26-27 P1 1VBC - Biologie - Planten (Les 2)

Biologie

Les 2 - Planten (deel 2)

28 augustus 2026


1 / 32
next
Slide 1: Slide
New lesson editorBiologieMBOStudiejaar 1

This lesson contains 32 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 90 min
Report this lesson

Items in this lesson

Biologie

Les 2 - Planten (deel 2)

28 augustus 2026


  1. Terugblik op vorige les

  2. Uitleg planten deel 2

  3. Nakijken vragen les 1

  4. Vragen maken les 2

  5. Afsluiter


Vandaag leer je over belangrijke onderdelen van de plant en hun functies



Vandaag

Welke kernbegrippen ken je nog?

Sleepvraag - Fotosynthese

Voor

Na

Water (H2O)

Zuurstof (O2)

Glucose (C6H12O6)

Koolstofdioxide (CO2)

De omgekeerde reactie van Fotosynthese heet:

A

Assimilatie

B

Verdamping

C

Verbranding

D

Cellulose

Voor assimilatie is ook verbranding nodig

A

Waar

B

Niet waar

Fotosynthese: De plant maakt glucose KOST ENERGIE



Verbranding: De plant breekt een deel van de glucose weer af LEVERD ENERGIE



Assimilatie: De plant Gebruikt Energie en glucose




Assimilatie kost energie, dus vraagt ook verbranding

...




Stelling: Fotosynthese kan plaats vinden in alle delen van de plant?

A

Waar

B

Niet waar

Waar kan fotosynthese dan wel plaats vinden?

  1. Vastzetten van planten in de bodem

  2. Opnemen van water en voedingszouten (mineralen)






Wortels

  1. Stevigheid

  2. Dragen van bladeren en bloem(en)

  3. Transport van water en voedingsstoffen






Stengel

Weet jij welke transportvaten er door de stengel lopen?

A

Water- en mineralenvaten

B

Glucose- en zuurstofvaten

C

Hout- en bastvaten

D

Wortel- en bladvaten

Bastvaten

Naar beneden

Water + assimilatie producten



Houtvaten

Naar boven

Water + mineralen



Samen vaatbundel


Bast aan de buitenkant, Hout aan de binnenkant

Beneden naar boven aan de binnenkant






Hoe zien houtvaten er dan uit?

Hoe zien bastvaten er dan uit?

Boven naar beneden aan de buitenkant






  • Houtvaten verstevigen de stengel

  • Houtcellen verstevigen de plant

  • Water in de cellen verstevigen het blad












Hoe blijft een plant stevig staan?

Water van beneden naar boven

Ondanks zwaartekracht kan water naar boven door trekkracht van verdamping.


Huidmondjes kunnen openen en sluiten om verdamping te beperken

Hoe zat het ook al weer? Vul aan over bastvaten

A

Transport naar boven, buitenkant

B

Transport naar boven, binnenkant

C

Transport naar beneden, buitenkant

D

Transport naar beneden, binnenkant

Hoe zorgt de plant dat water van beneden naar boven kan (terwijl dat niet vanzelf gaat door zwaartekracht)?

A

Assimilatie trekkracht

B

Verdampingstrekkracht

C

Verbrandingstrekkracht

D

Cellulose trekkracht

Terug naar de planning van vandaag

  1. Terugblik op vorige les

  2. Uitleg planten deel 2

  3. Nakijken vragen les 1

  4. Opdracht maken les 2 - zie it's learning

  5. Afsluiter




  1. (B) Beschrijf de reactie van de fotosynthese. koolstofdioxide + water + lichtenergie > glucose + zuurstof

  2. (B) Hoe wordt koolstofdioxide opgenomen door een plant? Huidmondjes

  3. (B) Hoe wordt water opgenomen door een plant? Haarwortels

  4. (B) Wat is het verschil tussen Organische en Anorganische stoffen? Organische stof is energie in opgeslagen, Anorganische stof niet en Organische stof ontstaat uit Anorganische stoffen door fotosynthese. Bij verbranding gebeurt het andersom.

  5. (B) In welke delen van de plant kan fotosynthese alleen plaats vinden? Cellen met bladgroen / bladgroenkorrels

  6. (P) Leg uit waarom gras aan het eind van de dag meer suiker bevat. Overdag (licht) vind fotosynthese plaats, waarbij glucose in suiker wordt omgezet in het blad. In de Nacht (donker) verplaatst suiker uit het blad naar de wortel en andere delen van de plant om weer van te groeien.

