This lesson contains 22 slides, with interactive quiz and text slides.
Lesson duration is: 90 min
Items in this lesson
ENGELS
START
THEMA 5
Slide 1 - Slide
Slide 2 - Slide
Regels
Binnenkomen = jas uit, telefoon weg, materiaal pakken.
Je luistert naar de opdracht.
Je voert de opdracht uit.
Je praat op normaal volume.
Je praat op respectvolle toon tegen klasgenoten en docenten.
De docent bepaalt de opdracht en de manier van uitvoeren.
Bij de derde keer waarschuwen, verlaat je de klas.
Slide 3 - Slide
Startklaar
Pak je Chromebook/ laptop voor je
Start je Chromebook/ laptop op
Log in op www.lessonup.app
Stop je telefoon in je tas of in je jas
timer
2:30
Slide 4 - Slide
Leerdoelen
Aan het einde van de les ...
kan ik vertellen waar het nieuwe thema over gaat.
heb ik in Quizlet geoefend met de betekenis van woorden bij dit thema.
heb ik geoefend met de uitspraak van woorden bij dit thema.
heb ik ingelogd in Numo Engels en geoefend in Mijn Lesplan.
Slide 5 - Slide
Groepsindeling introductiespel
Groep 1
Groep 2
Groep 3
Groep 4
Groep 5
Groep 6
Celina
Jayson
Andrea
Maria
Edwin
Salman
Özge
Ferry
Tiba
Samoel
Kaily
Nawfal
Salah
Rabia
Zaïd
Rawan
Nazli
Slide 6 - Slide
Spelregels
<b>We spelen 6 rondes.</b><div>Per ronde gooit jouw team één keer met de dobbelsteen. </div><div><br></div><div>Je zet jouw pion vooruit binnen de ronde die we spelen en krijgt een vraag van je docent. </div><div><br></div><div>Als je binnen 30 seconden een goed antwoord geeft (mag in het Nederlands), krijg je een punt. </div><div><br></div><div>Het team met de meeste punten wint.</div>
timer
0:30
Slide 7 - Slide
Woorden oefenen
Als het goed is, heb je nu een idee waar dit thema over gaat.
Om een begin te maken met de woorden bij dit thema, oefen je eerst zelfstandig en in stilte de woorden in Quizlet:
https://quizlet.com/55312144/live
Na 10 minuten oefenen, spelen we tegen elkaar.
timer
10:00
Slide 8 - Slide
Uitspraak oefenen
Slide 9 - Slide
Uitspraak oefenen
Slide 10 - Slide
Video - opdr. 6 blz. 157
Waar moet het meisje naartoe? Ze moet...
Hoe voelt ze zich? Ze voelt zich...
Ze zegt waar ze pijn heeft. Schrijf 1 bij de pijl die aanwijst wat ze eerst noemt.
Schrijf 2 en 3 bij de volgende dingen die ze noemt.
Wat doet haar vader? Hij...
Slide 11 - Slide
Quiz
Je ziet verschillende afbeeldingen voorbij komen.
Welk woord hoort hierbij?
Het zijn woorden die je net geoefend hebt.
Schrijf het woord op je wisbordje. Probeer goed te spellen!