Hier vind je de moduleplanning, de afrondingsopdracht en de vaardighedenkaart
Learnbeat
Hier bestudeer je de leerstof en maak je de opdrachten die daarbij horen
Slide 3 - Slide
Vaardighedenkaart
Aftekenen school: Je bent 80% van de praktijklessen aanwezig. Voldoe je aan dat criterium en voer jij het peerassessment voldoende uit. Dan worden de vaardigheden op deze skillskaart door de docent of instructeur afgetekend.
Aftekenen beroepspraktijk: Je voert minimaal 5 van de 7 handelingen in de beroepspraktijk uit en laat dit aftekenen door een bevoegd collega.
Slide 4 - Slide
Vaardighedenkaart
De handelingen op de vaardighedenkaart horend bij deze module:
Blaas- en katheterspoeling uitvoeren
Blaaskatheter verzorgen
Katheteriseren van de blaas bij mannen
Katheteriseren van de blaas bij vrouwen
Supra- pubische katheter verwisselen
Supra- pubische kateter verzorgen
Verzamelen van urinemonster ten behoeve van diagnostiek
Slide 5 - Slide
Moduleplanning
Datum
Lesthema
Praktijkles
08-09
Introductie: katheterzorg
Introductie: katheterzorg
15-09
Algemene aandachtspunten voor katheterzorg
Blaaskatheter verzorgen
22-09
Een blaaskatheter inbrengen
Katheteriseren van de blaas bij vrouwen
29-09
Verzamelen van urinemonster ten behoeve van diagnostiek
Katheteriseren van de blaas bij mannen
06-10
De suprapubische katheter
De suprapubische katheter
13-10
Blaasspoelen
Blaasspoelen
20-10
Herfstvakantie
Herfstvakantie
27-10
Peer-assessment
Peer- assessment
03-11
BPV week
Peer- assessment herkansing
Slide 6 - Slide
Lesdoelen
De student kan minimaal 4 onderdelen van het urinewegstelsel benoemen
De student kan de bouw van de nier beschrijven en functie van de nier benoemen
De student kan de normale samenstelling van urine benoemen
Slide 7 - Slide
Wat weten jullie van het urinestelsel?
Maak een tekening van het urinewegstel.
Nierslagader
Nierader
Urineblaas
Urineleider
Nieren
Nierbekken
Urinebuis
Schrijf per onderdeel in één zin wat de functie is. Aan het einde beschrijf je ook waaruit normale urine bestaat.
Slide 8 - Slide
Anatomie: Het urinestelsel
De nieren liggen hoog, achter in de buikholte. Ze liggen naast de wervelkolom, tegen de onderste ribben.
Uit de nier komt de urineleider of ureter. Deze komt uit het nierbekken, waar de urine zich heeft verzameld. De urineleider loopt naar de blaas.
De blaas ligt in het bekken, op de bekkenbodem, achter de symfyse.
Onder uit de blaas, uit de blaashals, komt de plasbuis of urethra.
Slide 9 - Slide
Anatomie: Het urinestelsel
De nieren liggen hoog in de buikholte. Ze liggen aan de achterzijde naast de wervelkolom, tegen de onderste ribben.
De nieren bestaan uit een buitenste laag (schors) en een binnenlaag (merg). In het merg ligt een holte (het nierbekken).
Urine ontstaat door filtratie van bloed. De urine wordt vervolgens via buisjes (tubuli) getransporteerd. Uiteindelijk verzamelt de urine zich in het nierbekken.
Slide 10 - Slide
Urine
Urine die wordt uitgeplast bevat afvalstoffen zoals bilirubine, creatinine, ureum, vitamines en hormonen.
Daarnaast bevat normale urine overtollige stoffen zoals water en elektrolyten.
Welke stoffen horen niet thuis in normale urine?
Slide 11 - Slide
Learnbeat
Maak de volgende opdrachten:
Hoofdstuk 21.3 opgave A
Slide 12 - Slide
Lesdoelen
De student kan minimaal 4 onderdelen van het urinewegstelsel benoemen
De student kan de bouw van de nier beschrijven en functie van de nier benoemen
De student kan de normale samenstelling van urine benoemen