Welkom klas 4
- Ga rustig op je plek zitten
- Pak je spullen op tafel
- Doe je jas uit
- Doe je telefoon weg.
Welkom klas 4
- Ga rustig op je plek zitten
- Pak je spullen op tafel
- Doe je jas uit
- Doe je telefoon weg.
Th2 Voortplanting en seksualiteit
bs2 Geslachtelijke voortplanting
Wat ga je deze les leren:
- Je kunt beschrijven hoe door meiose gameten worden gevormd en hoe de bevruchting verloopt.
- Je kunt de bouw, werking en functie van de voortplantingsorganen van de mens beschrijven.
Lichaamscellen en gameten
Gameten = geslachtscellen
Gameet vrouw = eicel
Gameet man = zaadcel
Somatische cel (lichaamscel) = 2 sets chromosomen -> paar chromosomen
Gameten 1 set chromosomen -> enkelvoudig chromosoom
Bevruchting = kern van gameten van beide geslachten smelten samen
Lichaamscellen en gameten
Genetische variatie = verschil in erfelijke eigenschappen van de nakomelingen.
Alleen in geval van geslachtelijke voortplanting ontstaat bij nakomelingen verschillen in de erfelijke eigenschappen -> zo lijken nakomelingen nauwelijks op elkaar.
Meiose
Haploïd (n) = cel met 1 set chromosomen
Diploïd (2n) = cel met twee set chromosomen
Sommige dieren en planten:
Polyploïd (4n)
Haploïde cellen worden in eierstokken en teelballen gemaakt
Meiose (reductiedeling)
Uit een diploïde cel ontstaan twee haploïde cellen
Bestaat uit
Meiose I & Meiose II
Meiose I = 1 diploïde cel met gekopieerde chromosomen, gekopieerde chromosoomparen gaan uit elkaar door trekdraden. 1 diploïde cel worden twee haploïde cellen. In ieder haploïde cel zit 1 set chromosomen met twee chromatiden. chromosomen met twee chromosomen.
Meiose II = chromatiden worden ui elkaar getrokken. Uit twee haploïde cellen ontstaan vier haploïde dochtercellen -> hieruit ontwikkelen de gameten
Meiose I
Meiose II
De vrouw
Primaire geslachtskenmerken = lichamelijke kenmerken aanwezig bij de geboorte die geslacht bepalen -> Vulva
Vulva bestaat uit:
Buitenste schaamlippen
Binnenste schaamlippen deel clitoris
Opening vagina
Orgasme = door stimulatie van clitoriseikel trekken de wanden van de vagina, anus en baarmoeder samen -> beter opname van sperma
Gameten van de vrouw
Vrouw wordt geboren met primaire eicellen in de eierstokken
Oöcyten = eicellen -> gameten van de vrouw
Oögenese = vorming van eicellen
Primiare oöcyten bevinden zich aan het begin van meiose I
Follikel = haploïde oöcyt is omgeven door een laagje diploïde follikelcellen
Follikel (86D)
V.a. puberteit ontwikkelen de follikels zich
Tijdens de meiose ontstaat een eicel met een follikel en een pollichaam
Pollichaam heeft geen genoeg info voor embryo en sterft af
In follikels zitten de eicellen
Iedere maand groeit 1 follikel door zich te vullen met vocht (rijping).
Ovulatie (eisprong): follikel zit vol met vocht eicel is rijp -> follikel barst op en eicel komt in eileider terecht.
Rest van de follikel zonder eicel heet gele lichaam = produceert hormonen tijdens zwangerschap.
Bevruchting
Na de ovulatie is de eicel (oöcyt) 12 tot 24u in leven
Als de eicel binnen deze tijd niet wordt bevrucht door een zaadcel, sterft het af.
Zygote = bevruchte eicel
Een bevruchte eicel wordt door de beweging van de trilharen en spierbeweging in de eileider vervoerd richting de baarmoeder.
De man
Primiare geslachtskenmerken man = penis en teelballen
Gameten man = spermacellen -> gemaakt in teelballen man
Gekronkelde zaadbuisjes -> zitten in teelballen van man -> hierin zitten sperma-moedercellen -> hieruit ontstaan zaadcellen
Spermatogenese -> ontstaan zaadcellen:
Diploïde cellen delen zich door mitose -> deze cellen ondergaan meiose -> ontstaan van 4 nieuwe zaadcellen
Zaadcellen worden in de bijballen opgeslagen
Balzak
In de balzak zitten de teelballen en bijballen
Gunstige temp. voor productie van sperma is 35graden
Door spieren in balzak worden de teelballen dichter en verder van het lichaam gehaald
Opgewonden -> zwellichamen vullen zich met bloed = erectie
Prikkeling van eikel -> orgasme -> zaadlozing
In welke seizoen staat de teelbal dichterbij het romp van de man?
Winter, dichterbij romp is minder afkoeling in balzak
Bevruchting
Geslachtsgemeenschap -> zaadlozing in vagina van de vrouw -> deel sperma sterft door zure omgeving van vagina vrouw -> deel zaadcellen zwemt via baarmoeder mond, baarmoeder en eileider naar eicel -> bevruchting vindt plaats m.b.v. 1 zaadcel -> zaadcel dringt met kop door laag van eicel -> kern zaadcel smelt met kern eicel -> Eicel wordt ondoordringbaar voor andere cellen = ontstaan zygote
https://www.youtube.com/watch?v=YP9mWEIx2qs
https://www.youtube.com/watch?v=_s69rJTt7ks
Stel hier je vragen over de les(stof).
Let op: deze vragen zijn alleen zichtbaar voor de docent. (Geef aan of je wilt dat jouw vraag klassikaal wordt besproken)
Maak opdr 16 t/m 22 (18 overslaan)