Groep 7/8

Groep 7/8
Schrijven van een liedtekst
1 / 8
next
Slide 1: Slide

This lesson contains 8 slides, with text slides.

Report this lesson

Items in this lesson

Groep 7/8
Schrijven van een liedtekst

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Woorden kunnen iets veroorzaken
"Het regent"
Wat voel je daarbij?

"Een schrijver kiest woorden om iets bij iemand anders te veroorzaken."

Slide 2 - Slide

Begin met:
"Stel: ik zeg tegen jullie:
'Het regent.'"

Vraag:
"Wat voel je daarbij?"

Waarschijnlijk weinig.

Zeg vervolgens:
"De lucht hangt grijs boven de straat.
Regen tikt tegen de ramen."

Vraag:
"Is het gevoel hetzelfde?"

Bespreek:

"De gebeurtenis is ongeveer hetzelfde. Maar de woorden maken een ander beeld."
Wat wil je dat iemand voelt?
blij
boos
verdrietig
hoopvol
ongemakkelijk
energiek
rustig

Slide 3 - Slide

This item has no instructions

1 gebeurtenis, 3 effecten
Kiezen een gebeurtenis, maar elke keer veranderen we het effect. 
Voorbeeld: je loopt alleen naar huis.
Effect: spannend 

Samen bedenken.

Slide 4 - Slide

Spannend

Het wordt donker.
Mijn voetstappen klinken veel te hard.
Liedtekst
"Een liedtekst is een tekst die je kunt zingen. Daarom moet je niet alleen kijken naar wat er staat, maar ook naar hoe het klinkt."

Slide 5 - Slide

Vertel hier over de herhaling in het refrein van Herman van Veen en de klankrijm in het refrein van Ronnie Flex. 

Het refrein is het gedeelte dat steeds weer terugkomt in een lied.


Zelf schrijven
1. Kies onderwerp (waar je iets bij voelt, van vind)
2. Boodschap: wat wil je zeggen?
3. Gevoel: wat wil ik dat de luisteraar voelt?
4. Vorm: wordt het vooral grappig, spannend, boos etc. 
5. Taal: welke woorden passen daarbij?

Slide 6 - Slide

Zeg expliciet:

"Je hoeft niet meteen een perfecte tekst te schrijven."

En:

"Als je vastloopt, ga dan terug naar je woordenlijst. Kies één woord en maak daar een regel van."

En:

"Je hoeft ook niet overal rijm in te stoppen. Rijm is een middel, geen verplichting."
Hoe klinkt het?
Checklist:
Mijn tekst

☐ Heeft een duidelijk onderwerp.
☐ Ik weet wat ik wil vertellen.
☐ Ik weet welk gevoel ik wil oproepen.
☐ Ik heb minstens één regel die terugkomt.
☐ Ik heb nagedacht over mijn woordkeuze.
☐ Mijn tekst klinkt goed als ik hem hardop lees.
☐ Ik heb minstens één regel veranderd nadat ik hem hardop hoorde.


Slide 7 - Slide

This item has no instructions

Voordragen
"Luister niet alleen naar wat er wordt verteld. Luister naar de keuzes van de schrijver."

"Wat hoorde je?"


Slide 8 - Slide

Mogelijke reacties:

"Er was veel herhaling."
"Het rijm viel op."
"Het klonk boos."
"De regels waren kort."
"Er zat een grappig beeld in."
"Het refrein bleef hangen."