Materie en het deeltjesmodel
Materie en het deeltjesmodel
Open met de centrale vraag van de les: hoe kan onzichtbare materie toch verklaard worden met een model van deeltjes?
Lesdoel
Ik kan uitleggen hoe het deeltjesmodel helpt om aggregatietoestanden, faseovergangen en het verschil tussen fysische en chemische verschijnselen te begrijpen.
This item has no instructions
Video over de leerstof: het deeltjesmodel
This item has no instructions
Video over de leerstof: fase-overgangen
This item has no instructions
Video over de leerstof: zuivere stoffen en mengsels
This item has no instructions
Welke woorden passen volgens jou bij 'deeltjes in materie'?
Gebruik de woordwolk om voorkennis te activeren. Pik enkele woorden eruit zoals vast, water, lucht, bewegen, klein, warmte en laat leerlingen kort toelichten waarom ze dat woord kozen.
Materie is opgebouwd uit deeltjes
Alles om ons heen is materie: lucht, water, metaal, hout, ...
Voorwerpen zijn opgebouwd uit 1 of meerdere verschillende stoffen
Zo is bv het voorwerp knikker gemaakt van de stof glas.
Materie is opgebouwd uit heel kleine deeltjes
Die deeltjes zijn te klein om met het blote oog te zien
Met het deeltjesmodel verklaren we hoe stoffen zich gedragen
Benadruk dat het deeltjesmodel een vereenvoudigd wetenschappelijk model is: het toont niet exact hoe deeltjes eruitzien, maar helpt gedrag van stoffen te verklaren.
Drie aggregatietoestanden
Een stof kan vast, vloeibaar of gasvormig zijn
Het verschil zit niet in de soort deeltjes, maar in hun onderlinge afstand en hoe ze bewegen
Temperatuur beïnvloedt hoe snel deeltjes bewegen waardoor stoffen van toestand kunnen veranderen
Vast
Vloeibaar
Gas
Koppel dit aan herkenbare voorbeelden zoals water, ijs en waterdamp. Vermijd nog detail over elke toestand; dat volgt op de volgende slides.
Hoe deeltjes zich gedragen
Vaste stof
Deeltjes zitten dicht bij elkaar
Ze hebben een vaste plaats
Ze trillen wel
Daarom heeft een vaste stof een eigen vorm
Vloeistof en gas
Vloeistof
Deeltjes zitten nog dicht bij elkaar
Ze kunnen langs elkaar bewegen
Daarom stroomt een vloeistof en heeft het geen eigen vorm
Gas
Deeltjes zitten ver uit elkaar
Ze bewegen snel in alle richtingen
Verduidelijk dat een gas geen eigen vorm of volume heeft, omdat de deeltjes zich vrij verspreiden.
Eén stof, drie toestanden
Water is een goed voorbeeld:
ijs = vaste stof
water = vloeistof
waterdamp = gas
De deeltjes blijven waterdeeltjes, maar hoe dicht ze bij elkaar zitten en hoe ze al dan niet bewegen verschilt.
Leg expliciet uit dat bij een faseverandering geen nieuwe stof ontstaat. Dat onderscheid is later belangrijk bij fysische versus chemische verschijnselen.
Temperatuur en deeltjesbeweging
Als een stof opwarmt, verhoogt de temperatuur en gaan de deeltjes sneller bewegen. Dit komt doordat je bij verwarmen meer thermische energie toevoegt.
Daardoor neemt de gemiddelde afstand tussen deeltjes vaak toe en zal een stof uitzetten.
Bij afkoelen bewegen deeltjes trager en komen ze meestal dichter bij elkaar waardoor een stof kan krimpen.
Dit is de dragende mechanistische slide van de les. Leg de link naar uitzetten en krimpen op de volgende slide.
Thermisch uitzetten en krimpen
Opwarming → deeltjes bewegen sneller → stof zet uit
Afkoeling → deeltjes bewegen trager → stof krimpt
Dit gebeurt bij vaste stoffen, vloeistoffen en gassen
Het effect is meestal het sterkst zichtbaar bij gassen, maar door hitteschade kan bv ook het wegdek beginnen barsten doordat het uitzet door de warmte
Je kunt hier voorbeelden noemen zoals spoorrails, een ballon in warme lucht of een metalen deksel dat losser komt bij opwarming.
Faseovergangen
De temperatuur van een stof bepaalt hoe snel de deeltjes bewegen. Door de temperatuur te veranderen, kan een stof dus ook van toestand veranderen!
Smelten: vast → vloeibaar
Stollen: vloeibaar → vast
Verdampen: vloeibaar → gas
Condenseren: gas → vloeibaar
Sublimeren: vast → gas
Rijpen: gas → vast
Gebruik eenvoudige voorbeelden: ijs smelt, water bevriest, een plas verdampt, dauw condenseert, droogijs sublimeert, rijm ontstaat op koude oppervlakken.
