Wetenschappelijke notatie oefenen

Schrijf als wetenschappelijke notatie
45600
A
4,56103
B
4,7104
C
4,6104
D
4,6103
1 / 18
next
Slide 1: Quiz
WiskundeMiddelbare schoolmavo, havoLeerjaar 2-4

This lesson contains 18 slides, with interactive quizzes.

time-iconLesson duration is: 30 min

Items in this lesson

Schrijf als wetenschappelijke notatie
45600
A
4,56103
B
4,7104
C
4,6104
D
4,6103

Slide 1 - Quiz

Welke getallen zijn geen wetenschappelijke notatie?
A
3,4108
B
0,9104
C
2105
D
12105

Slide 2 - Quiz

Schrijf in wetenschappelijke notatie
735 x 10³
A
735000
B
73,5 x 10²
C
7,35 X 10⁵
D
735

Slide 3 - Quiz

Schrijf het volgende getal voluit:
23,6 miljard
A
23.600.000
B
236.000.000
C
23.600.000.000
D
236.000.000.000

Slide 4 - Quiz

In de plaats Candi wonen 1,2 miljoen mensen. Hoe schrijf je dit getal voluit?
A
120.000
B
120.000.000
C
1.200.000.000
D
1.200.000

Slide 5 - Quiz

Bereken x in de verhoudingstabel hiernaast.
A
x = 28
B
2x = 28
C
x = 14
D
x = 56

Slide 6 - Quiz


Op 28 oktober 2013 trok een zware storm over Nederland.

Er zijn toen windstoten gemeten van 2280 meter per minuut (m/min).

Hoeveel km per uur is dat?
A
38 km/uur
B
2,28 km/uur
C
136,8 km/uur
D
136 800 km/uur

Slide 7 - Quiz

Hoe laat begint "de BZT show"?
A
half zeven
B
zes uur dertig
C
half acht
D
acht uur dertig

Slide 8 - Quiz

Schrijf onderstaande wetenschappelijke notatie voluit.


A
34500
B
0,0045
C
0,000345
D
0.0000345

Slide 9 - Quiz

Schrijf onderstaande wetenschappelijke notatie voluit
A
35 600 000
B
356 000
C
3 560 000
D
35 600

Slide 10 - Quiz

De familie Visser legt elke seconde 7,7 meter af.

Wat is hun snelheid in km/uur?
A
27 km/uur
B
27,8 km/uur
C
27,5 km/uur
D
27,7 km/uur

Slide 11 - Quiz


4,3 uur = … uur en … minuten
A
4 uur en 30 minuten
B
4 uur en 18 minuten
C
4 uur en 20 minuten
D
4 uur en 3 minuten

Slide 12 - Quiz

Op vrijdag heeft Joris 5 lessen van 75 minuten, plus een huiswerkuur van 50 minuten. In totaal heeft hij 45 minuten pauze. De school begint om 8:15 uur.
Hoe laat is Joris vrij?

A
16:05 uur
B
16:10 uur
C
16:00 uur
D
16:15 uur

Slide 13 - Quiz


90 km/u = … m/s
A
45 m/s
B
9 m/sec
C
30 m/s
D
25 m/s

Slide 14 - Quiz

Een verfmenger maakt 10 liter verf.
Hij mengt twee delen blauw, een deel geel en vijf delen rood.

Hoeveel liter blauwe verf is nodig voor het mengsel van 10 liter.

A
3,0 liter
B
3,5 liter
C
2,5 liter
D
2,0 liter

Slide 15 - Quiz

De wetenschappelijke notatie van
0,02569 is
(^ = tot de macht)
A
2,5 x 10^3
B
2,569 x 10^-2
C
25,69 x 10^-3
D
25,69 x 10^3

Slide 16 - Quiz


Een auto rijdt in 15 seconden met een snelheid van
120 km/uur over een brug.

Hoeveel meter is de lengte van de brug?


A
450 m
B
550 m
C
500 m
D
600 m

Slide 17 - Quiz

Hoeveel seconden is

1 uur, 12 minuten, 21 seconden
A
1101 seconden
B
3693 seconden
C
1341 seconden
D
4341 seconden

Slide 18 - Quiz