MO 10 - Oligopolie

Oligopolie

1 / 24
next
Slide 1: Slide
New lesson editorEconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

This lesson contains 24 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Oligopolie

Lesdoelen

  • Voorbeelden noemen van markten van oligopolie

  • De kenmerken van de marktvorm oligopolie beschrijven

Terugblik

Bespreken SO H1 en 2 markt en overheid.


Hierna volgen vier korte vragen over de marktvormen uit hoofdstuk 1 en 2: Markt van volkomen concurrentie/ volledige mededinging en de monopolie.


Benoem vier kenmerken van de marktvorm volkomen concurrentie

Welk product is homogeen?

A

Kaas

B

Bier

C

Wijn

D

Graan

Wat is een kenmerk van een monopolie?

A

Veel aanbieders

B

Heterogeen product

C

Homogeen product

D

Eén aanbieder

Overzicht marktvormen


Overzicht marktvormen


Oligopolie

Homogeen oligopolie

(klanten letten vooral op de prijs, er kan een prijsoorlog ontstaan)

Heterogeen oligopolie

(producenten moeten met elkaar concurreren)

Supermarkten

Internet en telefonie

Heterogeen oligopolie

Energie

Brandstof

Homogeen oligopolie 

Duopolie

Als er maar twee oligopolies zijn, noem je het een duopolie.

Weinig aanbieders, veel vragers


Moeilijke toetreding tot de markt

Toetredingsbarrières:

  • hoge aanvangsinvesteringen

  • verzonken kosten (vaste gemaakte kosten die bij sluiting van de onderneming nite meer terugverdiend kunnen worden)

  • octrooien 

Concurrentie vs. samenwerken

  • schaalvoordelen

  • verzonken kosten: hierdoor zullen partijen terughoudend zijn met samenwerking, tenzij er contracten worden gemaakt.

  • octrooien: bewijs van uitvinding, geeft alleenrecht op commercieel gebruik van uitvinding. 

Kartel

Verboden prijsafspraken = kartel


Reden → onderlinge concurrentie beperken

Bij homogene goederen is de concurrentie feller dan bij heterogene producten.

A

Juist.

B

Onjuist.

C


D


Naarmate er minder concurrentie is, hebben aanbieders meer invloed op de prijs van hun product.

A

Juist.

B

Onjuist.

C


D


De kans op een kartel is bij een oligopolistische marktvorm veel groter dan bij volkomen concurrentie.

A

Juist.

B

Onjuist.

C


D


Welke van de volgende goederen / diensten kunnen een oligopolist zijn?

A

Benzine

B

Mobiele telefoons

C

Cola

D

Vliegtuigmaatschappij

Een kartel is niet strafbaar.

A

Waar

B

Niet waar

C


D


Hoe heet een product waarbij het voor de consument niet uit maakt wie het levert of van welk merk het product is?

A

Homogeen goed

B

Heterogeen goed

C


D


Huiswerk

  • Maken 3.1 t/m 3.5

  • Extra instructievideo's staan in Somtoday bij het huiswerk

Evaluatie lesdoelen

  • Voorbeelden noemen van markten van oligopolie

  • De kenmerken van de marktvorm oligopolie beschrijven