2627 6Vbeco periode 1

2627 6Vbeco periode 1
1 / 34
next
Slide 1: Slide
BedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

This lesson contains 34 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min
Report this lesson

Items in this lesson

2627 6Vbeco periode 1

Slide 1 - Slide

Hoera, we mogen weer....
we mogen weer naar school

Slide 2 - Slide

LessonUp
Per periode 1 LessonUp waarin alle lessen staan opgenomen
Handig als je een les hebt gemist en overzicht aan het einde van de periode

- Inloggen per les (code aan het begin van de les)
- Inloggen in klasomgeving (klascode exfuv)

Slide 3 - Slide

PTA en studiewijzer
 op google classroom
Lesgroepcode fklbu64n

Slide 4 - Slide

LWEO Bedrijfseconomie 
digitale omgeving
leermiddelen
klassencode: NH8HAX

Slide 5 - Slide

week 36 les 1 (1 les deze week)
Huiswerk:
Meenemen lesbrief Het Resultaat 4e druk
Les:
Even opstarten
Uitleg 1.2: De opbrengst van een handelsonderneming
Maken en bespreken opdracht 1.4
Leerdoel:
Je kan de omzet berekenen bij een handelsonderneming
Je kan schakelen tussen verkoopprijs incl. btw, excl. btw en berekenen welk bedrag aan te betalen btw ontstaat bij een gegeven verkoop



Slide 6 - Slide

Even wakker worden
Wat is BTW?
Is BTW een directe of indirecte belasting?
Hoort ontvangen BTW bij de omzet voor de onderneming?
Hoort betaalde BTW ook bij kosten voor de onderneming?
Waar op de balans staat de post 'nog te vorderen BTW'?
Welke verschillende tariefgroepen BTW zijn er?
Wat is het verschil tussen verkoopprijs en consumentenprijs?
Komt BTW terug op de resultatenrekening?
Komt BTW terug op de liquiditeitsrekening?

Slide 7 - Slide

Open bovenstaande link en gebruik de informatie bij het maken van de volgende opdracht

Slide 8 - Slide

0%
9%
21%
paracetamol
pleisters
kauwgom
alcoholvrij bier
wijn
leidingwater
kapper
ballonvaart
zonnepanelen
exportauto
bergen zeeschepen
fiets

Slide 9 - Drag question

iwsjl
21% tarief

Slide 10 - Slide

21% tarief

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Nu maken opdracht 1.4

Slide 14 - Slide

en dan nu...aan het werk!

Slide 15 - Slide

week 37 les 1 
Huiswerk:
Opdracht 1.4
Les:
Case Bureau Next

Leerdoel:
Alle leerdoelen van hoofdstuk 1

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide

verrassing!
Tot slot: presenteer jullie bevindingen

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

week 37 les 2 
Huiswerk:
Opdracht 1.9
Les:
Uitleg 2.1: kosten van grond – en hulp-stoffen
Maken en bespreken opdracht 2.3
Leerdoel:
Je begrijpt het verschil tussen inkoopwaarde van de omzet en inkopen.

Slide 21 - Slide

Wat is het verschil tussen
inkoopwaarde van de omzet en inkopen?

Slide 22 - Slide

inkoopwaarde van de omzet en inkopen
Inkopen: voor welk bedrag je de voorraad hebt ingekocht
(Dit zijn GEEN kosten!)

Inkoopwaarde van de omzet: kosten van de verkochte goederen.

Slide 23 - Slide

inkoopwaarde van de omzet en inkopen
Een handelsonderneming koopt goederen in en probeert deze tegen een hogere prijs te verkopen. 
Door het inkopen van de goederen ontstaat een voorraad; deze voorraad wordt kleiner zodra de goederen verkocht worden. 
Op het moment van verkoop worden volgens het matching principe ook de bijbehorende kosten verwerkt in de administratie. De waarde van de ingekochte goederen welke verkocht worden noemen we de inkoopwaarde van de omzet.




matching principe
kosten moeten worden verwerkt op het moment dat de bijbehorende opbrengst wordt gerealiseerd.

Slide 24 - Slide

Een ondernemer koopt voor € 20.000 goederen in. De helft van deze goederen verkoopt hij voor € 30.000.
Hoeveel bedragen de inkopen?
(antwoord zonder € teken of tekens, bijv. 5600)

Slide 25 - Open question

Een ondernemer koopt voor € 20.000 goederen in. De helft van deze goederen verkoopt hij voor € 30.000.
Hoeveel bedraagt de inkoopwaarde van de omzet?
(antwoord zonder € teken of tekens, bijv. 5600)

Slide 26 - Open question

Een ondernemer koopt voor € 20.000 goederen in. De helft van deze goederen verkoopt hij voor € 30.000.
Hoeveel bedraagt de omzet?
(antwoord zonder € teken of tekens, bijv. 5600)

Slide 27 - Open question

Een ondernemer koopt voor € 20.000 goederen in. De helft van deze goederen verkoopt hij voor € 30.000.
Hoeveel bedraagt de winst?
(antwoord zonder € teken of tekens, bijv. 5600)

Slide 28 - Open question

Een ondernemer koopt voor € 20.000 goederen in. De helft van deze goederen verkoopt hij voor € 30.000.
Met welk bedrag is de voorraad gestegen?
(antwoord zonder € teken of tekens, bijv. 5600)

Slide 29 - Open question

is het mogelijk dat bij een onderneming de inkoopwaarde van de omzet groter is dan de inkopen tijdens een bepaalde periode?
A
ja
B
nee

Slide 30 - Quiz

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Keuzemenu
1. Afmaken opgave Pen en Papier
(Als je een opgave op CSE HAVO niveau wil maken)

2. Maken opgave De Kleine
(Als je een opgave op CSE VWO niveau wil maken)

3. Maken opdracht 2.3 uit je boek
(Als je een taakopgave wil maken)

Slide 33 - Slide

week 38 les 2 
Huiswerk:
Opdracht 2.3
Les:
Uitleg 2.1: kosten van arbeid, duurzame productiemiddelen
Maken en bespreken opdracht 2.7
Uitdelen en toelichting PO examenopgave
Leerdoel:
Je kunt berekeningen maken met loonkosten (per eenheid product) en met afschrijvingskosten op basis van aanschafwaarde

Slide 34 - Slide