4H: module regelingen- herh zenuwstelsel

Breinbrekers
Regelingen
1 / 17
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

Breinbrekers
Regelingen

Slide 1 - Slide

Even inkomen
Op welke parkeerplek staat de auto?

Slide 2 - Slide

Nog eentje...
Als de bus gaat rijden, gaat hij dan naar jouw links of rechts?

Slide 3 - Slide

Laatste...
Stel je doet mee in een race. 
Je haalt de persoon op de tweede plek in.
Op welke plek sta je dan?

Slide 4 - Slide

Regelingen (5H boek)
In twee onderwerpen in te delen:
Zenuwstelsel: 
Wat is het zenuwstelsel en wat is de functie?
Hoe lopen impulsen en hoe worden ze doorgegeven?
Hormonen: 
Wat zijn hormonen en hoe werken ze?
Regelmechanismen waarin hormonen werken.

Slide 5 - Slide

Welke vragen heb je?

Slide 6 - Mind map

Het zenuwstelsel bestaat uit het centrale zenuwstelsel en uit zenuwen
A
waar
B
niet waar

Slide 7 - Quiz

Waar ligt het cellichaam van de gevoelszenuwcel?
A
in het centrale zenuwstelsel
B
buiten het centrale zenuwstelsel

Slide 8 - Quiz

Welk deel van een zenuwcel leidt impulsen van het cellichaam af?
A
Dendriet
B
Axon

Slide 9 - Quiz

Verwerkt het zenuwstelsel impulsen van je reukzintuig?
A
Ja
B
Nee

Slide 10 - Quiz

In welke richting geleiden gevoelszenuwcellen impulsen?
A
Naar het centrale zenuwstelsel toe
B
van het centrale zenuwstelsel af

Slide 11 - Quiz

Welke zenuwcellen liggen in hun geheel in het centrale zenuwstelsel?
A
bewegingszenuwcel
B
gevoelszenuwcel
C
schakelcellen
D
geen van alle

Slide 12 - Quiz

Is A de buikzijde
of rugzijde?
A
Rugzijde
B
Buikzijde

Slide 13 - Quiz

Van welke soort
zenuwcel bevindt
zich een uitloper bij 1?
A
Sensorische zenuwcel
B
Motorische zenuwcel
C
Schakelcel
D
Zowel sensorisch als motorisch

Slide 14 - Quiz

Iemand schrijft een brief.
Is het animale of autonome zenuwstelsel actief?
A
Geen van beide
B
Animale
C
Autonome
D
Animaal en autonoom

Slide 15 - Quiz

Bij langdurige
prikkeling.
Welke is juist?
A
Grafiek 1
B
Grafiek 2
C
Grafiek 3

Slide 16 - Quiz

Je schopt tegen een muur aan.
Waar ontstaan de impulsen voor de samentrekking van de dijbeenspier?
A
In de grijze stof in je ruggenmerg
B
In de witte stof in je ruggenmerg
C
In de grijze stof in je grote hersenen
D
In de witte stof in je grote hersenen

Slide 17 - Quiz