Kapitel 2 Sylt 04-12 en 06-12

Der Bauernhof
1 / 33
next
Slide 1: Slide
DuitsMiddelbare schoolmavoLeerjaar 2

This lesson contains 33 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min

Items in this lesson

Der Bauernhof

Slide 1 - Slide

Was machen wir heute?
Wiederholung 
Nabespreken huiswerk
Klascode LessonUp
Opdrachten online zelfstandig maken (zelfstandig)
https://LessonUp.app/invite/group/zchqm (zie classroom)


Slide 2 - Slide

Huiswerk nabespreken
Opdracht 6 en 8 blz 56/57/58 (m2m al gedaan)
 Opdracht 9, 10 en 11 blz 58/59
Opdracht 2 en 3 blz blz 60/61
Daarna zelfstandig aan de slag met LessonUp.

Slide 3 - Slide

Zet de dagen van de week in de juiste volgorde.
Het weekend komt als laatste!
1
2
3
4
5
6
7
der Mittwoch
der Freitag
der Samstag
der Montag
der Sonntag
der Dienstag
der Donnerstag

Slide 4 - Drag question

ordentlich
verrückt
lustig
langweilig
der Wald
einfach
netjes
grappig
gek
gezellig
bijna
makkelijk
saai
het bos
nooit
paardrijden

Slide 5 - Drag question

Die Party ist toll. Tom hat Spaß.

Spaß haben
A
de kamer
B
plezier hebben
C
het bos
D
de vuurtoren

Slide 6 - Quiz

Die Kinder wollen trinken, weil sie Durst haben.
weil
A
nooit
B
bijna
C
als
D
omdat

Slide 7 - Quiz

Auf der Insel lernt sie reiten.
reiten
A
praten
B
wachten
C
paardrijden
D
spelen

Slide 8 - Quiz

Sleep de regel naar het lidwoord
der, die, das

Slide 9 - Slide

Wanneer gebruik je der,die,das?
Mannelijk
Vrouwelijk
Onzijdig
Meervoud
die
das
die
der

Slide 10 - Drag question

DER
DIE
DAS
woorden op
-chen en -lein
de jaargetijden
de maanden
mannelijke personen, dieren en beroepen
vrouwelijke personen, dieren en beroepen
woorden op
-keit en -ung
meeste het-woorden
woorden op -schaft
meeste woorden op een -e
de dagdelen
de dagen
woorden op -heit
meervoud

Slide 11 - Drag question

Kies steeds
der, die of das

Slide 12 - Slide

Hahn
A
der
B
die
C
das

Slide 13 - Quiz

Professorin
A
der
B
die
C
das

Slide 14 - Quiz

Freitag
A
der
B
die
C
das

Slide 15 - Quiz

Kätzchen
A
der
B
die
C
das

Slide 16 - Quiz

Maschine
A
der
B
die
C
das

Slide 17 - Quiz

Freiheit
A
der
B
die
C
das

Slide 18 - Quiz

Direktor
A
der
B
die
C
das

Slide 19 - Quiz

Fräulein
A
der
B
die
C
das

Slide 20 - Quiz

Van een zelfstandig naamwoord naar een persoonlijk voornaamwoord


Vervang in de volgende opdrachten de woorden door er, sie of es!

Slide 21 - Slide

die Insel
A
er
B
sie
C
es

Slide 22 - Quiz

der Flughafen
A
er
B
sie
C
es

Slide 23 - Quiz

die Freunde
A
er
B
sie
C
es

Slide 24 - Quiz

das Fußballspiel
A
er
B
sie
C
es

Slide 25 - Quiz

Shania ist meine beste Freundin.
SHANIA
A
er
B
sie
C
es

Slide 26 - Quiz

Jeremy
A
er
B
sie
C
es

Slide 27 - Quiz

deine Geschwister
A
er
B
sie
C
es

Slide 28 - Quiz

Kyan en Tom
A
er
B
sie
C
es

Slide 29 - Quiz

das Baby
A
er
B
sie
C
es

Slide 30 - Quiz

(Haus)aufgaben

Slide 31 - Slide

(Haus)aufgaben
Aufgabe 1, Seite 60 
Aufgabe 2, Seite 60
Aufgabe 3, Seite 61
Aufgabe 5, Seite 62

Leren zinnen Redemittel sprechen blz 86
Lektion 2.3 Sprich mal online boek --> flitskaarten en woordtrainer (staat onderaan de pagina)

Maandag Stationen Lektion 1,2 en 3 blz 85 plus aantekeningen dagen van de week en aantekeningen, Redemittel Sprechen blz 86 en grammatica blz 51/52/58

Slide 32 - Slide

Slide 33 - Slide