Gezin sinds 1920 (Maatschappijwetenschappen havo), les 3: Terugblik quiz

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Quiz

Terugblik: Gezin sinds 1920

1 / 14
next
Slide 1: Slide
New lesson editorMaatschappijwetenschappenMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 14 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 30 min
Report this lesson

Introduction

Terugblikquiz met 11 vragen over het hele onderwerp: gezinstypen, periodes, relaties, overheidsbeleid, ideologieën en acceptatie van samenlevingsvormen.

Items in this lesson

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Quiz

Terugblik: Gezin sinds 1920

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Jac. de Nijs / Anefo, Nationaal Archief / Wikimedia Commons, CC0

Welk gezinstype was van de jaren twintig tot zestig het meest voorkomend?

A

Het patchworkgezin

B

Het eenpersoonshuishouden

C

De woongroep

D

Het kostwinnersgezin

Syllabus 6.1.

Wat is ontzuiling?

A

Het ontstaan van nieuwe zuilen

B

Het verdwijnen van het gezag van ouders

C

Het terugtrekken van de overheid uit de zorg

D

Het afnemen van de scheidingen tussen de zuilen

Syllabus 6.1.

Vul in

Vanaf de jaren zestig veranderde de bevelshuishouding in de onderhandelingshuishouding, onder andere door individualisering en ontzuiling.

bevelshuishouding
onderhandelingshuishouding
verzorgingsstaat
meerkeuzemaatschappij

Syllabus 6.1.

Welke ontwikkeling hoort bij de jaren tachtig en negentig?

A

De verzuiling

B

De meerkeuzemaatschappij

C

De participatiesamenleving

D

De bevelshuishouding

Syllabus 6.1.

Welk voorbeeld is een toebedeelde relatie?

A

De band met je beste vriend

B

De vriendengroep van je sportclub

C

De relatie met je opa en oma

D

Je netwerk op je werk

Syllabus 6.1.

Wat is een patchworkgezin? Geef een voorbeeld.

Gezin met kinderen uit eerdere relaties van een of beide partners, bijvoorbeeld na een echtscheiding en een nieuwe relatie. Verwachte fout: alleen stiefouders noemen zonder voorbeeld.

Wat is een kenmerk van de participatiesamenleving?

A

De overheid trekt zich terug en burgers zorgen meer voor elkaar

B

De overheid bouwt de zorg verder uit

C

Kerken regelen de zorg voor ouderen

D

Iedereen werkt in dezelfde zuil

Syllabus 6.1.

Welk beleid hoort bij de opbouw van de verzorgingsstaat?

A

De invoering van het homohuwelijk

B

De invoering van de AOW

C

Het verbod op ongehuwd samenwonen

D

Het afschaffen van de bijstand

Syllabus 7.1. Het homohuwelijk (2001) is 7.3.

Waarom was de overheid van oudsher terughoudend bij de opvoeding?

A

Omdat ouders de wet niet mochten kennen

B

Omdat de overheid gezinnen wilde afschaffen

C

Omdat kinderen dat zelf eisten

D

Dat komt voort uit de verzuiling

Syllabus 7.1.

Verschil liberalen en sociaaldemocraten?

Liberalen: de overheid beschermt vrijheid en is neutraal. Sociaaldemocraten: de overheid mag actief ingrijpen voor gelijkheid. Verwachte fout: zeggen dat alleen sociaaldemocraten vrijheid belangrijk vinden.

In 2001 werd het burgerlijk huwelijk opengesteld voor paren van gelijke sekse. Welk begrip past?

A

Het is geïnstitutionaliseerd in wetgeving

B

Het is een toebedeelde relatie geworden

C

Het is een vorm van ontzuiling

D

Het is een kenmerk van de bevelshuishouding

Syllabus 7.3.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

VORMING · GEZIN SINDS 1920

Goed gedaan!

Je kunt nu beschrijven hoe gezin en samenlevingsvormen sinds de jaren twintig veranderden en wat de overheid en politieke stromingen daarvan vonden.

This item has no instructions