Reizen

Welkom op de taalles

 vandaag!
1 / 21
next
Slide 1: Slide
NederlandsISK

This lesson contains 21 slides, with interactive quizzes and text slides.

Items in this lesson

Welkom op de taalles

 vandaag!

Slide 1 - Slide

Pak je  telefoon

Slide 2 - Slide

Hoe gaat het met je?
😒🙁😐🙂😃

Slide 3 - Poll

De datum van vandaag is .......?
A
3 mei
B
5 oktober
C
2 oktober
D
4 oktober

Slide 4 - Quiz

Slide 5 - Slide











1. Bekijk de foto. Praat met je begeleider.
Wat zie je op de foto?
Ga je wel eens met de bus of de tram?
Waar ga je dan naartoe?
Hoe vind je het om met de bus of de tram te reizen?
1. Ik ga met de bus

Slide 6 - Slide

10 minuten

Slide 7 - Slide

2. Luister naar het gesprek Ik ga met de bus (1).
Je hoort Deorah en Annet.







3. Luister nog een keer naar het gesprek en wijs aan.
Bij wie gaat Annet op bezoek?
Gaat Annet met de bus of de auto?
met de bus

Slide 8 - Slide

4. Bekijk de foto en praat met je begeleider.



  • Wat is een OV-chipkaart?
  • Hoe werkt deze kaart?
  • Wat vind je van de kaart?

Slide 9 - Slide

5. Luister naar het gesprek Ik ga met de bus (2)
Je hoort Annet en de buschauffeur.



6. Luister nog een keer naar het gesprek en geef antwoord.

  • Welke bus moet Annet nemen?
  • Bij welke halte moet Annet uitstappen?
de bus 2

Slide 10 - Slide

7. Taalriedel

  • Hoi Annet.
  • Hoi Annet.
  • Waar ga je naartoe?
  • Waar ga je naartoe?
  • Naar mijn zus.
  • Naar mijn zus.
  • Met de auto?
  • Met de auto?
  • Nee, ik neem de bus.
  • Nee, ik neem de bus.
  • Veel plezier.
  • Veel plezier.
  • Dank je wel.
  • Dank je wel.

Slide 11 - Slide

8. Luister naar je begeleider. Zeg de zinnen na.

  • 1. Goedemorgen.
  • 2. Gaat u naar de Kruisstraat?
  • 3. Ja, dat is de vijfde halte.
  • 4. Hoe laat vertrekt de bus?
  • 5. De bus vertrekt over vijf minuten.
  • 6. Wilt u me waarschuwen als we er zijn?
  • 7. Dat zal ik doen.
  • 8. Vergeet u niet uit te checken?



Slide 12 - Slide

Slide 13 - Slide

Slide 14 - Slide

11. Luister naar je begeleider. 
Geef antwoord.
Waar ga je naartoe? ………………………………………………
Wanneer ga je? ………………………………………………
Hoe ga je? ………………………………………………
Met wie ga je? ………………………………………………



Slide 15 - Slide

12. Maak het gesprek compleet.
Je wilt naar je tante. Ze woont in de Eikenlaan. Je stapt in de bus.
Je vraagt aan de chauffeur of de bus naar de Eikenlaan gaat. 
Voer het gesprek.

Buschauffeur: Goedemorgen.
Ik: …………………..
Buschauffeur: Ja, dat is de vierde halte.
Ik: …………………..
Buschauffeur: Dat zal ik doen.
Vergeet u niet uit te checken?
Ik: ………………….


Slide 16 - Slide

13. Vraag en geef antwoord.
Loop rond. 
Vraag wanneer de ander met de bus gaat. 
De ander reageert.


14. Spelletje
Ik ga op reis en neem mee .............??


Slide 17 - Slide

15. Je loopt op straat. Je ziet een vriend. 
Groet hem.
Vraag waar hij naartoe gaat. 
Voer het gesprek.

16. Kijk nog een keer naar de foto.  

  • Geef antwoord op de vragen.
  • Bedenk je eigen verhaal.
  • Hoe heet deze man? Hoe lang doet hij dit al?
  • Hoe oud is hij? In welke plaats werkt hij?
  • Wat is zijn beroep? Hoe voelt de man zich vandaag?

Slide 18 - Slide

Ik heb iets van deze les geleerd.
0100

Slide 19 - Poll

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Slide