Projectie: Je schrijft je eigen gevoelens of gedrag toe aan iemand anders.
"Ik ben boos, maar zeg dat jij boos bent."
Ontkenning: Je weigert een pijnlijke werkelijkheid te accepteren.
"Ik heb geen probleem, terwijl dat wel zo is."
Verdringing: Je duwt nare gedachten of herinneringen onbewust weg.
"Ik kan me die vervelende gebeurtenis niet meer herinneren."
Rationalisatie: Je verzint een logische verklaring voor gedrag dat eigenlijk een andere oorzaak heeft.
"Ik wilde die baan toch niet, nadat ik was afgewezen."