1 juni

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Nieuwe grammatica
  • Bespreken HB blz. 111, mandata 5 en 6.
  • Bespreken HB blz. 34, opdracht 9 en  10
  • Vervolg opdrachten
1 / 30
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 30 slides, with interactive quiz and text slides.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson

Wat doen we vandaag?
  • Vragen grammatica?
  • Nieuwe grammatica
  • Bespreken HB blz. 111, mandata 5 en 6.
  • Bespreken HB blz. 34, opdracht 9 en  10
  • Vervolg opdrachten

Slide 1 - Slide

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Vragen Grammatica?

Slide 4 - Open question

Geen vragen (meer)?
  • Maak maar twee rijtjes.... 

Slide 5 - Slide


Hulpboek blz. 110
Werkwoord- Conjunctivus Praesens 
in hoofdzinnen



Slide 6 - Slide

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Slide

Slide 9 - Slide

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Slide

Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Slide

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Slide


Hulpboek blz. 11
Maak Mandata 5 en 6



Slide 19 - Slide

Mandatum 5

  • 1 Ik hoop dat jij wegens je dapperheid lof verdient
  • 2 Een grote hond nadert: moet ik blijven staan of moet ik ver weg rennen?
  • 3 Huil niet, zoon
  • 4 Ik hoop dat het aan mij is toegestaan om voor het einde van de dag naar huis te gaan.

Slide 20 - Slide

Mandatum 6

  • 1 Laat het lied herhaald worden! Laten we tweemaal zingen!
  • 2 Laten de kinderen de ouders gehoorzamen: zij zijn immers het verstandigst.
  • 3 Laten we al onze krachten verzamelen/bundelen.
  • 4 Ik hoop dat die gasten komen.
  • 5 ‘Ik verlang een reis naar Rome te maken. Welke weg moet ik nemen?’
  • ‘Dat maakt helemaal niets uit: alle wegen zouden je wel naar Rome leiden/ kunnen je wel naar Rome leiden!’

Slide 21 - Slide

Livia



Hulpboek blz. 34
Opdracht 9 en 10.

Slide 22 - Slide

Opdracht 9a
  • 1A, 
  • 2A, 
  • 3A, 
  • 4B

Slide 23 - Slide

Opdracht 9b
  • b. iuvenis illustris (r.1) = een aanzienlijke jongeman
  • graviter (r. 2) = zwaar, ernstig
  • duo servi (r.5) = twee slaven
  • causam non inventientem (r.11) = de reden niet vindnd
  • fecisse (r.17) = te hebben gedaan
  • vult (r.22) = hij/zij wil
  • in potestate sua (r. 23 = in haar macht

Slide 24 - Slide

Opdracht 9bc
  • mortuus (r. 31) = dood 5
  • filium novum (r. 35) = een nieuwe zoon
  • c. Eigen verwerking, bijvoorbeeld: een aanzienlijke jongeman is ernstig ziek. Twee slaven praten daarover. De reden van zijn ziekte wordt niet gevonden. Iemand heeft het gedaan. Livia heeft iemand (Augustus) in haar macht. De jongeman gaat dood. Augustus heeft een nieuwe zoon nodig.

Slide 25 - Slide

Opdracht 10
  • a. Dat is te zien aan de kenletter -a- tussen stam en uitgang.
  • b. Op grond van het tekstelement a deis: je kunt alleen maar wensen dat je iets gedaan krijgt van de goden (die laten zich niet aansporen).
  • c. Omdat het (volgens de spreker) een feit is dat Marcellus gestorven is.

Slide 26 - Slide


Hulpboek blz. 108
Maak Mandatum 1: 1, 2, 4, 7.



timer
5:00

Slide 27 - Slide

Mandatum 1 

  • 1 Leve de koning! Ik hoop dat de koning lang leeft
  • 2 God zij met ons. Ik hoop dat God met/bij ons is
  • 4 Het ga je goed. Ik hoop dat het je goed gaat/Ik wens je het beste
  • 7 Het zij zo. Het is niet anders/ het moet maar zo zijn.

Slide 28 - Slide

Slide 29 - Slide

Aan het werk.
  • Leer de grammatica van Thema 1 t/m 7 
  • Maak: HB blz. 111, mandata 5 en 6.
  • Maak: HB blz. 34, opdracht 11 [verdelen], 14, 15 en 17. 

Dit is ook huiswerk. 

Slide 30 - Slide