1V Nectar 5.4 Voortplanten




Nectar 5.4 voortplanting bij planten    
1 / 35
next
Slide 1: Slide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 35 slides, with interactive quizzes, text slides and 2 videos.

time-iconLesson duration is: 80 min

Items in this lesson




Nectar 5.4 voortplanting bij planten    

Slide 1 - Slide

Deze les:

  • 5.4 Voortplanten


Slide 2 - Slide

Slide 3 - Video

Slide 4 - Slide

Meeldraden en stamper
Meeldraad - maakt stuifmeelkorrels
Stamper - bevat zaadbeginsels

Slide 5 - Slide

Slide 6 - Slide

Slide 7 - Link

Kelkbladeren
Kroonbladeren
Bloembodem
Nectarkliertjes
Andere delen van de bloem zitten hier op vast
Groene blaadjes die de bloem beschermen
Hier wordt nectar gemaakt
Gekleurde bloemblaadjes

Slide 8 - Drag question

Eicellen
Stuifmeelkorrels
Mannelijke voortplantingscellen
Vrouwlijke voortplantingscellen
Gemaakt in de meeldraad
Gemaakt in de stamper
Worden verspreid door insecten of de wind

Slide 9 - Drag question

Hoe komt het stuifmeel nou op de stamper?
A
Insecten nemen het mee
B
Via de wind

Slide 10 - Quiz

Bestuiving
Zelfbestuiving -> Van bloem naar bloem binnen 1 plant
Kruisbestuiving -> van bloem naar bloem tussen twee planten

Slide 11 - Slide

Insecten bestuiving
Planten hebben opvallend gekleurde bloemen en aantrekkende geur.
Insecten zoeken nectar, en kruipen de bloem in om het te vinden
Hierdoor komt stuifmeel aan hun pootjes

Bij de volgende bloem laat de 
insect stuifmeel achter op 
de stamper

Slide 12 - Slide

Wat is geen bestuiving?

Slide 13 - Drag question

Windbestuiving

- Groen en klein kroonblad

- Grote vervormige stempel buiten de bloem

- Lange meeldrade, buiten de bloem

- Veel en glad stuifmeel

Slide 14 - Slide

Slide 15 - Link

Hoe ontstaan zaden?
Stuifmeelkorrels zijn terechtgekomen op de stempel
Buisje groeit vanaf de korrel door de stijl (stuifmeelbuis)
In het vruchtbeginsel zitten zaadbeginsels met daarin eicellen
Elk zaadbeginsel heeft 1 eicel
Celkernen van de eicel en de stuifmeelkorrel versmelten tot een nieuwe celkern -> bevruchting

Slide 16 - Slide

Slide 17 - Slide

Slide 18 - Link

Vragen
  1.  Hoeveel stuifmeelkorrels zie je?
  2. Hoeveel stuifmeelbuizen tel je?
  3. Hoeveel zaadbeginsels zitten er      in het vruchtbeginsel?
  4. Heeft hier bevruchting plaats gevonden?

Slide 19 - Slide

Slide 20 - Slide

Slide 21 - Link

Slide 22 - Slide

Slide 23 - Slide

Slide 24 - Slide

Slide 25 - Slide

Slide 26 - Video

Slide 27 - Slide

Slide 28 - Link

Wat geldt voor windbloemen?
A
1. kleverig stuifmeel 2. onopvallende bloemen 3. produceren nectar
B
1. veel, heel fijn stuifmeel 2. onopvallende bloemen 3. produceren geen nectar
C
1. veel, heel fijn stuifmeel 2. opvallende bloemen 3. produceren nectar
D
1. kleverigstuifmeel 2. opvallende bloemen 3. produceren geen nectar

Slide 29 - Quiz

Wat is de juiste volgorde?
A
groei stuifmeelbuis, bestuiving, bevruchting, zaadvorming
B
zaadvorming, groei stuifmeelbuis, bestuiving, bevruchting
C
zaadvorming, groei stuifmeelbuis, bevruchting, bestuiving
D
bestuiving, groei stuifmeelbuis, bevruchting, zaadvorming

Slide 30 - Quiz

1. Een doperwt is een voorbeeld van een zaad
2. Een sperzieboon is een voorbeeld van een vrucht
A
1 = waar 2 = waar
B
1 = waar 2 = niet waar
C
1 = niet waar 2 = waar
D
1 = niet waar 2 = niet waar

Slide 31 - Quiz

Wat zie je hier?
A
Bestuiving
B
Verspreiding zaden

Slide 32 - Quiz

Stuifmeel wordt verspreid door
A
Insecten
B
De wind
C
Zowel insecten als de wind
D
De plant zelf, insecten en de wind

Slide 33 - Quiz

Een plant die een jaar groeit en het volgende jaar bloeit (en daarna afsterft), is een...
A
Eenjarige plant
B
Tweejarige plant
C
Meerjarige plant
D
Houtachtige plant

Slide 34 - Quiz

Nectar digitaal
- Maken 5.4 opdr. 1 t/m 18

Slide 35 - Slide