848
12 oktober
848
12 oktober
Kennismaken
Regels van school (herhalen)
Werken aan je toekomst
Waar denken jullie aan?
Woorden
Toekomst, morgen, volgende week, volgend jaar, over 5 jaar, over 10 jaar.
Ik wil graag, Ik hoop, Ik ga, Ik droom van.
Gelukkig, blij, rijk, gezond, ...
Een baan, een gezin, een huis, …
De droom, het plan
Mijn toekomst
een baan
een opleiding
meer geld verdienen
Nederlands leren
gezond zijn
een eigen huis
meer vrije tijd
kinderen
trouwen
een diploma halen
Kies 3 dingen die belangrijk zijn voor jouw toekomst.
Praat in tweetallen.
Wat wil je?
Waarom?
Wanneer wil je dat?
Ik wil graag ..., want ...
Ik wil dit over ... jaar/maanden.
minute
second
Willen
Ik wil een diploma halen.
Jij wilt een andere baan.
Hij wil graag kok worden.
Wij willen beter Nederlands spreken.
Jullie willen een opleiding volgen.
Zij willen graag trouwen.
Werkblad willen
minute
second