This lesson contains 27 slides, with interactive quizzes and text slides.
Lesson duration is: 60 min
Items in this lesson
Les 3a inclusie
Boek Pedagogiek ho.3
Slide 1 - Slide
Behandeld: Profielboek Didactiek
Hoofdstuk 1. Voorbereiden van lesactiviteiten
~1.2 wordt niet in zijn geheel getoetst. Enkel de stof over het lvf.
1.7 niet
Huidig boek:
Profielboek Pedagogiek
Ho. 3 Inclusie
3.5 hoeft niet
Nog te behandelen: Basisboek Didactiek, Organisatie en Communicatie
Hoofdstuk 5. Als het anders gaat
~nb: 5.4 wordt niet getoetst~
Toetsstof blok 6
Slide 2 - Slide
Doel van deze les
Aan het eind van deze les weet je
Doel van deze les:
Tijdens de les kun je:
-theorie van de vorige les toepassen in de vragen.
Aan het eind van de les kun je: -uitleggen wat het begrip diversiteit inhoudt; -weet je waar je referentiekader door opgebouwd is en
-vertellen wat het inclusiemodel is en hier een voorbeeld van noemen.
Slide 3 - Slide
Als een school een klas indeelt op vmbo basis, kader of theoretische leerweg niveau. Hoe noemen we deze differentiatie dan?
A
Microniveau
B
Macroniveau
Slide 4 - Quiz
Welke vorm van differentiatie is van toepassing op het reguliere basisonderwijs en sbo?
A
Convergente differentiatie
B
Divergente differentiatie
Slide 5 - Quiz
Iemand die graag zelfstandig werkt en goed kan reflecteren op zijn/haar/het eigen handelen is volgens Gardner sterk in welke intelligentie?
A
Interpersoonlijk
B
Intrapersoonlijk
C
Logisch mathematisch
D
Verbaal linguïstisch
Slide 6 - Quiz
Bij welke intelligentie past volgens Gardner het beste bij het beroep schrijver?
A
Logisch mathematisch
B
Verbaal linguïstisch
C
Visueel ruimtelijk
D
Lichamelijk motorisch
Slide 7 - Quiz
Diversiteit -> verschillen tussen mensen
Opdracht:
kijk de klas eens rond en bedenk voor jezelf minstens drie punten waarop jullie verschillen.
Bespreek de punten.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 8 - Slide
Diversiteit -> verschillen tussen mensen
De docent maakt groepjes.
Bespreek de volgende twee punten, schrijf dit per groep op en koppel dat terug aan de groep.
- Hoe ga jij op stage om met verschillen in jouw klas? - Waarom vind jij het belangrijk om rekening te houden met de verschillen in jouw klas?
3.inclusief onderwijs
timer
3:00
Slide 9 - Slide
Diversiteit -> verschillen tussen mensen
Lees samen blz 110 / 111 tabel 1 (zie volgende dia)
Bespreek:
De overeenkomsten en verschillen
Herken je deze voorbeelden uit je bpv?
Wat je weet over de manier waarop de school hiermee omgaat.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 10 - Slide
Slide 11 - Slide
Waarden en normen
Waarden zijn ideeën over wat goed en minder goed gedrag is. Normen zijn regels die zijn ontstaan vanuit een waarde. Bijvoorbeeld: Waarde: je steelt niet van een ander. Norm: stelen is verboden. Overtreed je die wet, dan volgt er een straf.
als je als groep dezelfde waarden en normen hebt verloopt de omgang vaak best soepel. Is er meer diversiteit in de groep dan heb je meer verschillen in waarden en normen. Het is dan belangrijk om het gesprek open te houden en respect te hebben voor de ander.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 12 - Slide
Referentiekader
Waar denk jij aan als het gaat over pakjesavond? Jouw beeld hiervan is opgebouwd uit herinneringen uit jouw eigen situatie. Dat noem je jouw referentiekader. Jouw referentiekader verandert voortdurend door de dingen die je meemaakt, de mensen die je leert kennen en de kennis die je opdoet.
