Oefenexamen HAVO - Domein B2: Wereld

Oefenexamen HAVO — Aardrijkskunde

Domein B2: Wereld — 10 vragen — ca. 22 punten


1 / 11
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.

Introduction

Deel dit oefenexamen met je leerlingen, zodat ze zich goed kunnen voorbereiden op hun examen. Delen van deze les gaat via de knop 'Delen'. Kies vervolgens voor 'Studenten (link)'. Hiermee hebben de leerlingen ook thuis de volledige interactie.

Items in this lesson

Oefenexamen HAVO — Aardrijkskunde

Domein B2: Wereld — 10 vragen — ca. 22 punten


Vraag 1 (2p)

Bekijk de afbeelding van een containerschip.
Globalisering heeft geleid tot een sterke groei van de wereldhandel.
a) Leg uit wat wordt bedoeld met 'afname van de relatieve afstand'. (1p)
b) Noem twee oorzaken van globalisering. (1p)

Vraag 2 (3p)

Bekijk de afbeelding van een containerschip.
In de wereldsysteemtheorie worden landen ingedeeld in centrum, semiperiferie en periferie.
a) Beschrijf het spreidingspatroon van welvaart op een wereldkaart van BNP per hoofd. (1p)
b) Leg uit hoe het centrum-periferie model dit patroon verklaart. (2p)

Vraag 3 (2p)

Een land in Sub-Sahara Afrika bevindt zich in fase 2 van de demografische transitie.
a) Leg uit wat dit betekent voor het geboortecijfer en sterftecijfer. (1p)
b) Welk gevolg heeft dit voor de bevolkingsgroei? (1p)

Vraag 4 (2p)

Bekijk de afbeelding van een textielfabriek.
Beschrijf hoe de internationale arbeidsverdeling werkt bij de productie van een smartphone. Noem drie stappen en geef aan in welk type land elke stap plaatsvindt.

Vraag 5 (3p)

Bekijk de afbeelding van een textielfabriek.
Een Europees kledingmerk laat T-shirts produceren in Bangladesh.
a) Leg uit waarom dit een voorbeeld is van offshoring. (1p)
b) Noem een voordeel en een nadeel van offshoring voor Bangladesh. (2p)

Vraag 6 (2p)

Brazilie exporteert veel grondstoffen maar weinig eindproducten. Dit leidt tot ruilvoetverslechtering.
a) Leg uit wat ruilvoetverslechtering inhoudt. (1p)
b) Waarom is dit nadelig voor de economische ontwikkeling? (1p)

Vraag 7 (2p)

Multinationals verplaatsen soms productie terug naar rijke landen (reshoring).
a) Noem twee redenen voor reshoring. (1p)
b) Welk gevolg heeft reshoring voor een land als Bangladesh? (1p)

Vraag 8 (2p)

Miljoenen mensen migreren jaarlijks naar andere landen.
a) Noem een pushfactor en een pullfactor voor migratie. (1p)
b) Leg uit het verschil tussen economische en politieke migratie. (1p)

Vraag 9 (2p)

Op een wereldkaart is een relatiepatroon zichtbaar tussen welvaart en bevolkingsgroei.
a) Beschrijf dit relatiepatroon. (1p)
b) Leg uit waarom correlatie niet hetzelfde is als causaliteit. Geef een voorbeeld. (1p)

Vraag 10 (2p)

In West-Europa is de bevolkingsgroei laag of negatief.
a) In welke fase van de demografische transitie bevindt West-Europa zich? (1p)
b) Noem een gevolg van vergrijzing voor de economie. (1p)