlaten de kamers via de longslagader of de aorta.
Aorta
Holle ader
longader
longslagader
This item has no instructions
Bouw van het hart
16
Onderste & bovenste holle ader
Bloed komt terug vanaf de organen en weefsel naar de rechter boezem.
Linker & rechter longslagader
Bloed gaat vanuit de rechter kamer naar de longen toe.
Vena cava = Holle ader
This item has no instructions
Bouw van het hart
17
Linker- en rechter longader
Bloed komt terug van de longen naar de linker boezem.
Aorta
Het bloed verlaat het hart via de aorta en gaat naar de hersenen, de organen en weefsel toe.
This item has no instructions
Bouw van het hart
18
AV-kleppen
Zitten tussen de boezems en kamers. Deze kleppen voorkomen dat het bloed vanuit de kamer weer terugstroomt naar de boezem.
Aorta & longslagader klep
Deze kleppen voorkomen dat het bloed terug naar het hart stroomt.
This item has no instructions
Slide tekst
This item has no instructions
Werking van het hart
19
Het autonome zenuwstelsel stuurt o.a. het hartritme aan. Dit gebeurd automatisch door middel van prikkels.
In het hart zit een prikkelgeleidingssysteem.
Deze prikkel begint bij de sinusknoop op de rechterboezem. Hierdoor blijft de hartspier ritmisch samentrekken.
This item has no instructions
Wat is de Functie van het hart?
20
1. Transport van zuurstof en voedingsstoffen
Het hart pompt zuurstofrijk bloed vanuit de longen naar alle organen en spieren, zodat deze kunnen functioneren.
2. Afvoer van afvalstoffen
Zuurstofarm bloed met afvalstoffen (zoals CO₂) wordt teruggepompt naar de longen en nieren, waar deze worden verwijderd.
3. Handhaven van de bloeddruk
Door het pompritme houdt het hart de bloeddruk op peil, zodat het bloed effectief door de bloedvaten kan stromen.
4. Warmteregulatie
De bloedcirculatie helpt bij het verspreiden van warmte door het lichaam, wat belangrijk is voor temperatuurregulatie.
5. Hormoontransport
Via het bloed worden hormonen vervoerd naar verschillende delen van het lichaam om processen te reguleren.
Wat is de functie van het hart?
This item has no instructions
Opdracht het hart
22
This item has no instructions
24
This item has no instructions
25
This item has no instructions
Wat vond je van de lesstof?
This item has no instructions
Exit - ticket
23
This item has no instructions