passé composé
hulpwerkwoord + voltooid deelwoord (j'ai chanté)
Passé composé = Voltooid Tegenwoordige Tijd
bijv. ik heb gezongen (j'ai chanté)
Je maakt de passé composé met
- een hulpwerkwoord (heb) en
- een voltooid deelwoord (gezongen)
Het voltooid deelwoord van een werkwoord op -ER =>
stam+é (chanté)