Rekenen H3

1 / 32
next
Slide 1: Slide
EconomieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 2

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

STARTKLAAR
- Ga zitten volgens de plattegrond
-  iPad DICHT op tafel 
- Boek op tafel
- Pen op tafel

Slide 2 - Slide

Hoofdstuk 3: Rekenen 

Aan het werk!

Slide 3 - Slide

Lesdoelen
Je leert in deze les:
  • het verschil tussen bruto- en nettoloon
  • wat inhoudingen zijn
  • bruto loon, inhoudingen en nettoloon berekenen
  • een percentage van het brutoloon berekenen
  • een cirkeldiagram, staafdiagram en lijndiagram lezen

Slide 4 - Slide

Wat is het brutoloon?

Slide 5 - Open question

Wat zijn inhoudingen?

Slide 6 - Open question

Wat is het nettoloon?

Slide 7 - Open question

Hoe bereken je het nettoloon?

A
Inhoudingen - Brutoloon
B
Brutoloon - Inhoudingen
C
Inhoudingen + Brutoloon

Slide 8 - Quiz

Wat verdien je?
Brutoloon = het loon waarop niets is ingehouden.
  
Dit spreken jij en je werkgever samen af. Dit is wat de werkgever betaalt. Het brutoloon staat ook in je arbeidsovereenkomst.


Van je brutoloon gaan inhoudingen af. Dit zijn belastingen en sociale premies. Dit betaalt je werkgever aan de overheid.


Wat overblijft, ontvang je op je bankrekening.
Dat is je nettoloon.

Nettoloon = Brutoloon - Inhoudingen
         <---------------------->
Brutoloon - Inhoudingen = Nettoloon




Slide 9 - Slide

Nettoloon berekenen
Brutoloon - inhoudingen = nettoloon

Brutoloon               € 3.000
Inhoudingen         € 1.000
                                   ____________-
Netto                        € 2.000

LET OP:  een punt in een getal => niets in je rekenmachine!!!

Slide 10 - Slide

Pak je rekenmachine.....
Het brutoloon van Roy is € 1.000 per maand. De inhoudingen zijn € 250. Bereken zijn nettoloon. Schrijf je berekening op!

Slide 11 - Open question

Inhoudingen berekenen
Brutoloon - inhoudingen = nettoloon

Brutoloon               € 3.000
Netto                        € 2.000
                                   ____________-
Inhoudingen         € 1.000

Slide 12 - Slide

Pak je rekenmachine.....
Het brutoloon van Linda is € 1.250 per maand. Zij krijgt € 875 op haar rekening gestort. Bereken de inhoudingen. Schrijf je berekening op!

Slide 13 - Open question

Brutoloon berekenen
Brutoloon - inhoudingen = nettoloon

Inhoudingen         € 1.000
Netto                        € 2.000
                                   ____________+
Brutoloon               € 3.000

Slide 14 - Slide

Pak je rekenmachine.....
Het nettoloon van Patrick is € 2.000 per maand. De inhoudingen zijn € 450.
Bereken zijn Brutoloon. Schrijf je berekening op!

Slide 15 - Open question

Nog even oefenen

Slide 16 - Slide

Pak je rekenmachine.....
Het brutoloon van Anne is € 1.900 per maand. De inhoudingen zijn € 450.
Bereken haar nettoloon. Schrijf je berekening op!

Slide 17 - Open question

Percentage van het brutoloon berekenen
Piet is advocaat en verdient € 65 bruto per uur.

De inhoudingen zijn 40%. 

Wat verdient Pieter Netto?

Bruto - Inhoudingen = Netto

€ 65 - € 26 = € 39




Slide 18 - Slide

Pak je rekenmachine.....
Maria verdient € 25 bruto per uur.
De inhoudingen zijn 20%.
Bereken haar nettoloon. Schrijf je berekeningen op!

Slide 19 - Open question

Staafdiagram
Een staafdiagram is een grafiek met staven.

Je kan de gegevens makkelijk vergelijken. 
 

Slide 20 - Slide

Waarover gaat dit staafdiagram?

Slide 21 - Open question

Hoeveel jonge ondernemers zijn er in 2020?

Slide 22 - Open question

Cirkeldiagram
Een cirkeldiagram laat zien hoe een geheel in delen is verdeeld.





Slide 23 - Slide

Waarover gaat dit cirkeldiagram?

Slide 24 - Open question

Hoeveel procent van het aantal werkenden heeft een flexibel contract of is ZZP'er?

Slide 25 - Open question

Lijndiagram
Een lijndiagram laat in één oogopslag zien hoe iets in de loop van de tijd stijgt of daalt.





Slide 26 - Slide

Waarover gaat dit lijndiagram?

Slide 27 - Open question

In welk jaar waren er meer vacatures dan werklozen?
A
2015
B
2017
C
2019
D
2021

Slide 28 - Quiz

Aan de slag!
  •  Afmaken blz. 96-97 + inleveren in classroom!

  • Nakijken blz. 96-97 (klassikaal of via classroom)

  •  Oefenen met rekentrainer  H3 (SOM) 

  • Praktische Opdracht H3

Slide 29 - Slide

CHECK lesdoelen
Je leert in deze les:
  • het verschil tussen bruto- en nettoloon
  • wat inhoudingen zijn
  • bruto loon, inhoudingen en nettoloon berekenen
  • een percentage van het brutoloon berekenen
  • een cirkeldiagram, staafdiagram en lijndiagram lezen

Slide 30 - Slide

Wat heb je geleerd?

Slide 31 - Open question

Wat vind je nog moeilijk?

Slide 32 - Open question