3.1inclusief onderwijs
Slide 13 - Slide
Eens of oneens groen rood
Stellingen:
1. ik behandel al mijn leerlingen hetzelfde.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 14 - Slide
Eens of oneens groen rood
Stellingen:
2. ik behandel een ander zoals ik zelf behandeld wil worden.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 15 - Slide
Eens of oneens groen rood
Stellingen:
3. goed naar jezelf kunnen kijken is een belangrijke voorwaarde om in het onderwijs te werken.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 16 - Slide
Eens of oneens groen rood
Stellingen:
4. je hoort je altijd te houden aan de regels die gelden binnen de school. Ook al ben je het er niet mee eens.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 17 - Slide
Eens of oneens groen rood
Stellingen:
5. het is belangrijk dat leerlingen mij aardig vinden.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 18 - Slide
Eens of oneens groen rood
Stellingen:
6. ingaan op een kinderfeestjes-uitnodiging als onderwijsassistent is leuk voor het kind en moet je doen.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 19 - Slide
Eens of oneens groen rood
Stellingen:
7. ik woon in een straat waar ook leerlingen van mij wonen. Met Oud en Nieuw steek ik illegaal vuurwerk af waar zij bij zijn. Ik ben dan in mijn privé tijd.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 20 - Slide
diversiteit en inclusie
Het scheppen van een positief en veilig klimaat in de groep is de basis van omgaan met diversiteit en werken aan inclusie.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 21 - Slide
verschillende vormen van diversiteit
religie/ geloof zie blz 120-125
cultuur
uiterlijke kenmerken
gezinssamenstellingen
temperament / karakter/ persoonlijkheid/
gedrag / hoogsensitiviteit
3.1 inclusief onderwijs
Slide 22 - Slide
Inclusiemodel
Hierbij wordt steeds gezocht naar de obstakels waardoor personen er niet bij horen (dus wat is de reden dat deze personen er niet bij horen), om deze vervolgens te helpen oplossen.
Doel is dat iedereen, ook mensen met een beperking, deel uitmaken van het leven dat we leiden in onze samenleving.
Vroeger werden mensen met beperkingen letterlijk ‘weggestopt’ in de bossen, nu leven ze midden in de samenleving.
Voorbeeld: leerlingen met downsyndroom starten nu vaker in het regulier basisonderwijs.
3.1 inclusief onderwijs
Slide 23 - Slide
Casus
Mees zit drie weken in groep 1. In deze drie weken is Mees nog niet op tijd naar school gebracht door één van zijn ouders.
Hij heeft op de donder- en vrijdag geen gymspullen mee én hij had voor handvaardigheid geen schoendendoos meegenomen. Dit laatste was duidelijk aangegeven in de Parro-app van school.
Alle leerlingen krijgen, wanneer ze beginnen in groep 1, een brief mee naar huis waarin alles is uitgelegd.
Vraag: wat komt er in jou op als je deze situatie leest?
3.1 inclusief onderwijs
Slide 24 - Slide
Achtergrondinformatie
Mees wordt door zijn moeder opgevoed. Vader is niet in beeld. Moeder werkt veel om het hoofd boven water te houden. Mees gaat niet naar de kinderopvang. Daar is geen geld voor.
De groepsleerkracht heeft Mees een briefje meegegeven dat hij zijn gymspullen moest meenemen.
Wanneer de groepsleerkracht de moeder uitnodigt en de zus van moeder komt mee, komt ze er achter dat de moeder analfabeet is. Ze kan niet lezen en schrijven.
Vraag: welke rol speelde jouw referentiekader?
3.1 inclusief onderwijs
Slide 25 - Slide
Wat zou jij doen?
3.1 inclusief onderwijs
Wat speelt een rol bij jouw keuze?
Slide 26 - Slide
Huiswerk voor komende week:
-Leer paragraaf 3.1 en maak de bijbehorende opdrachten