Les 2, Moleculen

1 / 41
next
Slide 1: Slide
Mens & NatuurMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 41 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 80 min
Report this lesson

Items in this lesson

Slide 1 - Slide

Wat gaan wij vandaag doen?
  • Regels in de lessen mens en natuur
  • Herhalen fases en faseovergangen 
  • Uitleg moleculen 
  • Aan de slag met opdrachten
  • Afsluiting

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Slide

Herhalen fases en faseovergangen

Slide 4 - Slide

Opdracht herhalen fases

Slide 5 - Slide

Herhalen de 6 faseovergangen 

Slide 6 - Slide


Welke faseovergang zie je in het plaatje?
A
Verdampen
B
Condenseren
C
Sublimeren
D
Koken

Slide 7 - Quiz

Hoe heet deze faseovergang?
A
smelten
B
stollen
C
verdampen
D
condenseren

Slide 8 - Quiz

Hoe heet deze faseovergang?
A
smelten
B
stollen
C
verdampen
D
condenseren

Slide 9 - Quiz

Tijdens het koken van water vindt een faseovergang plaats. Welke is dat?
A
Sublimeren
B
Condenseren
C
Rijpen
D
Verdampen

Slide 10 - Quiz

Moleculen

Slide 11 - Slide

De leerdoelen
  • Ik kan op molecuul niveau uitleggen wat moleculen doen in bepaalde fases.
  • Ik kan op molecuul niveau uitleggen wat voor verschillende mengsels er zijn.

Slide 12 - Slide

Wat is een molecuul
Een klein stukje
Een molecuul is het kleinste deeltje van een stof dat nog de eigenschappen van die stof heeft.<div><br></div><div>Bijvoorbeeld: stel je voor dat je een appel steeds in kleinere stukjes snijdt. Uiteindelijk kom je bij een heel klein deeltje dat nog steeds de eigenschappen van de appel heeft. In deze vergelijking kun je dat zien als een molecuul. Als je het molecuul nog verder uit elkaar haalt, krijg je losse atomen. Die losse atomen hebben niet meer de eigenschappen van de oorspronkelijke stof.</div>
Elke stof is anders
<div>Elke stof is anders. Dat betekent dat verschillende stoffen uit verschillende soorten moleculen bestaan.</div><div><br></div><div>Water bestaat bijvoorbeeld uit watermoleculen. Een watermolecuul heeft de formule H₂O. Dit betekent dat één watermolecuul bestaat uit twee waterstofatomen en één zuurstofatoom.</div><div><br></div><div>Koolstofdioxide heeft de formule CO₂. Eén koolstofdioxidemolecuul bestaat uit één koolstofatoom en twee zuurstofatomen.</div>

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video

Teken de stand van moleculen in de vaste, vloeibare en gasvormige fase. (Tip: Gebruik rondjes)

Slide 15 - Open question

Zuivere stoffen en mengsels

Slide 16 - Slide

Zuivere stof
  • Een zuivere stof bestaat uit maar één soort moleculen.
  • Er zijn veel verschillende zuivere stoffen, zoals water, zuurstof, ijzer en suiker.
Mengsel 
  • Een mengsel bestaat uit twee of meer verschillende soorten moleculen die door elkaar zitten.
  • Voorbeelden van mengsels zijn voedingsmiddelen. Voedingsmiddelen kunnen bijvoorbeeld bestaan uit suiker, zetmeel, vetten, eiwitten, mineralen en water.
  • Ook ranja is een mengsel, omdat het uit verschillende stoffen bestaat, zoals water, suiker en kleur- en smaakstoffen. 

Slide 17 - Slide

Mengsels
Oplossing: oplosmiddel + opgeloste stoffen, helder/doorzichtig

Emulsie: bestaat uit twee vloeistoffen die niet in elkaar kunnen oplossen,troebel of gekleurd. 

Suspensie: een vaste stof in een vloeistof, kleine deeltjes zweven, lost niet op


Slide 18 - Slide

Toch mengen..
Als je toch twee vloeistoffen wilt mengen die vanzelf niet mengen moet je een derde stof toevoegen: Emulgator 
Het soort mengsel dat dan ontstaat is troebel en heet een emulsie. 


Zeep is zo'n stof die ervoor kan zorgen dat er stoffen wel kunnen mengen die in eerste instantie niet kunnen mengen. 

Mayonaise is een voorbeeld van een emulsie. 

Slide 19 - Slide

Oplossing
Suspensie

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Video

Emulsie

Slide 22 - Slide

Differentiëren met opdrachten 
Basis (groene bolletjes): Iedereen maakt deze opdrachten in groepjes of zelfstandig!
Extra ondersteuning(gele bolletjes): Maak  deze opdrachten  wanneer je veel opdrachten van de groene bolletjes  fout maakt.
Verdieping( paarse bolletjes): Maak deze moeilijke opdrachten wanneer je alles goed hebt van de groene bolletjes.
(15 min)

Slide 23 - Slide

vaste stof
vloeistof
gas
moleculen bewegen rond elkaar 
moleculen bewegen ver uit elkaar en snel 
moleculen trillen op hun plaats

Slide 24 - Drag question

Hoe noem je een mengsel van aarde en water?
A
oplossing
B
suspensie
C
emulsie

Slide 25 - Quiz

Hoe noem je een mengsel van olie en azijn.
A
oplossing
B
suspensie
C
emulsie

Slide 26 - Quiz

Hoe zou je het best het zoute zeewater kunnen omschrijven?
A
oplossing
B
suspensie
C
emulsie

Slide 27 - Quiz

Zijn de volgende stoffen zuiver of een mengsel?
Zuivere stof
Mengsel

Slide 28 - Drag question

In welke fase bewegen de moleculen het snelst?
A
vast
B
gas
C
vloeibaar

Slide 29 - Quiz

Moleculen zijn de kleinst bekende bouwstenen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 30 - Quiz

Sleep de juiste fase naar het plaatje van de bijbehorende moleculen/stof.
Vast
Vloeibaar
Gas

Slide 31 - Drag question

bestaat uit één soort stof
een helder mengsel van een oplosmiddel en een opgeloste stof
bestaat uit twee of meer stoffen
slecht mengbare vloeistoffen
gaat ontmengen van twee slecht mengbare vloeistoffen tegen
oplossing
zuivere stof
suspensie
emulgator
mengsel

Slide 32 - Drag question

Welke van deze is een molecuul, en welke het atoom?
Atoom
Molecuul

Slide 33 - Drag question

Molecuul of atoom?

H2O
A
Molecuul
B
Atoom

Slide 34 - Quiz

In welke fase trillen de moleculen op een vaste plaats?
A
De vloeibare fase
B
De gas fase
C
De vaste fase

Slide 35 - Quiz

Mindmap
- Uitgebreid woordweb

Slide 36 - Slide

Opdracht een mindmap maken
  • Maak een mindmap in tweetallen.
  • Benoem erin de begrippen fases, faseovergangen, moleculen en mengsels. 
  • Benoem bij elke begrip voorbeelden

Slide 37 - Slide

Hoe ging de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 38 - Poll

Wat heb je vandaag geleerd?

Slide 39 - Open question

Waar wil je nog extra aandacht aan besteden?

Slide 40 - Open question

Slide 41 - Slide