High Five! Lejo & Orkest Phion - les 1 - Cluster 2/NT2

High Five! Lejo & Orkest Phion

Groep 3-5 Cluster 2/NT2

Les 1

Schoolvoorstelling

Cluster 2 / NT2

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMuziekTheater+1BasisschoolSpeciaal OnderwijsGroep 3-5

This lesson contains 14 slides, with text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

In deze les bereiden de leerlingen zich voor op de voorstelling High Five! Lejo & Orkest Phion.

Instructions

In deze les maak je kennis met Lejo, het orkest, de dirigent en Bianca. Je leert over verschillende instrumenten in het orkest en leert het lied High Five zingen én gebaren.

Worksheets

Items in this lesson

High Five! Lejo & Orkest Phion

Groep 3-5 Cluster 2/NT2

Les 1

Schoolvoorstelling

Cluster 2 / NT2

This item has no instructions

In deze les...

1
2

This item has no instructions

Toelichting

Bekijk het filmpje klassikaal. In de volgende slide bespreek je het filmpje met de leerlingen.

1
2
3

Toelichting

Bespreek het filmpje met de leerlingen. Klik op de hotspots.

1. Wat zag je?

Het orkest met allemaal instrumenten en het poppetje Lejo.

2. Waarvan is Lejo gemaakt en hoe beweegt hij?

Lejo wordt gespeeld door Leo, die zijn hand gebruikt met oogjes erop. Lejo praat niet.

Alle leerlingen die naar de voorstelling komen leren het lied High Five. Ook de horende leerlingen maken zo een kennis met de Nederlandse Gebarentaal.  

3. De leerlingen leren over de dirigent in de tweede les.

Toelichting
Bekijk met de leerlingen de voorstelvideo.
Je maakt kennis met Leo en Lejo, het orkest Phion, de dirigent Kent en Bianca.


tip: je kunt de ondertiteling op Youtube aanzetten mocht dat wenselijk zijn.

Het lied High Five!

1
2

Zingen!

Toelichting
Stel de vraag aan de leerlingen en kijk op de volgende side naar het lied High Five.

This item has no instructions

Het lied High Five!

1
2

Zingen!

Toelichting
Bespreek met de leerlingen waar het lied over gaat: als je samenwerkt komt het goed.

Op 0.16 seconden verschijnt het poppetje Lejo voor het eerst in beeld. Vraag de leerlingen welke zin er op dat moment wordt gezongen.
'Kijk nu eens om je heen.'
Oefen deze zin met de leerlingen.


Bekijk de video van het lied in de vorige slide zo nodig nog eens.

In de volgende slide leren de leerlingen de gebaren van couplet 1.

Toelichting

Bekijk samen met de leerlingen de video waarin de gebaren van couplet 1 worden uitgelegd. Doe meteen mee!

Toelichting

Bekijk samen met de leerlingen de video waarin de gebaren van het refrein worden uitgelegd. Doe meteen mee!





Zet in de juiste volgorde





3
2
1
4

Toelichting

De gebaren staan in de verkeerde volgorde! Zet de gebaren in de juiste volgorde van het refrein.
Sleep de hotspot met het cijfer naar het juiste vakje.

Eventueel kun je het lied beluisteren.

Juiste volgorde tekst:
B - C - D - A
1. alles kan als je het samen doet

2. met z'n allen komt het goed

3. dus doe een High five. Laat 'm klinken door de hele zaal

4. Laat je horen allemaal, dus doe een High Five!

Toelichting

Kijk samen de video over het symfonieorkest. In de volgende slide kijken jullie samen naar enkele instrumenten uit het orkest.






Cello

Klarinet

Hoorn

 Instrumenten uit het orkest

Fluit

Viool

Toelichting

Je ziet hier enkele instrumenten uit het orkest.


Vorm:

-De vorm van alle instrumenten is anders.


De kleur:

- De cello en viool zijn bruin

- De klarinet is zwart

- De hoorn is goud

- De fluit is zilver


Soort instrumenten:

- Cello en viool zijn strijkinstrumenten

- Klarinet is een houten blaasinstrument

- Fluit valt ook onder de houten blaasinstrumenten, omdat ze vroeger werden gemaakt van hout

- Hoorn en is een koperinstrument


Manier van spelen:

- Bij de cello en viool strijk je met een stok

- Bij de klarinet, hoorn en fluit moet je blazen


Snaren en kleppen:

- Cello en viool hebben snaren

- Klarinet en fluit hebben heel veel kleppen

- Hoorn heeft maar drie toetsen




Toelichting 

Bespreek met de leerlingen hoe het ging deze les.
Laat enkele leerlingen een handje naar de groene duim (goed) of de rode duim (minder goed) slepen.
Vraag de leerlingen waarom ze het goed of niet goed vonden gaan. Herhaal eventueel een onderwerp naar keuze.