Wat verandert tussen ijs, water en waterdamp?
De naam van de stof
De samenstelling van de waterdeeltjes
De beweging van de deeltjes
Het is niet allemaal materie
Dezelfde stof blijft aanwezig: water. Niet de soort deeltjes verandert, wel hun beweging en onderlinge afstand.
Geef aan om wat voor type faseovergang het gaat:
Kaarsvet wordt vloeibaar
smelten
stollen
condenseren
verdampen
Dezelfde stof blijft aanwezig: water. Niet de soort deeltjes verandert, wel hun beweging en onderlinge afstand.
Geef aan om wat voor type faseovergang het gaat:
Wanneer je uitademt tegen een raam, wordt het raam troebel.
smelten
stollen
condenseren
verdampen
Dezelfde stof blijft aanwezig: water. Niet de soort deeltjes verandert, wel hun beweging en onderlinge afstand.
noteer bij elk deeltjesmodel de juiste toestand
noteer bij elke pijl de naam van de faseovergang
kleur pijlen waarbij toevoegen van warmte nodig is rood
kleur pijlen waarbij wegnemen van warmte nodig is blauw
This item has no instructions
noteer bij elk deeltjesmodel de juiste toestand
noteer bij elke pijl de naam van de faseovergang
kleur pijlen waarbij toevoegen van warmte nodig is rood
kleur pijlen waarbij wegnemen van warmte nodig is blauw
This item has no instructions
Vul de juiste begrippen in
Bij smelten gaat een stof van vast naar vloeibaar. Bij verdampen verandert een vloeistof in gas. Als een gas weer vloeibaar wordt, noem je dat condenseren.
Alle drie de begrippen komen letterlijk van de faseovergangenslide. Let erop dat leerlingen de richting van de overgang mee nadenken.
Wat doen deeltjes als een stof opwarmt?
Verwachte elementen: bij opwarming bewegen deeltjes sneller; de gemiddelde afstand neemt vaak toe; daardoor kan een stof uitzetten of van toestand veranderen.
Waarom zet een stof meestal uit bij opwarming?
Deeltjes krimpen
Deeltjes wegen meer
Deeltjes bewegen sneller
De stof verdwijnt
Koppel terug naar het mechanisme: snellere beweging leidt meestal tot grotere gemiddelde afstand tussen deeltjes.
Zuivere stof of mengsel
Een zuivere stof bestaat uit één soort deeltjes
Een mengsel bevat verschillende soorten deeltjes door elkaar
Op het zicht is dat niet altijd meteen duidelijk
Het verschil wordt helder op deeltjesniveau
Voorbeelden: zuiver water als zuivere stof; lucht of limonade als mengsel.
Deeltjesniveau van stoffen
Alle deeltjes zijn van dezelfde soort
Daarom zijn eigenschappen overal gelijk
Voorbeeld: alleen waterdeeltjes
Zuivere stof
Mengsel
Er zijn meerdere soorten deeltjes aanwezig
Die zitten door elkaar
Voorbeeld: lucht met stikstof-, zuurstof- en andere deeltjes
Je hoeft hier niet in te gaan op scheidingstechnieken; focus op het onderscheid in opbouw.
Atomen en moleculen
Deeltjes kunnen atomen of moleculen zijn.
Atomen zijn bouwstenen van moleculen die op hun beurt bepalen om welke stof het gaat.
Moleculen bestaan uit twee of meer atomen die met elkaar verbonden zijn.
Houd dit bewust kort en oriënterend, zoals gevraagd in de prompt.
Atoomsoorten
Elke atoomsoort heeft een eigen symbool
Voorbeelden:
C = koolstof
H = waterstof
O = zuurstof
Fe = ijzer
Verschillende combinaties van atomen vormen verschillende stoffen
Verbind dit met eerdere voorbeelden: hout bevat onder meer koolstofverbindingen; water bestaat uit waterstof en zuurstof.
De stof water bestaat uit moleculen H2O dat de atomen H en O bevat
Stof
Molecule
Atoom
Atoom
This item has no instructions
Fysisch of chemisch?
Niet elke verandering van materie is hetzelfde.
Soms verandert alleen de toestand of vorm van een stof.
Soms ontstaan er nieuwe stoffen.
Dat verschil noemen we fysische en chemische verschijnselen.
Gebruik de voorbeelden uit de prompt: smelten van ijs tegenover verbranden van hout.
Fysische en chemische verschijnselen
Er ontstaan één of meer nieuwe stoffen
De beginstoffen veranderen van samenstelling
Voorbeelden: hout verbranden, ijzer dat roest, het bakken van een ei, ...
Chemisch verschijnsel
Er ontstaat geen nieuwe stof
Alleen vorm, toestand of verdeling verandert
Voorbeelden: smelten van ijs, water dat verdampt, suiker oplossen
Fysisch verschijnsel
Maak het onderscheid op deeltjesniveau: bij fysisch blijven dezelfde deeltjes aanwezig; bij chemisch worden deeltjes herschikt tot nieuwe stoffen.