  7. (B) Leg uit wat assimilatie is. Het gebruik van glucose om andere organische stoffen

  8. (P) Noem 4 manieren om (reserve) energie in de plant op te slaan. verdikte wortels, knollen, zaden, bollen


Antwoorden - Les 1

Invuloefening (deel 1)

Groene planten halen water en voedingszouten uit de bodem en koolstofdioxide uit de lucht. Dit zetten ze met behulp van zonlicht en bladgroen om in glucose en zuurstof. Dit is de fotosynthese reactie.

 

Alleen in de groenedelen van de plant kan fotosynthese plaatsvinden. Deze delen bevatten bladgroenkorrels welke fotosynthese mogelijk maken. 

 

Meestal zijn op de onderzijde van de bladeren huidmondjesaanwezig. Deze bestaan uit een zeer kleine opening, gevormd door 2 sluitcellen. Hierlangs kunnen gassen zoals koolstofdioxide (CO2), zuurstof (O2) en waterdamp (H2O) passeren. 

water en voedingszouten
koolstofdioxide
glucose
zuurstof
groene
bladgroenkorrels
huidmondjes
sluitcellen

Invuloefening (deel 2)

Voorbeelden van anorganische stoffen (eenvoudige stoffen met weinig energie) zijn: koolstofdioxide, zuurstof, water en mineralen. Planten kunnen anorganische stoffen omzetten in organische stoffen (zoals glucose). Alleen groene planten kunnen dit maken. Planten maken dus zelf hun eigen voedsel. Dieren en mensen moeten glucose eten. Mensen en dieren kunnen dus niet zonder groene planten. Voorbeelden van organische stoffen zijn (ingewikkelde stoffen met veel energie) zijn: glucose, suiker, zetmeel en cellulose.

 

Alle levende wezens (planten, dieren en mensen) hebben glucose nodig om aan energie te komen. Levende wezens krijgen energie door langzaam glucose af te breken. Bij afbraak van glucose, oftewel verbranding,  komt naast koolstofdioxide en water ook energie vrij.

mineralen
glucose
zetmeel
verbranding
energie

Wat waren voor jou kernbegrippen uit les 2?

Terugblik: Wat was assimilatie ook al weer?

Bij planten is assimilatie het proces waarbij de plant glucose gebruikt als bouwstof en energiebron om andere organische stoffen te maken, zoals zetmeel, cellulose, vetten en eiwitten




De definitie van Assimilatie

Kernbegrippen - Les 2

Houtvaten

Bastvaten

Trekkracht

Verdamping

Stengel

Transport

Vaatbundel

Stevigheid

Sluitcellen

Energie




Invuloefening fotosynthese (antwoorden deel 1)

Vul de ontbrekende woorden in:

Groene planten halen ........................ uit de bodem en ........................ uit de lucht. Dit zetten ze met behulp van zonlicht en bladgroen om in ............................. en ................................

Dit is de fotosynthesereactie.

 

Alleen in de ……….. delen van de plant kan fotosynthese plaatsvinden. Deze groene delen bevatten …………. welke fotosynthese mogelijk maken. 

 

Meestal zijn op de onderzijde van de bladeren ................................. aanwezig. Deze bestaan uit een zeer kleine opening, gevormd door 2  ............................... . Hierlangs kunnen gassen zoals Koolstofdioxide (CO2), zuurstof (O2) en waterdamp (H2O) passeren. 


Invuloefening fotosynthese (antwoorden deel 2)

Voorbeelden van anorganische stoffen (eenvoudige stoffen met weinig energie) zijn: ............ en ............... . Planten kunnen anorganische stoffen omzetten in organische stoffen (zoals .............). Alleen groene planten kunnen dit maken. Planten maken dus zelf hun eigen voedsel. Dieren en mensen moeten glucose eten. Mensen en dieren kunnen dus niet zonder groene planten. Voorbeelden van organische stoffen zijn (ingewikkelde stoffen met veel energie) zijn: ................ en ................. .

 

Alle levende wezens (planten, dieren en mensen) hebben glucose nodig om aan energie te komen. Levende wezens krijgen energie door langzaam glucose af te breken. Bij afbraak van glucose, oftewel verbranding,  komt naast koolstofdioxide en water ook ...........................vrij.




Biologie bundel

Hoofdstuk 1 - Planten

Hoofdstuk 2 - Voortplanting


Toets op basis van de lesbundel (pdf op it's learning)

Via TestVision

Periode planning op It's learning


Vragen? Spreek je docent aan of stuur een mailtje!



Deze periode