BOA Hfstk 4 deel 2 De politie

De politie
BOA hoofdstuk 4 deel 2
1 / 13
next
Slide 1: Slide
BeveiligingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 13 slides, with interactive quiz, text slides and 1 video.

Report this lesson

Items in this lesson

De politie
BOA hoofdstuk 4 deel 2

Slide 1 - Slide

Lesdoelen 
- wat het geweldsmonopolie betekend
- voorwaarden voor het gebruik van geweld
- weten wat proportionaliteit betekend
- weten wat subsidiariteit betekend
- weten wat rechtmatig betekend
- weten wat de politiebevoegdheden zijn

Slide 2 - Slide

Even kijken wat jullie nog weten....

Slide 3 - Slide

Wetskennis
- geweld = 

"elke dwangmatige kracht van meer dan geringe betekenis uitgeoefend op personen of zaken"

- politie mag geweld gebruiken in de rechtmatige uiitoefening
(Politiewet 2012)
geweldsmonopolie

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Wetskennis
De volgende voorwaarden MOETEN altijd worden afgewogen:

- geweld is proportioneel
- geweld is subsidiair
- geweld is rechtmatig
voorwaarden voor gebruik geweld

Slide 6 - Slide

Wetskennis
- proportioneel betekend dat:

- het gebruikte geweld "evenredig" moet zijn.
- het dus niet buitensporig mag zijn

(niet bij een duwtje iemand in zijn been schieten)
proportionaliteitsbeginsel

Slide 7 - Slide

Wetskennis
Subsidiariteit betekend dat:

- het doel niet op een andere wijze bereikt kan worden

(niet een deur eruit trappen als je ook de deurbel kunt gebruiken)

subsidiariteitsbeginsel

Slide 8 - Slide

Wetskennis
rechtmatig betekend:

- volgens de wet 
en
- volgens de geldende rechtsregels

rechtmatig

Slide 9 - Slide

Wetskennis
Alleen de volgende personen mogen geweld gebruiken:

- ambtenaren van politie aangesteld voor de politietaak
- BOA's met een aantekening op akte van beëdiging

geweld gebruiken

Slide 10 - Slide

Wetskennis
- Staat op de akte van beëdiging
- Jaarlijks toetsen anders vervalt het (RTGB)
- Veiligheidsfouillering
- Vervoersfouillering
- Identiteitsfouillering



Politiebevoegdheden

Slide 11 - Slide

Wetskennis
Zoek op wat de belangrijkste voorwaarden zijn van:
- de veiligheidsfouillering
- vervoersfouillering

schrijf deze voor beide fouilleringen op



Groepsopdracht

Slide 12 - Slide

Wat heb jij deze les geleerd?

Slide 13 - Open question