Les 3: H2.3 - De stad uit

1 / 25
next
Slide 1: Slide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

This lesson contains 25 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 70 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Les 3: H2.3 - De stad uit

Slide 2 - Slide

This item has no instructions

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

JdW-kijkwijzer
Lesopbouw:

  1. Vooraf:
    Startklaar, Voorkennis activeren, Formatief Handelen

  2. Instructie:
    Leerdoelgericht werken, Inclusieve didactiek, Concrete en herkenbare voorbeelden, Formatief Handelen

  3. Toepassing:
    Actieve verwerking, Formatief handelen 

  4. Evaluatie:
    Afsluiting

Slide 4 - Slide

This item has no instructions

              Startklaar
  • Op je plek zitten 
  • Telefoon in het Zakkie in het Bakkie
  • Jas over de stoel, oortjes in de tas, tas op de grond
  • Schoolspullen op tafel: laptop, leerboek, werkboek, JDW-map, etui
timer
3:00

Slide 5 - Slide

1. Startklaar
Bij de start van iedere les verwelkomt de docent de leerlingen bij de ingang van de deur, noemt leerlingen bij naam, maakt oogcontact en besteedt aandacht aan hun welbevinden. De docent geeft het goede voorbeeld en spreekt hoge verwachtingen uit voor het verloop van de les door succescriteria op gewenst gedrag, schooltaal en effectief leren te benoemen. De leerlingen zijn startklaar: ingelogd in LessonUp, telefoons opgeborgen in het Zakkie, en JdW-map op tafel.
Lesplanning
  • Inleiding
  • Voorkennis
  • Leerdoelen
  • Instructie
  • Verwerkingsopdracht
  • Afsluiting

Slide 6 - Slide

This item has no instructions

Inleiding
Deze les gaan we de vorige lesstof herhalen en beginnen we met H2.3: De stad uit. 

Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Hoe is een stad opgebouwd?

Slide 8 - Mind map

2. Voorkennis activeren
De docent activeert relevante voorkennis aan de hand van een terugblik-opdracht, waarbij eventueel een beroep op de thuistalen wordt gedaan. Op deze manier biedt de docent een kapstok om nieuwe stof te verbinden aan de eerder geleerde stof en richting te geven aan het verdere verloop van de les. Tegelijkertijd worden hiermee misconcepties van leerlingen zichtbaar gemaakt, waar de docent vervolgens gericht op in kan spelen. 
           Leerdoelen
Aan het einde van de les...
  • weet je wat vestigingsredenen en vertrekredenen betekenen;
  • kun je verschillende voorbeelden hierbij noemen; 

Slide 9 - Slide

3. Leerdoelgericht werken
De docent geeft het onderwerp, RTTI geformuleerde leerdoelen en de lesopbouw aan. De docent weet de leerdoelen goed te laten aansluiten bij de voorkennis en het (taal)niveau van de leerlingen. Gedurende de les wordt continu een terugkoppeling naar de leerdoelen gemaakt om de mate van beheersing te controleren.   
           Aan de slag
H2.3: De stad uit
Deze paragraaf gaat over redenen om je ergens te vestigen of te vertrekken.

  • Maak opdracht 1 in je werkboek op bladzijde 41
  • Gebruik hierbij leerboek op bladzijde 24 en 25
  • 5 minuten de tijd voor
  • Werk in stilte

Slide 10 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
Wat kan een
reden zijn om in een dorp te wonen?

Slide 11 - Open question

This item has no instructions

Wat kan een reden
zijn om in een stad te wonen?

Slide 12 - Open question

This item has no instructions

           Instructie
Je kunt een reden hebben om ergens te wonen én een reden hebben om ergens weg te gaan.

Vertrekreden= een reden waarom iemand uit een plaats of gebied verhuist;
Vestigingsreden= een reden waarom iemand naar een plaats of gebied verhuist;  

Slide 13 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden

Slide 14 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Wat kan een reden zijn om ergens te vertrekken?

Slide 15 - Mind map

This item has no instructions

           Aan de slag
  • Maak opdracht 2 in je werkboek op bladzijde 41 en 42
  • Gebruik je leerboek bladzijde 24 en 25 
  • 7 minuten de tijd voor
  • Je werkt in stilte

Klaar: maak opdracht 8 in je werkboek op bladzijde 45 

Slide 16 - Slide

6. Actieve verwerking
De docent maakt expliciet hoe de leerstof actief verwerkt dient te worden. De docent start met modelleren en laat leerlingen vervolgens actief inoefenen. Volgens het 'ik-wij-jullie/jij-wij' principe wordt de ondersteuning geleidelijk afgebouwd. Er wordt gevarieerd in oefentypes en het leerproces wordt zichtbaar gemaakt, bijvoorbeeld met hardop denken opdrachten. Effectieve leerstrategieën zoals zelftesten, gespreid leren, schema’s maken, en samenvatten volgens de Cornell-methode worden expliciet aangeleerd. Dit herkneden van de lesstof helpt bij het bewerken van het lange termijn geheugen
           Instructie
Mobiliteit= de mogelijkheid die mensen hebben om zich te verplaatsen.


Na 1900: grotere afstanden door komst tram en trein
  • rijke stedelingen naar plaatsen als Bussum en Hilversum
  • arme arbeiders juist naar grote steden door gebrek aan werk op het platteland

Slide 17 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
Wat zie je allemaal?

Slide 18 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
           Instructie
Forens= iemand die in een andere plaats werkt dan waar hij woont.
  • mensen die de stad uit verhuisden, bleven daar vaak wel werken


Bereikbaarheid= het gemak waarmee je op een bepaalde plaats kunt komen




Slide 19 - Slide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.


           Voorbeelden
Voorbeeld van een forens:

Woont in Rotterdam             Werkt in Den Haag             Reist elke dag                                                                                                  met de auto of de                                                                                              trein

Slide 20 - Slide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Wat doen mensen in het weekend, om te ontspannen?

Slide 21 - Mind map

This item has no instructions

Recreatie = het besteden 
van vrije tijd buiten je eigen huis.

Slide 22 - Slide

This item has no instructions

           Afsluiting
Schrijf in je eigen woorden op wat je nu hebt geleerd deze les.
Gebruik de onderstaande begrippen en leg deze ook uit!

Vestigingsreden, vertrekreden, suburbanisatie, forens, mobiliteit, bereikbaarheid, recreatie

Slide 23 - Slide

8. Afsluiting
De docent controleert in de slotfase van de les of de leerdoelen door alle leerlingen behaald zijn en plaatst de les in de context van de betreffende periode. De docent evalueert samen met de leerlingen het leren en het gedrag en blikt vooruit aan de hand van de JdW-planner. 

           Begrippen
           uit deze les
  • Vestigingsreden
  • Vertrekreden
  • Suburbanisatie
  • Forens
  • Mobiliteit
  • Bereikbaarheid
  • Recreatie

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Eindslide.

Ik woon liever in dezelfde stad als waar ik werk

of

Ik wil in een andere stad wonen dan werken

Slide 25 - Slide

This item has no instructions