Gedrag bij mens en dier (Biologie vmbo), les 2: Examentraining

REAGEREN · GEDRAG

Examentraining

Gedrag bij mens en dier: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMiddelbare schoolvmbo g, tLeerjaar 3,4

This lesson contains 17 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 45 min
Report this lesson

Introduction

Examentraining met vier vraagtypen: een ethogram gebruiken, een protocol lezen, gedrag verklaren met begrippen en toepassen met een standpunt. Acht vragen, vier met een eigen tabel van een kat. Alleen voor GL en TL.

Items in this lesson

REAGEREN · GEDRAG

Examentraining

Gedrag bij mens en dier: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Dave Crosby / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

REAGEREN · GEDRAG

Wat ga je kunnen?

Ik kan een ethogram en een protocol lezen, gedrag verklaren met begrippen en een standpunt over mens en dier onderbouwen.

This item has no instructions

REAGEREN · GEDRAG

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welk gedrag wordt beschreven en wat wordt er gevraagd?

  • 2. Zoek: de prikkel, de respons of de code in de tekst of de tabel.

  • 3. Denk: welk begrip uit de les past hierbij?

  • 4. Controleer: past je antwoord bij alle gegevens in de vraag?

This item has no instructions

REAGEREN · GEDRAG

Vraagtype 1: een ethogram gebruiken

  • Je krijgt een ethogram met codes en omschrijvingen.

  • Zoek de omschrijving die past bij het gedrag.

  • Lees de omschrijving, niet alleen de naam.

  • Staat een gedrag er niet in? Dan hoort er een nieuwe code bij.

This item has no instructions

De kat likt de eigen poot. Welke code hoort bij dit gedrag?

A

Code E

B

Code S

C

Code P

D

Code W

Likken aan de eigen vacht of poot is wassen (W). Verwachte fout: S kiezen, omdat een kat die wast vaak ook rustig zit. Image credit: Eigen tekening

Je ziet de kat klimmen. Dat gedrag staat niet in dit ethogram. Wat doe je?

A

Je noteert P, want klimmen is spelen

B

Je voegt een nieuwe code voor klimmen toe

C

Je noteert W, want de kat beweegt

D

Je laat het gedrag weg uit het onderzoek

Een ethogram moet alle gedragingen bevatten die je ziet, dus een nieuw gedrag krijgt een nieuwe code. Verwachte fout: P kiezen, omdat leerlingen het dichtstbijzijnde gedrag nemen. Image credit: Eigen tekening

REAGEREN · GEDRAG

Vraagtype 2: een protocol lezen

  • Je krijgt een protocol met een code per minuut.

  • Tel hoe vaak een code voorkomt.

  • Kijk welk gedrag steeds na een ander gedrag komt.

  • Gebruik de legenda om de codes te lezen.

This item has no instructions

In hoeveel minuten slaapt de kat volgens dit protocol?

A

3

B

5

C

6

D

8

De code S komt 6 keer voor: minuut 1, 2, 3, 6, 7 en 8. Verwachte fout: 3 kiezen, omdat je alleen de eerste reeks telt. Image credit: Eigen tekening

Welk gedrag volgt in dit protocol steeds op eten?

A

Wassen

B

Slapen

C

Spelen

D

Geen vast gedrag

Na E in minuut 4 en 11 volgt telkens W in minuut 5 en 12. Verwachte fout: geen vast gedrag, omdat je maar één keer kijkt. Image credit: Eigen tekening

REAGEREN · GEDRAG

Vraagtype 3: gedrag verklaren met begrippen

  • Zoek eerst de prikkel in de situatie.

  • Zoek daarna de respons: wat doet het dier of de mens?

  • Werkt een prikkel sterker dan de natuurlijke prikkel? Dan is het een supranormale prikkel.

  • De prikkel is niet het gedrag zelf.

This item has no instructions

Een vogel kiest een te groot nep-ei boven het eigen ei. Welke prikkel is het nep-ei?

A

Een inwendige prikkel

B

Een supranormale prikkel

C

Een respons

D

Een reflex

Het nep-ei werkt sterker dan het eigen ei: supranormale prikkel. Verwachte fout: respons kiezen, omdat het nep-ei bij het gedrag hoort.

Een winkel speelt rustige muziek en je loopt langzamer. Wat is de respons?

A

De rustige muziek

B

De winkel die muziek kiest

C

Dat je meer ziet

D

Dat je langzamer loopt

De muziek is de prikkel, het langzamer lopen is de respons. Verwachte fout: de muziek kiezen, omdat leerlingen prikkel en respons omdraaien.

REAGEREN · GEDRAG

Vraagtype 4: toepassen en een standpunt innemen

  • Lees wat het dier nodig heeft om natuurlijk gedrag te laten zien.

  • Gebruik het ethogram om te kiezen.

  • Bij een standpunt noem je een argument en een voorbeeld.

  • Een goed argument is waar en past bij de stelling.

This item has no instructions

Kippen willen graag scharrelen en stofbaden. Welke huisvesting past hierbij?

A

Een stal met een laag strooisel om in te scharrelen

B

Een kleine kooi met een draadbodem

C

Een stal met alleen een voerbak

D

Een donkere stal zonder strooisel

Scharrelen en stofbaden kunnen alleen op een bodem met strooisel of zand. Verwachte fout: een andere stal kiezen omdat die schoner lijkt.

De stelling: mensen gedragen zich als dieren. Welk argument is een reden tegen?

A

Mensen leren niet van ervaring

B

Mensen reageren niet op prikkels

C

Mensen spreken normen en waarden af

D

Mensen hebben geen erfelijk gedrag

Normen en waarden zijn bij mensen een groot verschil. De andere argumenten kloppen niet: mensen leren, reageren op prikkels en hebben erfelijk gedrag.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een ethogram gebruiken

2

Een protocol lezen

3

Gedrag verklaren met begrippen

4

Toepassen en een standpunt innemen

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na.

REAGEREN · GEDRAG

Tips voor op het examen

  • Bij een ethogram lees je de omschrijving: die zegt wat je ziet.

  • Bij een protocol tel je de codes zorgvuldig, minuut voor minuut.

  • Prikkel en respons: de prikkel komt eerst, de respons is wat het dier daarna doet.

  • Bij een standpunt: noem een argument en een voorbeeld dat klopt.

This item has no instructions