3H week 42 les 1

Vandaag
1. Lezen
2. Theorie leesvaardig 2.3
3. Nakijken 1.3
4. Maken 2.3: 
2, 4, 5, 6, 8t/m 13

1 / 23
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

This lesson contains 23 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min

Items in this lesson

Vandaag
1. Lezen
2. Theorie leesvaardig 2.3
3. Nakijken 1.3
4. Maken 2.3: 
2, 4, 5, 6, 8t/m 13

Slide 1 - Slide

Lezen
timer
10:00

Slide 2 - Slide

Nieuwsbericht
  • Informatieve, neutrale tekst
  • Over een actuele gebeurtenis
  • Bevat inleiding en kern
  • Beantwoordt 5W1H-vragen

Slide 3 - Slide

Tekstdoel, tekstsoort, tekstvorm
Tekstdoel
primair doel van een tekst

Tekstsoort
categorie van teksten met hetzelfde tekstdoel

Tekstvorm
specifieke vorm van een tekstsoort

Slide 4 - Slide

Tekstdoel, tekstsoort, tekstvorm
Tekstdoel
primair doel van een tekst

Tekstsoort
categorie van teksten met hetzelfde tekstdoel

Tekstvorm
specifieke vorm van een tekstsoort

Slide 5 - Slide

Kritisch lezen
  • Objectieve informatie: feitelijke informatie zonder mening
  • Subjectieve informatie: mening, interpretatie, ervaring van schrijver
  • Onderscheid maken tussen objectieve en subjectieve informatie

Slide 6 - Slide

Kritisch lezen
Niet alle informatie is betrouwbaar. Stel jezelf vragen als:

  • Is de bron betrouwbaar?
  • Is de schrijver deskundig t.a.v. het onderwerp?
  • Wat is het doel van de tekst/website?
  • Is de informatie actueel (genoeg)?
  • Hoe is het taalgebruik? Veel spellingsfouten?

Slide 7 - Slide

Leespubliek
Specifieke groep lezers waarvoor een tekst bedoeld is

Slide 8 - Slide

wat betekent 'objectief'?
Noem ook een voorbeeld!

Slide 9 - Mind map

Wat betekent 'subjectief'?
Noem ook een voorbeeld!

Slide 10 - Mind map

Een nieuwsbericht is:
A
Objectief (onpartijdig)
B
Subjectief (mening geeft zijn schrijver)

Slide 11 - Quiz

"De aarde warmt helemaal niet op. Er valt nog steeds ontzettend veel sneeuw en bovendien hou ik wel van wat warmer weer."
A
Objectief argument
B
Subjectief argument

Slide 12 - Quiz

Als een schrijver maar één keer zijn eigen mening geeft, blijft de tekst objectief.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 13 - Quiz

Samenvatting van de tekst in 1 zin.
Een tekst kun je in logische stukken indelen. Een stuk dat bij mekaar hoort, heet een ...
Een beschrijving van 1 woord/ een paar woorden waar de tekst over gaat.
Het onderwerp van een alinea
Overtuigen, amuseren, informeren
globaal, zoekend, precies lezen
Hoofdgedachte
Alinea
onderwerp
deelonderwerp
Tekstdoelen
Leesstrategieën

Slide 14 - Drag question

Welke tekstvorm hoort bij het tekstdoel ' overtuigen'.
A
ingezonden brief
B
reclamefolder
C
nieuwsbericht
D
roman

Slide 15 - Quiz

Het belangrijkste wat een schrijver zegt over het onderwerp van een tekst noem je:
A
een bijzaak
B
een hoofdzaak
C
de tekstopbouw
D
een hoofdgedachte

Slide 16 - Quiz

Noteer van deze tekst: tekstsoort, tekstdoel en tekstvorm

Slide 17 - Open question

Een tekst waarbij de mening van de schrijver centraal staat noem je
A
een subjectieve tekst
B
een objectieve teskt

Slide 18 - Quiz

Een informatieve tekst is
A
objectief
B
subjectief

Slide 19 - Quiz

'Dit is het beste boek dat ik ooit heb gelezen'
Dit is een
A
mening
B
feit

Slide 20 - Quiz

'Deze shoarma is echt niet lekker, want er zitten te veel kruiden op'.
A
Dit argument is objectief
B
Dit argument is subjectief.

Slide 21 - Quiz

Subjectieve argumenten gaan over gevoelens, overtuigingen en ervaringen
A
waar
B
niet waar

Slide 22 - Quiz

Aan de slag
Afmaken 1.3 'Overhoor jezelf

Huiswerk voor dinsdag!

Slide 23 - Slide