Biologie
Les 2 - Planten (deel 2)
28 augustus 2026
Biologie
Les 2 - Planten (deel 2)
28 augustus 2026
Terugblik op vorige les
Uitleg planten deel 2
Nakijken vragen les 1
Vragen maken les 2
Afsluiter
Vandaag leer je over belangrijke onderdelen van de plant en hun functies
Vandaag
Welke kernbegrippen ken je nog?
Sleepvraag - Fotosynthese
Voor
Na
Water (H2O)
Zuurstof (O2)
Glucose (C6H12O6)
Koolstofdioxide (CO2)
De omgekeerde reactie van Fotosynthese heet:
Assimilatie
Verdamping
Verbranding
Cellulose
Voor assimilatie is ook verbranding nodig
Waar
Niet waar
Fotosynthese: De plant maakt glucose KOST ENERGIE
Verbranding: De plant breekt een deel van de glucose weer af LEVERD ENERGIE
Assimilatie: De plant Gebruikt Energie en glucose
Assimilatie kost energie, dus vraagt ook verbranding
...
Stelling: Fotosynthese kan plaats vinden in alle delen van de plant?
Waar
Niet waar
Waar kan fotosynthese dan wel plaats vinden?
Vastzetten van planten in de bodem
Opnemen van water en voedingszouten (mineralen)
Wortels
Stevigheid
Dragen van bladeren en bloem(en)
Transport van water en voedingsstoffen
Stengel
Weet jij welke transportvaten er door de stengel lopen?
Water- en mineralenvaten
Glucose- en zuurstofvaten
Hout- en bastvaten
Wortel- en bladvaten
Bastvaten
Naar beneden
Water + assimilatie producten
Houtvaten
Naar boven
Water + mineralen
Samen vaatbundel
Bast aan de buitenkant, Hout aan de binnenkant
Beneden naar boven aan de binnenkant
Hoe zien houtvaten er dan uit?
Hoe zien bastvaten er dan uit?
Boven naar beneden aan de buitenkant
Houtvaten verstevigen de stengel
Houtcellen verstevigen de plant
Water in de cellen verstevigen het blad
Hoe blijft een plant stevig staan?
Water van beneden naar boven
Ondanks zwaartekracht kan water naar boven door trekkracht van verdamping.
Huidmondjes kunnen openen en sluiten om verdamping te beperken
Hoe zat het ook al weer? Vul aan over bastvaten
Transport naar boven, buitenkant
Transport naar boven, binnenkant
Transport naar beneden, buitenkant
Transport naar beneden, binnenkant
Hoe zorgt de plant dat water van beneden naar boven kan (terwijl dat niet vanzelf gaat door zwaartekracht)?
Assimilatie trekkracht
Verdampingstrekkracht
Verbrandingstrekkracht
Cellulose trekkracht
Terug naar de planning van vandaag
Terugblik op vorige les
Uitleg planten deel 2
Nakijken vragen les 1
Opdracht maken les 2 - zie it's learning
Afsluiter
(B) Beschrijf de reactie van de fotosynthese. koolstofdioxide + water + lichtenergie > glucose + zuurstof
(B) Hoe wordt koolstofdioxide opgenomen door een plant? Huidmondjes
(B) Hoe wordt water opgenomen door een plant? Haarwortels
(B) Wat is het verschil tussen Organische en Anorganische stoffen? Organische stof is energie in opgeslagen, Anorganische stof niet en Organische stof ontstaat uit Anorganische stoffen door fotosynthese. Bij verbranding gebeurt het andersom.
(B) In welke delen van de plant kan fotosynthese alleen plaats vinden? Cellen met bladgroen / bladgroenkorrels
(P) Leg uit waarom gras aan het eind van de dag meer suiker bevat. Overdag (licht) vind fotosynthese plaats, waarbij glucose in suiker wordt omgezet in het blad. In de Nacht (donker) verplaatst suiker uit het blad naar de wortel en andere delen van de plant om weer van te groeien.
