les 24 mavo 1 chap 2 i en herh

le programme
Nettoyer les tables                 5' 
Présence                                     5'
Parler français                          10'
Quizlet+révision                       20'
Au travail + les devoirs          10'
Évalution/volgende les          5'   

je suis
Madame Stegenga

1 / 21
next
Slide 1: Slide
FransMiddelbare schoolmavoLeerjaar 1

This lesson contains 21 slides, with text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 60 min

Items in this lesson

le programme
Nettoyer les tables                 5' 
Présence                                     5'
Parler français                          10'
Quizlet+révision                       20'
Au travail + les devoirs          10'
Évalution/volgende les          5'   

je suis
Madame Stegenga

Slide 1 - Slide

l'objectif / lesdoel
  • Je kunt antwoorden op vragen over school
  • Je hebt de werkwoorden op -er herhaald en de vocabulaire geoefend

Slide 2 - Slide

Bonjour!
Tu es en quelle classe?
  • Qui est ton prof de .... ?
  • Tu aimes ....?
  • Tu as des devoirs en ... ?
  • C'est pour quand? 
  • à quelle heure tu commences aujourd'hui?
  • (je commence à....)

on parle français!

Slide 3 - Slide

les devoirs
De vorige keer hebben we: huiswerk h31 en h32 doorgenomen
je n'aime pas - j'aime

Het huiswerk was: vocabulaire A t/m G, 
Maak bron I 34 en 36 (page 68) , 
herhalen 14C (werkwoorden -er)



Slide 4 - Slide

Bron I 34, 36
à quelle heure tu commences le mardi?
tu as des devoirs?
c'est pour quand?
tu aimes les maths? 

Slide 5 - Slide

i 35
 vragen stellen

Slide 6 - Slide

Quizlet live
vocabulaire A B E F G

Slide 7 - Slide

Slide 8 - Link

bron C werkwoorden op -er
page 28 
 
werkbladen maken

Slide 9 - Slide

Voorbeeld met "regarder"

Stap 1: Haal -er van het werkwoord af --> regard-
Dit noemen we de stam van het werkwoord.


Slide 10 - Slide

Voorbeeld met "regarder"
Stap 2: Voeg een uitgang toe.

je
regarde
tu
regardes
il/elle/on
regarde
nous
regardons
vous
regardez
ils/elles
regardent

Slide 11 - Slide

Voorbeeld met "regarder"
Stap 2: Voeg een uitgang toe.

je
regarde
ik kijk
tu
regardes
jij kijkt
il/elle/on
regarde
hij/zij kijkt / wij kijken
nous
regardons
wij kijken
vous
regardez
u kijkt / jullie kijken
ils/elles
regardent
zij kijken

Slide 12 - Slide

Ezelsbruggetje
je cherchE
tu cherchES
il cherchE / elle cherchE / on cherchE
nous cherchONS
vous cherchEZ
ils/elles cherchENT
Een 
ESkimo
Eet
ONS
EZeltje 
ENTerecht

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

la roue de révision
classe 1

Slide 15 - Slide

révision classe 1

Slide 16 - Slide

une journée

activité 4: 
Quelle heure est-il? 
Vul de klok in.

Hiermee oefenen we twee dingen: luisteren + de klok.

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Video

les devoirs
CHAPITRE 2
-herhaal vocabulaire A t/m G met quizlet 
-maak de werkbladen
- schrijf D en I over als vraag + antwoord in het Frans, met pen, op papier


Slide 19 - Slide

évaluation
Wat heb je geleerd in deze les? 


Volgende keer
werkbladen checken, herhaling ontkenning, oefentoets maken





Slide 20 - Slide

au revoir! 

Slide 21 - Slide