Kenmerken van een chemische reactie
Kleurverandering
Gasontwikkeling zoals belletjes of rook
Geurverandering
Soms ook warmte- of lichtontwikkeling
Deze kenmerken zijn aanwijzingen dat er nieuwe stoffen ontstaan die heel nieuwe eigenschappen heeft
Benadruk dat deze signalen aanwijzingen zijn, geen absoluut bewijs op zichzelf. Het kernidee blijft: er ontstaan nieuwe stoffen.
Voorstelling van een chemische reactie
Een chemische reactie kunnen we vaak voorstellen door een reactievergelijking.
In de reactie hieronder eindig je met 2 heel andere stoffen dan waarmee je begon. Dit zie je doordat de atomen andere bindingen zijn aangegaan.
Benadruk dat deze signalen aanwijzingen zijn, geen absoluut bewijs op zichzelf. Het kernidee blijft: er ontstaan nieuwe stoffen.
Vul de juiste woorden in
Bij een fysisch verschijnsel ontstaat geen nieuwe stof. Bij een chemisch verschijnsel ontstaan wel nieuwe stoffen. Een mogelijke aanwijzing is kleurverandering of gasontwikkeling.
De focus ligt op het kernonderscheid: nieuwe stoffen of niet. 'Kleurverandering' komt uit de kenmerken van een chemische reactie.
Wat is een mengsel op deeltjesniveau?
Eén soort deeltjes
Een molecule dat uit verschillende atomen bestaat
Meerdere soorten deeltjes
Enkel losse atomen
Een mengsel bevat verschillende soorten deeltjes door elkaar. 'Nieuwe stoffen samen' kan misleidend zijn, maar is geen goede definitie van een mengsel.
Welke erlenmeyer bevat een zuivere stof?
A
B
C
D
Een mengsel bevat verschillende soorten deeltjes door elkaar. 'Nieuwe stoffen samen' kan misleidend zijn, maar is geen goede definitie van een mengsel.
Vul de juiste begrippen in
Een zuivere stof bestaat uit één soort deeltjes. Een mengsel bevat verschillende soorten deeltjes. Een molecule bestaat uit twee of meer verbonden atomen.
Controleer of leerlingen het onderscheid tussen stofniveau en deeltjesniveau begrijpen.
Welk proces is een chemisch verschijnsel?
IJs smelt
Water verdampt
Suiker lost op
Het zuur worden van melk
Bij hout verbranden ontstaan nieuwe stoffen. De andere opties zijn fysische veranderingen waarbij geen nieuwe stof ontstaat.
Hoeveel moleculen zie je hier afgebeeld?
1
2
3
geen
Bij hout verbranden ontstaan nieuwe stoffen. De andere opties zijn fysische veranderingen waarbij geen nieuwe stof ontstaat.
Hoeveel atomen zie je hier afgebeeld?
1
2
3
geen
Bij hout verbranden ontstaan nieuwe stoffen. De andere opties zijn fysische veranderingen waarbij geen nieuwe stof ontstaat.
Hoeveel hoeveel verschillende soorten atomen bestaat dit molecule?
1
2
3
geen
Bij hout verbranden ontstaan nieuwe stoffen. De andere opties zijn fysische veranderingen waarbij geen nieuwe stof ontstaat.
Wat is één inzicht dat je vandaag hebt geleerd?
Vrije reflectie. Mogelijke antwoorden: onderscheid fysisch/chemisch, faseovergangen, deeltjesbeweging, zuivere stof/mengsel, atomen en moleculen.
Wat hielp jou het meest om dit te begrijpen?
Vrije reflectie over het leerproces. Laat leerlingen concreet worden: voorbeeld, schema, vergelijking, quizvraag of uitleg van de leerkracht.
Hoe zeker voel je je nu over materie en het deeltjesmodel?
This item has no instructions
Begrippenlijst
materie - alles wat massa heeft en ruimte inneemt
deeltjesmodel - model dat materie voorstelt als opgebouwd uit kleine deeltjes
aggregatietoestand - toestand van een stof: vast, vloeibaar of gasvormig
faseovergang - overgang van een stof van de ene toestand naar de andere
fysisch verschijnsel - verandering waarbij geen nieuwe stof ontstaat
chemisch verschijnsel - verandering waarbij één of meer nieuwe stoffen ontstaan
thermisch uitzetten - groter worden van een stof door opwarming
This item has no instructions
Begrippenlijst
krimpen - kleiner worden van een stof door afkoeling
zuivere stof - stof die uit één soort deeltjes bestaat
mengsel - combinatie van verschillende soorten deeltjes
atoom - kleinste bouwsteen van een atoomsoort
molecuul - deeltje dat uit twee of meer verbonden atomen bestaat
sublimeren - overgaan van vast naar gas
rijpen - overgaan van gas naar vast
This item has no instructions