(B) Leg uit wat assimilatie is. Het gebruik van glucose om andere organische stoffen
(P) Noem 4 manieren om (reserve) energie in de plant op te slaan. verdikte wortels, knollen, zaden, bollen
Antwoorden - Les 1
Invuloefening (deel 1)
Groene planten halen water en voedingszouten uit de bodem en koolstofdioxide uit de lucht. Dit zetten ze met behulp van zonlicht en bladgroen om in glucose en zuurstof. Dit is de fotosynthese reactie.
Alleen in de groenedelen van de plant kan fotosynthese plaatsvinden. Deze delen bevatten bladgroenkorrels welke fotosynthese mogelijk maken.
Meestal zijn op de onderzijde van de bladeren huidmondjesaanwezig. Deze bestaan uit een zeer kleine opening, gevormd door 2 sluitcellen. Hierlangs kunnen gassen zoals koolstofdioxide (CO2), zuurstof (O2) en waterdamp (H2O) passeren.
Invuloefening (deel 2)
Voorbeelden van anorganische stoffen (eenvoudige stoffen met weinig energie) zijn: koolstofdioxide, zuurstof, water en mineralen. Planten kunnen anorganische stoffen omzetten in organische stoffen (zoals glucose). Alleen groene planten kunnen dit maken. Planten maken dus zelf hun eigen voedsel. Dieren en mensen moeten glucose eten. Mensen en dieren kunnen dus niet zonder groene planten. Voorbeelden van organische stoffen zijn (ingewikkelde stoffen met veel energie) zijn: glucose, suiker, zetmeel en cellulose.
Alle levende wezens (planten, dieren en mensen) hebben glucose nodig om aan energie te komen. Levende wezens krijgen energie door langzaam glucose af te breken. Bij afbraak van glucose, oftewel verbranding, komt naast koolstofdioxide en water ook energie vrij.
Wat waren voor jou kernbegrippen uit les 2?
Terugblik: Wat was assimilatie ook al weer?
Bij planten is assimilatie het proces waarbij de plant glucose gebruikt als bouwstof en energiebron om andere organische stoffen te maken, zoals zetmeel, cellulose, vetten en eiwitten
De definitie van Assimilatie
Kernbegrippen - Les 2
Houtvaten
Bastvaten
Trekkracht
Verdamping
Stengel
Transport
Vaatbundel
Stevigheid
Sluitcellen
Energie
Invuloefening fotosynthese (antwoorden deel 1)
Vul de ontbrekende woorden in:
Groene planten halen ........................ uit de bodem en ........................ uit de lucht. Dit zetten ze met behulp van zonlicht en bladgroen om in ............................. en ................................
Dit is de fotosynthesereactie.
Alleen in de ……….. delen van de plant kan fotosynthese plaatsvinden. Deze groene delen bevatten …………. welke fotosynthese mogelijk maken.
Meestal zijn op de onderzijde van de bladeren ................................. aanwezig. Deze bestaan uit een zeer kleine opening, gevormd door 2 ............................... . Hierlangs kunnen gassen zoals Koolstofdioxide (CO2), zuurstof (O2) en waterdamp (H2O) passeren.
Invuloefening fotosynthese (antwoorden deel 2)
Voorbeelden van anorganische stoffen (eenvoudige stoffen met weinig energie) zijn: ............ en ............... . Planten kunnen anorganische stoffen omzetten in organische stoffen (zoals .............). Alleen groene planten kunnen dit maken. Planten maken dus zelf hun eigen voedsel. Dieren en mensen moeten glucose eten. Mensen en dieren kunnen dus niet zonder groene planten. Voorbeelden van organische stoffen zijn (ingewikkelde stoffen met veel energie) zijn: ................ en ................. .
Alle levende wezens (planten, dieren en mensen) hebben glucose nodig om aan energie te komen. Levende wezens krijgen energie door langzaam glucose af te breken. Bij afbraak van glucose, oftewel verbranding, komt naast koolstofdioxide en water ook ...........................vrij.
Biologie bundel
Hoofdstuk 1 - Planten
Hoofdstuk 2 - Voortplanting
Toets op basis van de lesbundel (pdf op it's learning)
Via TestVision
Periode planning op It's learning
Vragen? Spreek je docent aan of stuur een mailtje!
Deze periode