Herhaling weerstand

Herhaling weerstand - ba4/ka4
1 / 10
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo kLeerjaar 4

This lesson contains 10 slides, with interactive quizzes and text slide.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Items in this lesson

Herhaling weerstand - ba4/ka4

Slide 1 - Slide

Wat is de juiste eenheid van weerstand (R)?
A
ohm
B
ampère
C
volt

Slide 2 - Quiz

Wat is de afkorting van de grootheid spanning?
A
R
B
U
C
I
D
P

Slide 3 - Quiz

Wat is de afkorting van de grootheid stroomsterkte?
A
R
B
U
C
I
D
P

Slide 4 - Quiz

Als de weerstand van een schakelonderdeel groot is, gaat de stroom er ____________ doorheen.
A
makkelijk
B
moeilijk

Slide 5 - Quiz

Kijk naar de afbeelding. Thalita wil een lampje van 3,5 V aansluiten op een batterij van 9 V. Zij neemt daarom een weerstandje op in de schakeling.

Is de schakeling van Thalita goed?
A
Ja, want de weerstand is in serie geschakeld met het lampje
B
Ja, want het maakt niet uit of ze de weerstand in serie schakelt of parallel.
C
Nee, want de weerstand moet parallel geschakeld worden.
D
Nee, want ze moet de weerstand en het lampje omwisselen.

Slide 6 - Quiz

Wat is de juiste formule om de weerstand te berekenen?
A
Weerstand = spanning x stroomsterkte R = U x I
B
Weerstand = stroomsterkte : spanning R = I : U
C
Weerstand = spanning : stroomsterkte R = U : I

Slide 7 - Quiz

Van een weerstandsdraad is een (U,I)-diagram gemaakt.

Hoe groot is de stroomsterkte bij een spanning van 80 V?

A
0,9 V
B
0,9 A
C
0,6 V
D
0,6 A

Slide 8 - Quiz

Van een weerstandsdraad is een (U,I)-diagram gemaakt.

Bereken de weerstand.
A
U = R x I = 80 x 0,9 = 72 Ω
B
R = U : I = 80 : 0,9 = 89 Ω

Slide 9 - Quiz

De accu van de auto levert een spanning van 12 V. De stroomsterkte door het lampje is
0,050 A.
A
R = 240 Ω weerstand = 240 Ω
B
R = 0,6 Ω weerstand = 0,6 Ω
C
R = 0,004 Ω weerstand = 0,004 Ω

Slide 10 - Quiz