1.3 Cellen van dieren en planten

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek en schrift liggen open op: 1.3 blz 21

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en schrift

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

1 / 23
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 1

This lesson contains 23 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Items in this lesson

Verwachtingen vandaag!

  • Mijn boek en schrift liggen open op: 1.3 blz 21

  • Ik heb alleen de benodigde spullen op tafel: Boek, etui en schrift

  • Als ik wat wil zeggen steek ik mijn hand op 

  • Als de docent praat ben ik stil

  • Ik respecteer een ander en zijn eigendommen

Herhalen leerdoelen

  • Je kunt de organisatieniveaus binnen een organisme benoemen en beschrijven.

1.3 Cellen van dieren en planten

Thema 1 Organen en Cellen

Voorkennis

Waar denk je aan bij celkenmerken?

Leerdoelen vandaag

  • Je kunt delen benoemen van dierlijke en plantaardige cellen met hun kenmerken en functies

Dierlijke Cellen

  • Een dierlijke cel bestaat voor het grootste deel uit cytoplasma. Cytoplasma is een stroperige vloeistof van water met veel opgeloste stoffen.

  • Om het cytoplasma ligt een dun vlies: het celmembraan.

  • In het cytoplasma ligt de celkern. De celkern regelt alles wat er in een cel gebeurt.

  • Om de celkern ligt een dun vlies: het kernmembraan.

Plantaardige cellen

Cellen van planten bestaan ook uit:

  • Cytoplasma

  • Een celmembraan

  • Een celkern

  • Kernmembraan

Maar plantencellen hebben nog meer onderdelen: een vacuole en korrels. Ook hebben ze een celwand

Voordoen

Welk onderdeel komt wel voor in een plantaardige cel, maar niet in een dierlijke cel?

A. Celkern
B. Cytoplasma
C. Celwand
D. Celmembraan

C

Zelf oefenen

Noem twee onderdelen die zowel in een dierlijke als in een plantaardige cel voorkomen.

celkern, celmembraan en cytoplasma

Celwand

De celwand is een stevig laagje om de cel heen. Kenmerken zijn:

  • De celwand wordt gemaakt door het cytoplasma van een plantencel.

  • De celwand zorgt voor stevigheid.

  • De celwand is tussencelstof. Dus geen onderdeel van de cel.

De celwanden sluiten niet aan. Hiertussen komen kleine holten voor: Intercellulaire ruimte. Deze zijn gevuld met lucht of water.

Vacuolen

  • In het cytoplasma liggen één of meer vacuolen.

  • Vacuolen zijn blaasjes die gevuld zijn met vocht.

  • Jonge plantencellen hebben meerdere kleine vacuolen.

  • Als de cellen ouder worden, vloeien de kleine vacuolen samen tot één grote vacuole.

Voordoen

Wat is de belangrijkste functie van de celwand?

A. Het regelen van de celactiviteiten.
B. Het opslaan van water.
C. Het geven van stevigheid aan de cel.
D. Het maken van voedingsstoffen.

C

Zelf oefenen

Waarom hebben oudere plantencellen vaak één grote vacuole?

Omdat kleine vacuolen tijdens de groei samensmelten tot één grote vacuole die gevuld is met vocht.

Korrels

In het cytoplasma van plantencellen kunnen korrels voorkomen. Er zijn drie soorten korrels:

  • Bladgroenkorrels

  • Kleurstofkorrels

  • Zetmeelkorrels

Bladgroenkorrels

  • Bladgroenkorrels komen voor in de groene delen van de planten, vooral in de bladeren

  • Door bladgroenkorrels zien planten er groen uit.

  • In bladgroenkorrels vindt fotosynthese plaats

  • Door fotosynthese ontstaat glucose

  • Een plant gebruikt glucose als energiebron

Kleurstofkorrels

Kleurstofkorrels komen voor in de cellen van bloemen en vruchten met een gele, oranje of rode kleur.

Kleurstofkorrels geven bloemen en vruchten hun opvallende kleur.

Korrels kun van het ene type

Overgaan in het andere type

Zetmeelkorrels

  • Zetmeelkorrels zijn kleurloos

  • Ze komen onder andere voor in de cellen van aardappels

  • In zetmeelkorrels is zetmeel opgeslagen.

  • Zetmeel is een belangrijke reservestof voor planten.

Voordoen

Wat is de functie van zetmeelkorrels?

Zetmeelkorrels slaan zetmeel op als reservevoedsel voor de plant.

Zelf oefenen

Welke korrels zorgen ervoor dat fotosynthese kan plaatsvinden?

A. Kleurstofkorrels
B. Zetmeelkorrels
C. Bladgroenkorrels
D. Vacuolen

C

Aan het werk!

Maken: 1.3: 1, 2, 4, 5 en 6

Klaar?

Laten checken bij docent, bij goedkeuring nakijken.

Klaar?  Werk laten zien aan docent.



 


10

minute

00

second

Leerdoelen Checken

  • Je kunt delen benoemen van dierlijke en plantaardige cellen met hun kenmerken en functies