Oefenexamen HAVO - Domein C2: Aarde

Oefenexamen HAVO — Aardrijkskunde

Domein C2: Aarde — 10 vragen — ca. 23 punten


1 / 11
next
Slide 1: Slide
New lesson editorAardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

This lesson contains 11 slides, with interactive quizzes and text slide.

Introduction

Deel dit oefenexamen met je leerlingen, zodat ze zich goed kunnen voorbereiden op hun examen. Delen van deze les gaat via de knop 'Delen'. Kies vervolgens voor 'Studenten (link)'. Hiermee hebben de leerlingen ook thuis de volledige interactie.

Items in this lesson

Oefenexamen HAVO — Aardrijkskunde

Domein C2: Aarde — 10 vragen — ca. 23 punten


Vraag 1 (3p)

Bekijk de foto van een vulkaanuitbarsting.
De meeste vulkanen en aardbevingen komen voor in de Ring of Fire.
a) Leg uit waarom vulkanisme en aardbevingen vooral voorkomen bij plaatgrenzen. (1p)
b) Beschrijf het verschil tussen een convergerende en een divergerende plaatgrens. Geef bij elk een voorbeeld van wat er ontstaat. (2p)

Vraag 2 (2p)

Bekijk de foto van een vulkaanuitbarsting.
a) Leg uit het verschil tussen een schildvulkaan en een stratovulkaan. (1p)
b) Leg uit waarom hotspot-vulkanisme verschilt van vulkanisme bij plaatgrenzen. (1p)

Vraag 3 (2p)

Bekijk de foto van de Grand Canyon.
De Grand Canyon is miljoenen jaren gevormd door de Colorado-rivier.
a) Noem de twee exogene processen die verantwoordelijk zijn voor het ontstaan. (1p)
b) Leg uit waarom in woestijnen vooral fysische verwering optreedt. (1p)

Vraag 4 (2p)

Bij een vrij meanderende rivier vindt erosie en sedimentatie op verschillende plaatsen plaats.
a) Aan welke kant van een meanderbocht vindt erosie plaats en waarom? (1p)
b) Wat gebeurt er met het sediment verderop in de rivier? (1p)

Vraag 5 (3p)

Het mondiale klimaatsysteem wordt aangedreven door zonne-energie.
a) Leg uit hoe de ITCZ het neerslagpatroon in de tropen bepaalt. (1p)
b) Noem de drie cellen van de atmosferische circulatie. (1p)
c) Leg uit wat passaatwinden zijn en in welke richting ze waaien. (1p)

Vraag 6 (2p)

Bekijk de foto van de Grand Canyon.
Het klimaat van een locatie wordt bepaald door meerdere factoren.
a) Noem drie factoren die het klimaat bepalen. (1p)
b) Leg uit waarom de westkust van Zuid-Amerika op dezelfde breedtegraad droger is dan de oostkust. (1p)

Vraag 7 (2p)

Het landschap is een dynamisch systeem.
a) Noem drie van de zes landschapszones op aarde. Beschrijf bij elk het klimaattype en de vegetatie. (1p)
b) Leg uit waarom de grenzen tussen landschapszones geleidelijk zijn. (1p)

Vraag 8 (3p)

De Sahel is het overgangsgebied tussen de Sahara en de savanne.
a) Leg uit waarom de ITCZ belangrijk is voor de neerslag in de Sahel. (1p)
b) Leg uit hoe klimaatverandering en menselijk handelen samen leiden tot woestijnvorming (desertificatie). (2p)

Vraag 9 (2p)

Zeestromingen beinvloeden het klimaat van kustgebieden.
a) Leg uit het verschil in klimaateffect tussen een warme en een koude zeestroom. (1p)
b) Geef een voorbeeld van een warme zeestroom en het gebied dat erdoor wordt beinvloed. (1p)

Vraag 10 (2p)

De Grand Canyon is het resultaat van een samenspel van endogene en exogene processen.
a) Beschrijf hoe endogene processen bijdroegen aan het ontstaan. (1p)
b) Beschrijf hoe exogene processen het landschap verder vormden. (1p)