Pegasus Novus 1, Hoofdstuk 4

Pegasus 1, Hoofdstuk 4 
Onderwijs en jeugd 
1 / 34
next
Slide 1: Slide
LatijnMiddelbare schoolvwoLeerjaar 1

This lesson contains 34 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Pegasus 1, Hoofdstuk 4 
Onderwijs en jeugd 

Slide 1 - Slide

Leerdoelen 4.1 
Je kunt 
☐de opvoeding en de schoolloopbaan van Romeinse jongens en meisjes uit de hogere sociale klasse beschrijven.
☐gelijkenissen en verschillen tussen het onderwijs bij de Romeinen en dat van ons opsommen.
☐verschillen in de opvoeding van jongens en meisjes in Rome opsommen en vergelijken met onze situatie.

Slide 2 - Slide

 Zowel jongens als meisjes mochten naar school. 

Slide 3 - Slide

Net zoals bij ons, waren Romeinse kinderen leerplichtig.  

Slide 4 - Slide

De Romeinen hadden ook klaslokalen net als wij. 

Slide 5 - Slide

Romeinen leerden ook geschiedenis en aardrijkskunde. 

Slide 6 - Slide

De enige taal die een Romein leerde was Latijn. 

Slide 7 - Slide

Romeinen schreven alleen maar op papyrus. 

Slide 8 - Slide

Hoe ging een les eraan toe bij de ludi magister? 

Slide 9 - Slide

Levensloop bekijken 
cultuurboek H4

Slide 10 - Slide

 Aan het werk 
opgaven 4.1, p.110-111 

Slide 11 - Slide

Leerdoelen 4.2 
Je kunt 
☐verbanden leggen tussen de inhoud van de leesteksten Imperātor Camillus et magister Faleriōrum en de cultuurles.
☐aantonen dat je de volgende leesteksten begrijpt
            -Imperātor Camillus et magister Faleriōrum

Slide 12 - Slide

Nōbilēs cīvēs Faleriōrum līberōs suōs magistrō mandāre solent. In lūdō magister multās rēs docet, interdum puerīs fābulam narrat. Cottīdiē magister et puerī ex urbe
exeunt et in silvā ambulant. Etiam inter bellum magister līberōs docēre et cum eīs in silvā ambulāre nōn dēsinit.

  • De adellijke burgers van Falerii zijn gewoon hun kinderen toe te vertrouwen aan de meester. 
  • Op school onderwijst de meester vele zaken, soms vertelt hij aan de jongens een verhaal. 
  • Dagelijks gaan de meester en de jongens uit de stad en wandelen ze in het bos. 
  • Zelfs tijdens de oorlog houdt de meester niet op de kinderen te onderwijzen en met hen in het bos te wandelen.

Slide 13 - Slide

Quōdam diē autem magister longius solitō ambulat et puerōs per agrōs in castra Rōmānōrum dūcit. Ibi imperātōrī Camillō mīlitibusque eōs ostendit. Imperātōrī dīcit:
‘Hōs puerōs tibi trādō. Parentēs eōrum nōbiles et dīvitēs sunt. Accipe eōs obsidēs et urbs in potestāte vestrā erit.’ Miserī puerī maximē timent, in magnīs enim perīculīs sunt.

  • Maar op een dag wandelt de meester langer dan gewoonlijk en leidt de jongens door de velden naar het kamp van de Romeinen. 
  • Daar toont hij hen aan de opperbevelhebber Camillus en aan de soldaten. 
  • Hij zegt aan de opperbevelhebber: 
  • ‘Deze jongens lever ik aan jou uit. Hun ouders zijn adellijk en rijk. 
  • Ontvang hen als gijzelaars en de stad zal in jullie macht zijn.’ 
  • De ongelukkige jongens zijn zeer bang, want ze zijn in groot gevaar.

Slide 14 - Slide

Quae ubi Camillus audit, īrātus magistrō respondet: ‘Tū scelestus es et cum scelestō mūnere venīs. Sunt et in bellō sīcut in pāce iūra. Arma habēmus nōn adversus puerōs
innocentēs, sed adversus mīlitēs armātōs.’ Deinde dēnūdant magistrum mīlitēs Rōmānī et manūs post tergum vinciunt.

  • Wanneer Camillus dit hoort, antwoordt hij woedend aan de meester: 
  • ‘Jij bent misdadig en je komt met een misdadig geschenk. 
  • Ook in een oorlog zijn er rechten zoals in vrede. 
  • Wij hebben geen wapens tegen onschuldige jongens, maar tegen gewapende soldaten.’ 
  • Daarna kleden de Romeinse soldaten de meester uit en binden zijn handen achter zijn rug. 

