TH1H1 PRIJSVORMING BIJ VOLKOMEN CONCURRENTIE

T1H1 PRIJSVORMING BIJ VOLKOMEN CONCURRENTIE
4. Welvaart
1 / 19
next
Slide 1: Slide
EconomietestSecundair onderwijs

This lesson contains 19 slides, with interactive quiz and text slides.

Items in this lesson

T1H1 PRIJSVORMING BIJ VOLKOMEN CONCURRENTIE
4. Welvaart

Slide 1 - Slide

LEERDOELEN
1. Kenmerken van volkomen concurrentie
2. Prijsvorming
3. Prijselasticiteit van V en A
4. Welvaart

Slide 2 - Slide

LESDOELEN
4. Welvaart
     4.1 Consumentensurplus
     4.2 Producentensurplus
     4.3 Welvaartsoptimalisatie

Slide 3 - Slide

Wat heb je nodig?
Cursusblok
Schrijfgerei
Laptop (Excel)
LessonUp

Slide 4 - Slide

Welvaart
HB pg. 20-27
WB pg.  17-18
Bookwidget (zie vakmap)
LessonUp

Slide 5 - Slide

Adam Smith

* Boek: 'An inquiry into the nature and causes of the wealth of nations'
* 'The invisible hand': eigenbelang stuurt consument en producent. Zorgt voor maximale welvaart zonder overheidsinmenging.
= synoniem voor marktmechanisme

Slide 6 - Slide

Welvaart meten
Welvaart = Mate van behoeftevoorziening. Kan iedereen in zijn behoeften voorzien? Zijn er voldoende goederen en diensten ter beschikking? 
Ter info:
* Vraagcurve  = geeft betalingsbereidheid consument weer.
* Aanbodcurve = geeft productiebereidheid (bereidheid tot aanbieden) producent weer.

Slide 7 - Slide

Consumentensurplus
Stel: 'Er is een reep chocolade te koop. Hoeveel geld heb jij daarvoor over? 
(ieder geeft zijn bedrag mee aan de leerkracht en deze noteert deze op het bord)

Slide 8 - Slide

Consumentensurplus
Stel dat de reep te koop is voor €2,00.

Iedereen die bereid was om > €2,00 te betalen deed voordeel, de som van de waarde van alle consumenten die bereid waren om meer te betalen, vormen het consumentensurplus (CS).

Onder vraaglijn en boven prijslijn. Vormt een driehoek. De oppervlakte van deze driehoek uitgedrukt in geldwaarde komt overeen met de waarde van het consumentensurplus.

Slide 9 - Slide

vb. Bereid tot het betalen van €8,00.
Slechts €6,00 betaald.
-> €2,00 voordeel

Slide 10 - Slide

Consumentensurplus berekening
CS = B X H
               2
H = 10 - 5 = 5
B = 10.000
10.000 * 5  = 50.000/2 = 25.000
          2
€10,00
€5,00
10.000

Slide 11 - Slide

Producentensurplus
Stel dat de reep te koop is voor €2,00.

Iedereen die bereid was <€2,00 te ontvangen deed voordeel, ze kregen immers meer. De som van de waarde van alle producenten die bereid waren om minder te ontvangen, vormen het producentensurplus (PS).

Onder prijslijn en boven aanbodcurve. Vormt een driehoek. De oppervlakte van deze driehoek uitgedrukt in geldwaarde komt overeen met de waarde van het producentensurplus (PS).

Slide 12 - Slide

vb. Bereid tot aanbieden aan €4,00.
€6,00 ontvangen.
-> €2,00 voordeel

Slide 13 - Slide

Producentensurplus
PS = B X H
               2
H = 2 - 0 = 2
B = 200
200 * 2 = 400/2 = 200
      2

Slide 14 - Slide

Vilfredo Pareto
* Geen inmenging van de overheid.
* Op markt met volkomen concurrentie ontstaat
automatisch een welvaartsoptimum. 
* De welvaart van de ene kan enkel verbeterd
worden door het verslechteren van de welvaart van
de andere.
* Welvaartsoptimum: Som CS en PS bij volkomen 
concurrentie. Anders ontstaat welvaartsverlies (DWL = 
Dead Weight Loss).

Slide 15 - Slide

Pareto-efficiëntie - welvaartsoptimum
Welvaartsoptimum: 
Pareto-efficiënte punt

Slide 16 - Slide

Welvaartsverlies

Slide 17 - Slide

Maak volgende opdracht
WB pg. 17 - 18
Opdr. 9
Klassikale verbetering/bordboek/Vakmap Smartschool verbetersleutels

Slide 18 - Slide

De totale welvaart is
A
de driehoek boven de vraagcurve en onder de aanbodcurve
B
de driehoek tussen evenwichtsprijs en evenwichtshoeveelheid
C
de driehoek tussen vraagcurve en aanbodcurve
D
minimaal bij het marktevenwicht

Slide 19 - Quiz