Drama theorie Mavo 3
Periode 2: Theatervormen
Les 4: Speelstijlen
Vandaag
1. Herhalen speelstijlen
2. Analyseren speelstijlen
3. Zelf onderzoek doen
Leerdoelen
1. T2 - Je kunt non verbale en verbale expressie toepassen op een nieuw voorbeeld (herhaling vorige les)
2. T2 - Je kunt de volgende speelstijlen herkennen en uitleggen: realistisch, absurdistisch, fysiek uitvergroot.
Wat zet een acteur in om een rol te spelen?
Speelstijlen? Wat weet je nog?
Maak een mindmap, daarna wissel uit en vul aan
minute
second
3 speelstijlen mindmaps
minute
second
Speelstijl
De manier waarop gespeeld wordt. Bij verschillende theatervormen horen verschillende speelstijlen. Zo is de speelstijl bij een komedie anders dan bij tragedie.
Speelstijl
De acteur kan emoties via mimiek, houding, beweging en stem in verschillende groottes spelen.
1. Realistisch spel .
2. Absurdistisch spel
3. Fysieke uitvergrote of groteske speelstijl
Kies een speelstijl
1. Kies een speelstijl
2. Bedenk kort hoe je reis naar school was vanmorgen
3. Speel je reis naar school in de door je gekozen speelstijl
minute
second
Expressie:lichaam (non-verbaal) en stem (verbaal)
Expressie= uitdrukken van je gevoel met lichaam & stem
Op 5 manieren met het lichaam (non-verbaal)
Op 7 manieren met de stem (verbaal)
non-
verbaal
(5x)
verbaal
(7x)
beweging
gebaren
handeling
lichaams-houding
mimiek
accent
klemtoon
pauzering
tempo
toonhoogte
volume
woordkeuze
1. Realisme in het theater
Bij realistische theaterstukken worden er scènes uit de werkelijkheid gespeeld. Er vindt een dramatische ontwikkeling plaats bij de personages.
Je ziet fragmenten uit het repetitieproces en de voorstelling "Scenes uit een Huwelijk" van Toneelgroep Amsterdam. Waarom valt dit stuk onder Realisme?
Dit viel onder Realisme, omdat...
De acteurs net als mijn ouders praten.
Ik me kon inleven in de situatie van de spelers
Deze situaties ook in het echte leven voorkomen.
Ik echte tranen en emoties zag.
2. Absurdisme in het theater
Vervreemding in theater
Binnen het Absurdisme zet men bewust vervreemdingseffecten in:
- Gebruik van herhaling en obsessie.
- Een type spelen in een gewone situatie. Gebruik van clownerie en mime.
- Het doorbreken van een gewoonte
- Scènes in andere volgorde
- Tekst en emotie loskoppelen, waardje geen inleving bij de acteurs krijgt.
- Doorbreken van de vierde wand.
- Voorwerpen veranderen van functie
- Muziek en teksten zijn niet kloppend.
Wat is er absurdistisch aan het volgende fragment?
Dit meisje heeft een fantasievriendje, Otto. Ze speelt verstoppertje met hem in een café.
3. Fysieke uitvergrote of groteske speelstijl
Uitvergroting in stem en lichaam
Mister Bean
Je ziet hier een scène uit Mr Bean. Hier komen 6 vragen over:
- Welke emotie zie je bij Mr. Bean, beschrijf zijn mimiek
- Wat is volgens jou de denktekst op dit moment van Mr. Bean
- Mr. Bean is een kind in een volwassen lichaam. Hoe zie je dat terug in het spel? Gebruik zijn fysiek in je antwoord.
- Welke speelstijl zien we hier?
- Wat was het motorisch moment van deze scène?
- Wat was de climax van deze scène?
Kijkopdracht speelstijl
Speelstijlen
- Realistisch spel
- Absurdistische spel
- Fysieke uitvergrote of groteske speelstijl
Mister Bean
Je ziet hier een scène uit Mr Bean. Hier komen 6 vragen over:
- Welke emotie zie je bij Mr. Bean, beschrijf zijn mimiek
- Wat is volgens jou de denktekst op dit moment van Mr. Bean
- Mr. Bean is een kind in een volwassen lichaam. Hoe zie je dat terug in het spel? Gebruik zijn fysiek in je antwoord.
- Welke speelstijl zien we hier?
- Wat was het motorisch moment van deze scène?
- Wat was de climax van deze scène?
Wat was het verschil in spel tussen deze twee video's? Benoem waaraan je dat hebt gezien.
Wat was het verschil in spel tussen deze twee video's? Benoem waaraan je dat hebt gezien.
Wat is een sketch?
Een sketch is een kort komisch optreden, gewoonlijk tussen één en tien minuten lang met een of meer acteurs.
Vaak zijn er meerdere sketches achter elkaar.
Dit is typematig spel, noem drie elementen van spel die de acteurs toepassen, waardoor het typematig wordt.
Opdracht speelstijl
Kies een personage uit een film en serie
Schrijf een monoloog voor dit personage uit en bedenk welke speelstijl hier het beste bij past. Schrijf bij elke zin wat het personage in het spel doet
Check leerdoelen
Herkennen theatervormen
Speelstijl
Typetje
Sketch
Leerdoelen
1. T2 - Je kunt non verbale en verbale expressie toepassen op een nieuw voorbeeld (herhaling vorige les)
2. T2 - Je kunt de volgende speelstijlen herkennen en uitleggen: realistisch, absurdistisch, fysiek uitvergroot.
Noem vijf theatervormen
Noem drie speelstijlen
Volgende les
Oefentoets
Herhalen theatervormen en speelstijlen