Slide 15 - Slide

Camillus virgās puerīs dat eīsque imperat: ‘Magistrum Faleriōs agite et eum parentibus vestrīs trādite.’ Puerī nūdum magistrum verberant eumque Faleriōs agunt et parentibus
trādunt. Prīmum Faleriōrum cīvēs magistrum in carcere inclūdunt. Deinde de rē novā conveniunt et lēgātōs in castra Rōmānōrum mittunt, quī pācem imperātōrī Camillō prōpōnant.

  • Camillus geeft stokken aan de jongens en beveelt aan hen: 
  • ‘Drijf de meester naar Falerii en lever hem over aan jullie ouders.’ 
  • De jongens slaan de naakte meester en drijven hem naar Falerii en leveren hem over aan hun ouders. 
  • Eerst sluiten de burgers van Falerii de meester op in de gevangenis. 
  • Daarna komen ze bijeen over het nieuwe feit en zenden ze gezanten naar het kamp van de Romeinen, die vrede aan de opperbevelhebber Camillus voorstellen.

Slide 16 - Slide

Leerdoelen 4.2 
Je kunt 
☐verbanden leggen tussen de inhoud van de leesteksten Imperātor Camillus et magister Faleriōrum en de cultuurles.
☐aantonen dat je de volgende leesteksten begrijpt
            -Imperātor Camillus et magister Faleriōrum

Slide 17 - Slide

Leerdoelen 4.3+4.4+4.5 
Je kunt 
☐avus, rosa, dōnum, bonus, dux, māter en corpus verbuigen in nominatief, vocatief, accusatief, genitief en datief.
☐de verbogen vormen van substantieven en adjectieven splitsen, determineren, vertalen en het grondwoord en het model ervan bepalen.
☐het onderwerp, het gezegde, het lijdend voorwerp, de aanspreking en het meewerkend voorwerp in een Latijnse zin aanduiden.
☐de naamval (nominatief, accusatief en datief), het genus en het getal van het persoonlijk voornaamwoord bepalen.

Slide 18 - Slide

Meewerkend voorwerp
-wat houdt het precies in? 
-welke voorzetsels gebruik je over het algemeen? 

Slide 19 - Slide

Voorbeelden
  • Librum avo emit:
  • Hij koopt een boek voor grootvader 
  • Donum matribus damus: 
  • Wij geven een geschenk aan de moeders

Slide 20 - Slide

VORMING  

Eerste klasse
avo/avis
rosae/rosis
dono/donis

VERTALING: 'aan' of 'voor' 

VORMING 

Tweede klasse 
duci/ducibus
matri/matribus
corpori/corporibus

VERTALING: 'aan' of 'voor' 

Slide 21 - Slide

DUS: Wat houdt de datief in? 
Lesdoel: je kunt uitleggen wat de datief inhoudt. 

Slide 22 - Slide

Bestudeer de uitgangen van de datief 

Zijn de volgende vormen datief? 
Lesdoel: datief herkennen 
timer
2:00

Slide 23 - Slide

matribus

Slide 24 - Slide

corporis

Slide 25 - Slide

familiae

Slide 26 - Slide

servo

Slide 27 - Slide

pueros 

Slide 28 - Slide

Startvragen
  • De nominatief gebruiken we voor het onderwerp
  • De accusatief gebruiken we voor het naamwoordelijk deel van het gezegde 
  • De genitief vertalen we met 'van'
  • De datief is de bijvoeglijke bepaling
  • De datief vertalen we met 'aan' of ..... 

Slide 29 - Slide

Opgaven maken 4.4
1, 2, 4 tm 6
Doel: je hebt minstens twee oefeningen gemaakt en kunt aantonen dat je het grondwoord kunt opzoeken en datief kunt herkennen 

Slide 30 - Slide

Leerdoelen 4.3+4.4+4.5 
Je kunt 
☐avus, rosa, dōnum, bonus, dux, māter en corpus verbuigen in nominatief, vocatief, accusatief, genitief en datief.
☐de verbogen vormen van substantieven en adjectieven splitsen, determineren, vertalen en het grondwoord en het model ervan bepalen.
☐het onderwerp, het gezegde, het lijdend voorwerp, de aanspreking en het meewerkend voorwerp in een Latijnse zin aanduiden.
☐de naamval (nominatief, accusatief en datief), het genus en het getal van het persoonlijk voornaamwoord bepalen.

Slide 31 - Slide

Vertaal het persoonlijk vwn naar Latijn
Mijn leraar heeft (aan mij) het boek gegeven. 

Onze familie heeft cadeaus gegeven (aan ons).

Ik moet (hem) iets vragen. 

Het is (jou) gegund. 

Slide 32 - Slide

Leerdoelen 4.6
Je kunt aantonen dat je de leestekst begrijpt (Pygmalion)

Slide 33 - Slide

Leerdoelen 4.7
Je kunt
☐amāre, monēre, audīre en capere vervoegen in de infinitief, indicatief en imperatief praesens.
☐de vervoegde vormen van werkwoorden splitsen, determineren, vertalen en het model ervan bepalen.

Slide 34 - Slide