This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.
Lesson duration is: 60 min
Report this lesson
Items in this lesson
Uiterlijk
Start
Slide 1 - Slide
Lesdoel
Ik weet waar het nieuwe thema over gaat.
Ik weet waar ik de komende twee weken mee ga oefenen.
Ik kan in 3 tot 5 zinnen het uiterlijk en de kleding van mezelf of een ander beschrijven.
Leg uit
Leg het lesdoel uit aan je buurman of buurvrouw.
Slide 2 - Slide
Pak je wisbordje
Welke kleding draag je het liefst?
Denk na.
Schrijf 2 kledingstukken die jij graag draagt op je wisbordje
Slide 3 - Slide
Sta je ’s morgens lang voor de spiegel?
A
Ja
B
Nee
Slide 4 - Quiz
Is het belangrijk voor jou hoe je eruitziet?
A
Ja
B
Nee
Slide 5 - Quiz
Waaraan geef je het meeste geld uit?
Slide 6 - Open question
Wat oefen je?
Spreken
<ul><li>Je geeft een beschrijving, stelt vragen en beantwoordt vragen.</li><li>Je voert een discussie over kleding.</li><li>Je beschrijft verschillen, bedenkt argumenten en geeft je mening.</li></ul>
Schrijven
<div><ul><li>Je doet een onderzoek naar kleding op school.</li><li>Je schrijft een tekst over geld uitgeven.</li></ul></div><div><br /></div>
Hij/Zij draagt... of Hij/Zij heeft ... aan (een spijkerbroek, een trui, sneakers).
Ik vind jouw [kledingstuk]... (mooi / stoer / leuk).
Slide 10 - Slide
Iemand beschrijven
Schrijf op je wisbordje: wat draagt dit meisje?
Gebruik de zin: Ik vind jouw ...
Nu gaan we haar een compliment geven.
Bedenk samen met je buurman/vrouw een compliment. Gebruik de zin: Ik vind jouw ...
Slide 11 - Slide
Kijk naar de persoon naast je. Schrijf 1 goede zin op je wisbordje over wat hij of zij nu draagt. Let op de hoofdletter en de punt!
Slide 12 - Open question
Opdracht: Beschrijf het uiterlijk van jezelf
Jullie krijgen van mij een blaadje. Je gaat nu jezelf beschrijven. Je schrijft minimaal 3 en maximaal 5 zinnen op. Bijvoorbeeld over je haar, je ogen en je kleding. Schrijf je naam er NIET op en laat het aan niemand zien!
Kunnen jullie raden over wie de beschrijving gaat?
Slide 13 - Slide
Kies een leerling
Zeg zijn of haar naam en geef deze persoon een compliment over zijn/haar uiterlijk.
Bijvoorbeeld: 'Ik vind je broek erg mooi.' Of: 'Die blauwe kleur staat je leuk.'
Slide 14 - Slide
Ik weet waar het nieuwe thema over gaat.
😒🙁😐🙂😃
Slide 15 - Poll
Ik weet waar ik mee ga oefenen in dit thema.
Spreken
<ul><li>Je geeft een beschrijving, stelt vragen en beantwoordt vragen.</li><li>Je voert een discussie over kleding.</li><li>Je beschrijft verschillen, bedenkt argumenten en geeft je mening.</li></ul>