Literatuurgeschiedenis vwo 5 cursus 11

Doel
1. Wat speelt er (politiek, cultuur/literair) in de 19e-eeuw (tot 1880)
2. Wat houdt de romantiek in en welke (Nederlandse werken) horen hier bij? Hoe past de historische roman en humor in deze periode?
3. Wat houdt het realisme in en welke Nederlandse werken horen hier bij?
1 / 14
next
Slide 1: Slide
Nederlands

This lesson contains 14 slides, with text slides and 5 videos.

Items in this lesson

Doel
1. Wat speelt er (politiek, cultuur/literair) in de 19e-eeuw (tot 1880)
2. Wat houdt de romantiek in en welke (Nederlandse werken) horen hier bij? Hoe past de historische roman en humor in deze periode?
3. Wat houdt het realisme in en welke Nederlandse werken horen hier bij?

Slide 1 - Slide

Tijd
Lees paragraaf 1.1. - 1.2. 
Beschrijf in maximaal vijf zinnen de opvallendheden van 1800-1900. 

Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Kunst en romantiek
Lees hoofdstuk 2 tot en met 2.3 blz. 140
Welke veranderingen vonden plaats in de kunst?
Geef de kenmerken van de Romantiek.

Opdracht: bekijk het filmpje. Waarom zou Multatuli met zijn Max Havelaar tot de romantische literatuur gerekend worden. 

Slide 4 - Slide

Slide 5 - Video

Vraag
Wat is de reden dat Eduard Douwes Dekker de Max Havelaar geschreven heeft?
Welk effect bracht het boek teweeg?



Slide 6 - Slide

Slide 7 - Video

Vraag 
Waarom wordt de Max Havelaar tot de Romantiek gerekend?
Wat maakt Multatuli een romantisch schrijver/personage?
Hoe kun je Multatuli en Droogstoppel tegenover elkaar zetten?

Slide 8 - Slide

Realisme
Lees paragraaf 2.4, 3.8, 3.9
Wat versta je onder het realisme?
Hoe past de Camera Obscura van Hildebrand in deze periode? Verklaar ook de titel van dit werk. 
Heeft het werk van Hildebrand (Nicolaas Beets) ook raakvlakken met de romantiek?
Zie filmpje!

Slide 9 - Slide

"Humor"
Hoe kun je humor in de literatuur verklaren in de 18e-eeuw?
Hoe kun je humor plaatsen in de romantische literatuur?

Slide 10 - Slide

Slide 11 - Video

Wie zijn de domineedichters
Welke schrijver behoorden tot de groep domineedichters?
Hoe verklaar je dat er veel schrijvers ook dominee waren?

Slide 12 - Slide

Realisme
Lees paragraaf 2.4, 3.8, 3.9
Wat versta je onder het realisme?
Hoe past de Camera Obscura van Hildebrand in deze periode? Verklaar ook de titel van dit werk. 
Heeft het werk van Hildebrand (Nicolaas Beets) ook raakvlakken met de romantiek?
Zie filmpje!

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Video