Gezondheid konijnen en knaagdieren

Gezondheid en rassen
Konijn en knaagdier
1 / 35
next
Slide 1: Slide
DierverzorgingMBOStudiejaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Gezondheid en rassen
Konijn en knaagdier

Slide 1 - Slide

Gezondheidskenmerken
Wij leren vandaag...
  • Wat gezondheid is;
  • Welke gezondheidskenmerken er zijn;
  • Welke ziektekenmerken er zijn;
  • Wat ziekteverwekkers zijn.

Slide 2 - Slide

Wanneer is een dier gezond?

Slide 3 - Mind map

Gezondheids- en ziektekenmerken
Bij het controleren van gezondheidskenmerken let je op:

  • huid / vacht / veren;
  • zintuigen en slijmvliezen;
  • gebit;
  • spijsvertering;
  • mest/ ontlasting;
  • hoeven;
  • klauwen en nagels;
  • gedrag;
  • beweging;
  • voedingstoestand;
  • temperatuur;
  • pols;
  • ademfrequentie.

Slide 4 - Slide

Gezondheids- en ziektekenmerken
Afwijkingen

Slide 5 - Slide

Gezondheidscheck
Waar moesten we ook al weer allemaal op letten?
  • huid / vacht / veren;
  • zintuigen en slijmvliezen;
  • gebit;
  • spijsvertering;
  • mest;
  • hoeven;
  • klauwen en nagels;
  • gedrag;
  • beweging;
  • voedingstoestand;
  • temperatuur;
  • pols;
  • ademfrequentie.

Slide 6 - Slide

Gezondheidscheck
Maar ook... PAT waarden

Slide 7 - Slide

Waar kijken we dus naar bij een gezondheidscheck?

Slide 8 - Open question

PAT-waarden





   P = Pols                     A = Ademhaling                     T = Temperatuur

 





Slide 9 - Slide

PAT-waarden

Slide 10 - Slide

Waar staat de afkorting PAT voor?

Slide 11 - Open question

Conditie dier bepalen

Slide 12 - Slide

Conditie dier bepalen
Ondergewicht
Overgewicht

Slide 13 - Slide

Ziekteverwekkers
Twee soorten ziekteverwekkers zijn
  • Bacteriën
  • Virussen

Als een ziekteverwekker je lichaam is binnengedrongen heb je een besmetting / infectie

Ben je na een besmetting ziek dan heb je een infectieziekte

Slide 14 - Slide

Ziekteverwekkers
Ziekteverwekkers
Besmettelijk
Niet besmettelijk
Zoönose

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Video

Je bent besmet als..
A
Je in de buurt van een ziekteverwekker bent geweest.
B
Ziekteverwekkers je lichaam zijn binnengedrongen.
C
Ziekteverwekkers zich in je lichaam vermeerderen.
D
Je symptomen van een ziekte vertoont.

Slide 17 - Quiz

Alle bacteriën en virussen zijn ziekteverwekkers
A
Waar
B
Niet waar

Slide 18 - Quiz

wat is ringworm?
A
een parasiet
B
een bacterie
C
een schimmel
D
een virus

Slide 19 - Quiz


A
Gezond
B
Niet gezond

Slide 20 - Quiz


A
Gezond
B
Niet gezond

Slide 21 - Quiz


A
Gezond
B
Niet gezond

Slide 22 - Quiz

Welke 2 aspecten, die aan het dier zelf waargenomen kunnen worden, geven belangrijke informatie over het welzijn van het dier?
A
Gedrag en gezondheid
B
Eetlust en ontlasting
C
Gewicht en vacht
D
Geen stresssignalen en verwondingen

Slide 23 - Quiz

Van o.a welke factoren is de voedingsbehoefte afhankelijk?
A
leeftijd/groei/geslacht
B
activiteiten
C
gezondheid/ziekte
D
alle antwoorden zijn goed

Slide 24 - Quiz

Micro-organismen


Zijn kleine cellen die je met het blote oog niet kunt zien. Maar zitten overal !

Slide 25 - Slide

Micro-organismen
  • Virussen -> HIV & Corona
  • Bacteriën -> E. coli 
  • Schimmels -> kalknagels/ ringworm
  • Parasieten -> kleine beestjes -> overleven dmv gastheer
  • Prionen -> ziekteverwekkende eiwitten -> hersenschade

Slide 26 - Slide

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Slide 30 - Slide

Slide 31 - Slide

Slide 32 - Slide

Parasieten
Verzamelnaam van organismen die zich voortplanten en groeien ten koste van een gastheer. 


  • Protozoa: beweeglijke eencellige parasieten.  
  • Parasitaire wormen: zoals platwormen, haakwormen en rondwormen. 
  • Geleedpotige parasieten: teken, mijten en vliegen.  Borrelia burgdorferi -> de ziekte van Lyme. 


Slide 33 - Slide

Micro-organismen uitschakelen
Sterilisatie = alle ziektekiemen worden gedood

Desinfectie = Ontsmetten. Micro-organismen zoveel mogelijk doden.

Slide 34 - Slide

Preventieve zorg richt zich op het voorkomen dat mensen ziek worden door middel van maatregelen zoals vaccinaties, gezonde leefstijlen en screenings, terwijl curatieve zorg zich richt op de behandeling en genezing van bestaande ziekten en aandoeningen. Terwijl preventie gericht is op gezonde of pre-symptomatische individuen om gezondheid te bevorderen, handelt curatieve zorg zodra een aandoening zich heeft gemanifesteerd.

Slide 35 - Slide