VORMING · CULTUUR
Quiz
Terugblik: Cultuur en Hofstede
VORMING · CULTUUR
Quiz
Terugblik: Cultuur en Hofstede
Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Fons Heijnsbroek / Wikimedia Commons, CC0
Wat kenmerkt de dominante cultuur volgens de syllabus?
De groep is altijd de grootste in de samenleving
De groep wijkt deels af van de leefwijze van anderen
De groep bestaat uit de oudste inwoners van een land
De groep heeft de invloedrijkste politieke of economische positie
Goed: invloedrijkste positie. Vaak, maar niet altijd, is dat de grootste groep.
Vul in: jongerencultuur
Na de Tweede Wereldoorlog ontstond de jongerencultuur, mede door meer vrije tijd en welvaartsstijging.
Syllabus 4.4. Verwachte fout: een eerder tijdstip noemen.
In land S gaat het groepsbelang voor het eigenbelang. Welke dimensie past?
Collectivistisch
Grote machtsafstand
Masculien
Hoge onzekerheidsvermijding
Goed: het groepsbelang prevaleert. Veelgemaakte fout: grote machtsafstand, dat gaat over ongelijke machtsverdeling.
Op een school noemen leerlingen docenten bij voornaam en praten ze mee over regels. Welke dimensie?
Lage onzekerheidsvermijding
Feminien
Kleine machtsafstand
Hedonisme
Goed: machtsongelijkheid wordt minder geaccepteerd. Verwachte fout: lage onzekerheidsvermijding omdat de regels ontspannen lijken.
In land T hebben mannen en vrouwen vaste, gescheiden taken. Welke dimensie past?
Collectivistisch
Grote machtsafstand
Masculien
Kortetermijngerichtheid
Goed: genderrollen zijn duidelijk gescheiden. Verwachte fout: grote machtsafstand.
Wat kan het gevolg zijn van het opkomen van sterke subculturen?
Spanning tussen groepsbinding en banden buiten de groep
Een daling van de materiële welvaart
Het verdwijnen van de dominante cultuur
Een toename van de machtsafstand in het land
Goed: syllabus 4.4, met in- en uitsluiting tot gevolg.
Wat is het verband tussen subculturen en Hofstedes homogene cultuurbegrip?
Subculturen bewijzen dat nationale culturen identiek zijn
Subculturen komen alleen voor in collectivistische landen
Subculturen zijn geen onderdeel van de samenleving
Subculturen laten variatie binnen een land zien
Goed: de variatie binnen een land staat haaks op het uitgangspunt dat overeenkomsten altijd groter zijn.
Welke kritiek op Hofstede noemt de syllabus?
Het model negeert machtsafstand volledig
Het model heeft een stigmatiserend karakter
Het model telt maar vijf dimensies
Het model beschrijft alleen jongerenculturen
Goed: stigmatiserend, naast statisch en homogeen. Er zijn zes dimensies.
Welke dimensie past bij sparen voor later?
Goed antwoord: langetermijngerichtheid (beloning in de toekomst via volharding en spaarzaamheid). Verwachte fout: soberheid.
Bron: 'Hier geniet je vrij van het leven, uitgaan en feesten mag altijd.' Welke dimensie?
Hedonisme
Soberheid
Feminien
Kortetermijngerichtheid
Goed: hedonisme, vrije behoeftebevrediging staat centraal. Bij soberheid reguleren strikte sociale normen het genieten.
Waarom beschrijft een dimensie geen individu?
Goed antwoord: het model beschrijft samenlevingen in het algemeen, er is variatie binnen een land (homogene idee, stigmatiseren). Verwachte fout: 'het model is fout' zonder uitleg.
Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?
Heel zeker
Redelijk zeker
Niet zo zeker
Helemaal niet zeker
Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.
VORMING · CULTUUR
Goed gedaan!
Goed gedaan. Je kunt nu cultuur, dominante cultuur en subcultuur toepassen, culturen classificeren met de zes dimensies van Hofstede en beredeneerd kritiek geven.
This item has no instructions