What is LessonUp
Search
Channels
AI tools
Log in
Register
‹
Return to search
Zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord
Zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord
Doelen:
Je weet het verschil tussen een zelfstandig naamwoord en een bijvoeglijk naamwoord
1 / 19
next
Slide 1:
Slide
ANT2+
MBO
Studiejaar 1
This lesson contains
19 slides
, with
interactive quizzes
,
text slides
and
3 videos
.
Lesson duration is:
45 min
Start lesson
Save
Share
Print lesson
Items in this lesson
Zelfstandig naamwoord en bijvoeglijk naamwoord
Doelen:
Je weet het verschil tussen een zelfstandig naamwoord en een bijvoeglijk naamwoord
Slide 1 - Slide
Znw
Je kunt er een lidwoord voor zetten.
Je kunt het meestal in het meervoud zetten.
Je kunt er een verkleinwoord van maken.
Slide 2 - Slide
Namen
Namen zijn znw:
- personen
- aardrijkskundige namen
- organisaties
-producten
Slide 3 - Slide
Als je een leuke bijbaan zoekt, dan kun je verkoopmedewerker worden bij de Jumbo.
A
vier zelfstandige naamwoorden
B
5 zelfstandige naamwoorden
C
2 zelfstandige naamwoorden
D
3 zelfstandige naamwoorden
Slide 4 - Quiz
Zilvervliesrijst bevat meer vezels dan witte rijst.
A
Zilvervliesrijst is geen znw, rijst is wel een znw.
B
Zilvervliesrijst en rijst zijn znw.
C
Vezels is geen znw.
D
Witte en rijst zijn znw.
Slide 5 - Quiz
Slide 6 - Video
De docent is afwezig. Afwezig is een
A
bijvoeglijk naamwoord
B
werkwoord
C
zelfstandig naamwoord
D
voorzetsel
Slide 7 - Quiz
Waar?
Een bijvoeglijke naamwoord kan voor of achter het zelfstandig naamwoord staan.
Het kronkelige pad.
Het pad is kronkelig.
Slide 8 - Slide
De supporters houden de Italiaanse vlag vast. Italiaanse is
A
een zelfstandig naamwoord
B
een bijvoeglijk naamwoord
C
geen van beiden
Slide 9 - Quiz
Let op!
Italië is znw (naam van een land)
Italiaans ijs (zegt iets znw, dus bnw).
Ik spreek Italiaans (znw, naam van de taal)
Ik leer de Italiaanse taal (bnw)
Slide 10 - Slide
Treinreizigers tussen Den Haag en Eindhoven krijgen korting in een ..........trein.
A
rustig
B
rustige
Slide 11 - Quiz
Het ..................................verhaal
A
spanning
B
spannend
C
spannent
D
spannende
Slide 12 - Quiz
Slide 13 - Video
Slide 14 - Video
De glazen fles. Glazen is een
A
bijvoeglijk naamwoord
B
stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Slide 15 - Quiz
De muzikale student. Muzikale
A
bijvoeglijk naamwoord
B
stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Slide 16 - Quiz
Maak nu een zin over het weer in Nederland, gebruik minimaal twee bijvoeglijke naamwoorden.
Slide 17 - Open question
Maak nu een zin over jouw schoenen, gebruik een bijvoeglijk naamwoord en een stoffelijk bijvoeglijk naamwoord.
Slide 18 - Open question
Hoeveel heb jij in deze les geleerd?
0
100
Slide 19 - Poll
More lessons like this
Groep 4 | taal | werkwoorden
29 days ago
-
23 slides
Nederlands
Taal
+2
Basisschool
Groep 4
TisTaal by Dutchily E.E.
Groep 4 | taal | werkwoorden
July 2025
-
24 slides
Nederlands
Taal
+2
Basisschool
Groep 4
TisTaal by Dutchily E.E.
Nieuwsquiz - Week 16 (20 seconden)
May 2020
-
13 slides
Wereldoriëntatie
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-6
Nieuwsquiz
Nieuwsquiz - Week 16 (10 seconden)
April 2020
-
13 slides
Wereldoriëntatie
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-6
Nieuwsquiz
Nieuwsquiz - Week 16 (20 seconden)
February 2024
-
13 slides
Wereldoriëntatie
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-6
Quiz!
Nieuwsquiz - Week 16 (20 seconden)
July 2024
-
13 slides
Wereldoriëntatie
Middelbare school
vmbo, mavo, havo, vwo
Leerjaar 1-6
Burgerschap - mbo
Nieuwsquiz - Week 22 (20 seconden)
June 2023
-
15 slides
Wereldoriëntatie
LessonUp
+2
Middelbare school
Basisschool
Praktijkonderwijs
Nieuwsquiz
Nieuwsquiz - Week 22 (30 seconden)
June 2023
-
15 slides
Wereldoriëntatie
LessonUp
+2
Middelbare school
Basisschool
Praktijkonderwijs
Nieuwsquiz