25/09

VANDAAG:
  1. Toets Taalverzorging: donderdag 3 oktober
  2. Uitleg persoonsvorm in vt
  3. Zelfstandig werken
1 / 14
next
Slide 1: Slide
NederlandsMiddelbare school

This lesson contains 14 slides, with text slides.

Items in this lesson

VANDAAG:
  1. Toets Taalverzorging: donderdag 3 oktober
  2. Uitleg persoonsvorm in vt
  3. Zelfstandig werken

Slide 1 - Slide

ZWAKKE en STERKE

werkwoorden


Wat is het verschil?

Slide 2 - Slide

STERKE

werkwoorden


hebben de KRACHT om in de verleden tijd van klank te veranderen

Slide 3 - Slide

VOORBEELD

STERKE WERKWOORDEN


kopen : ik koop - ik kocht

lopen : ik loop - ik liep

geven : wij geven - wij gaven

kruipen : zij kruipen - zij kropen

Slide 4 - Slide

ZWAKKE

werkwoorden


de klank blijft in de verleden tijd hetzelfde

Slide 5 - Slide

REGELS verleden tijd

bij zwakke werkwoorden


In het enkelvoud: stam + te / stam + de


In het meervoud: stam + ten / stam + den

Slide 6 - Slide

REGELS verleden tijd

bij zwakke werkwoorden


- Vaak hoor je of je stam + te(n) of stam + de(n)

moet gebruiken

- Gebruik een ezelsbruggetje als je

het niet (zeker) weet

Slide 7 - Slide

leiden - verleden tijd, jij-vorm


Slide 8 - Slide

leiden - verleden tijd, jij-vorm
(zwak werkwoord)

stam (leid) + de = leidde

Slide 9 - Slide

liften - verleden tijd, wij-vorm

Slide 10 - Slide

liften - verleden tijd, wij-vorm
(zwak werkwoord)

stam (lift) + ten = liftten

Slide 11 - Slide

schrikken - verleden tijd, ik-vorm

Slide 12 - Slide

schrikken - verleden tijd, ik-vorm
(sterk werkwoord)

schrok


Slide 13 - Slide

ZELF AAN HET WERK
- LessonUp: werkwoordspelling in de vt
- Opdracht 11, 12 en 13 uit je leerboek (blz. 184) 

Slide 14 - Slide