Eiwitbinding voor klinisch farmacologen

Farmacokinetiek bij lage eiwitbinding



18 mei 2026, Klinisch Farmacologie Onderwijs

1 / 11
next
Slide 1: Slide
New lesson editorGeneeskundeBeroepsopleiding

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Farmacokinetiek bij lage eiwitbinding



18 mei 2026, Klinisch Farmacologie Onderwijs

Een patient, ESBL+ in VG, krijgt ivm sepsis eci meropenem 3dd 1 gram. Het albumine gehalte daalt van 30 g/L naar 15 g/L. Hoe verandert de vrije fractie, de totale (=gebonden+ongebonden) AUC en de ongebonden AUC? (Vd normaal= 0.4 L/kg, eiwitbinding 2%, t1/2 normaal 1.5 h)

Een patiënt, 80 kg, start met flucloxacilline ivm een Staph aureus bacteremie. Albumine is 15 g/L. Met welk doseerregime start je en waarom? (PK in normale situatie: Vd 0.25 L/kg, eiwitbinding 95%, t1/2 1.5 h)

Een patiënt, 80 kg, start met flucloxacilline ivm een Staph aureus bacteremie, 6 gram/dag continu iv. Albumine is 15 g/L. Hoe verandert de vrije fractie, de totale Css en de ongebonden Css tov normaal albumine? (PK in normale situatie: Vd 0.25 L/kg, eiwitbinding 95%, t1/2 1.5 h)

Is er een consequentie voor de flucloxacilline therapie en waarom? (Patiënt, 80 kg, flucloxacilline 6 g/dag continu iv; PK in normale situatie: Vd 0.25 L/kg, eiwitbinding 95%, t1/2 1.5 h)

Patiënt op de IC krijgt ivm insulten valproinezuur 750 mg 2dd iv. Het albumine is 15 g/L. Je wil een spiegel laten bepalen. Waar moet je dan op letten en waarom? PK in normale situatie: Vd 0.2 L/kg, eiwitbinding 90%, t1/2 12h

Patiënt op de IC krijgt ivm insulten fenytoine 150 mg 2dd iv. Het albumine is 15 g/L. Hoe veranderen vrije fractie, totale AUC en ongebonden AUC tov normaal albumine? PK in normale situatie: Vd 0.65 L/kg, eiwitbinding 90%.

Patient op de IC krijgt ivm insulten fenytoine 150 mg 2dd iv. Het albumine is 15 g/L. Je wil een spiegel laten bepalen. Waar moet je dan op letten en waarom? PK in normale situatie: Vd 0.65 L/kg, eiwitbinding 90%.

Eiwitbinding

  • Vrij fractie = ongebonden concentratie / totale concentratie

  • Bij lineaire binding: vrije fractie constant ongeacht eiwit gehalte

  • Bij verzadigbare eiwitbinding:

    • vrije fractie neemt toe bij laag eiwit gehalte door lagere totale concentratie en onveranderde ongebonden concentratie

    • indien distributie of eliminatie gestoord dan kan ongebonden concentratie toenemen


Eiwitbinding

Alleen klinisch relevant als:

  • eiwitbinding hoog is (>>50%), en

  • eiwitbinding verzadigbaar is (fluclox, ceftriaxon, valproinezuur, fenytoine)

Want bij laag albumine of verdringing uit eiwitbinding:

  • EN verstoorde distributie en/of eliminatie kan de ongebonden concentratie stapelen

  • moet tbv TDM de ongebonden concentratie gemeten worden (totale concentratie niet representatief voor farmacologische actieve ongebonden concentratie)

?