Bijeenkomst 2

Natuur Onderwijs
NW&T

COMMUNICEREN MET KINDEREN
1 / 26
next
Slide 1: Slide
NatuurkundeHBOStudiejaar 1

This lesson contains 26 slides, with interactive quizzes, text slides and 1 video.

time-iconLesson duration is: 90 min

Items in this lesson

Natuur Onderwijs
NW&T

COMMUNICEREN MET KINDEREN

Slide 1 - Slide

This item has no instructions

Inhoud van de bijeenkomst
H1-2:      Verdieping op de literatuur (H1 t/m H2) waar gewenst
                 Vragen van jullie kant?

H3:          Objectief / subjectief waarnemen
                  Nieuwsgierigheid gebruiken (onderzoek)

BP:           Jullie aan zet

H9:            5 stappenplan

Nabespreking/Opdracht voor bijeenkomst 3



Slide 2 - Slide

This item has no instructions

NW&T onderwijs draait om
A
Vergaren van kennis
B
Ontwikkelen van vaardigheden
C
Verkrijgen van positieve houding tav NWT
D
Alle 3 zijn juist

Slide 3 - Quiz

This item has no instructions

In de kerndoelen staat precies beschreven hoe NW&T onderwijs wordt vormgegeven?
Ja
Nee
Geen idee wat kerndoelen zijn

Slide 4 - Poll

This item has no instructions

HOE KOPPELEN KINDEREN ERVARINGEN AAN ELKAAR?
Overeenkomst
Verandering
Samenhang
Verschil
Volgorde
Systeem
Als-dan relatie
Causaal verband

Slide 5 - Drag question

Hoe koppelen kinderen ervaringen aan elkaar?







- op elkaar lijkende dingen vertonen verschillende gedrag
- Gebeurtenissen hebben een bepaalde volgorde
- Verschillende verschijnselen zijn tegelijkertijd
Wat is een pré concept?

Slide 6 - Open question

Ontwikkelen clusters van denkbeelden vanuit combinaties van indrukken.
Preconcepten hebben een tijdelijk karakter. 
Kleuters proberen nieuwe indrukken te toetsen en aan te passen aan hun eigen concepten. Lukt dit niet dan wordt het concept aangepast.
Is het opgebouwde concept gebaseerd op toeval of invloeden die zij niet kunnen overzien dan spreek je van misconcepten 
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Stap 5
Er komt iets binnen
Introductie/confrontatie
Spontane verkenning
Aanrommelen
Onderzoeken 
Vastleggen van resultaten
Rapportage
Verdieping

Slide 7 - Drag question

5 stappen plan
Vragen
Opbouw van het thema

Slide 8 - Slide

This item has no instructions

Denkontwikkeling (Piaget,1975)/Leren door doen
Intuïtief
1
Concrete operaties 
(Vroeg - later stadium)
2
Abstract denken
3
Concrete voorwerpen
Verkenning
Waarnemen!
4

Slide 9 - Slide

Kinderen denken met hun handen
Zij leren verscheidenheid kennen en ordenen hun omgeving.
Hoe een kind zich ontwikkeld is onderzocht door Piaget
- Intuïtief: de gevolgen van handelen zijn niet te overzien
- Vermogen om voor te stellen welke verandering plaats vindt als zij een voorwerp manipuleren
- Krachtige ontwikkeling van denkvaardigheid. Variabelen worden vergeleken
- Vermogen om abstract te denken. Koppeling aan hypothese zonder deze te koppelen aan waarnemingen

Waarnemen

Slide 10 - Slide

This item has no instructions

De voeldozen

Slide 11 - Slide

Hoofdstuk 3 wordt begonnen met de voeldozen. We hebben vier dozen. Deze zijn gevuld met natuurlijke materialen: van stenen, takjes, noten, stof, wol, vruchten e.d.. De studenten gaan zelf voelen wat er in de voeldoos zit en proberen waar te nemen. Als iedereen aan de beurt is geweest (de vier dozen gaan de groep rond) bespreken we wat en hoe is waargenomen en hoe kinderen van groep 1 t/m groep 8 deze opdracht zullen ervaren.

Slide 12 - Slide

This item has no instructions

Slide 13 - Slide

This item has no instructions

Slide 14 - Video

Waarnemen heeft wisselwerking met actie en daarna met nadenken.
Wat een je waarneemt is erg individueel. Je maakt altijd selecties(er zijn te veel prikkels om te verwerken<-> adhd). Je onderdrukt/filtert heel veel prikkels(/waarnemingen).

Waarnemen is meer dan registreren
Associatie met eerdere ervaringen
Gekoppeld aan verwachtingen
Interesse en kennis

Slide 15 - Slide

Waarnemen
Associatie met eerdere ervaringen
Gekoppeld aan verwachtingen
Interesse en kennis

Informatie wordt gefilterd

Waarnemen kan je leren door rijping van de hersenen, oefenen
Bewustwording
Meningsvorming
2
Verhoogt de betrokkenheid
Beleving
1
Objectief
Subjectief
Zakelijk
Nauwkeurigst
Feiten
Verklaren
Nieuwsgierig
Wetenschap
Waarden

Interpreteren
Verwonderen
Gevoel

Slide 16 - Drag question

Waarnemen heeft wisselwerking met actie en daarna met nadenken.
Wat een je waarneemt is erg individueel. Je maakt altijd selecties(er zijn te veel prikkels om te verwerken<-> adhd). Je onderdrukt/filtert heel veel prikkels(/waarnemingen).
Om nog duidelijker te maken wat objectief en subjectief waarnemen is gaan achtereenvolgens twee voorwerpen de groep rond, met de opdracht: neem objectief waar!:
Levende beestjes in een potje; hier ontstaat meteen reactie, vaak subjectief
Hop; eerst geen reactie, pas als je weet wat het is: voor bier! Wordt de reactie subjectief.
Doel is om duidelijk te maken om te kunnen onderzoeken is objectieve waarneming belangrijk!

Objectief

Zakelijk
Nauwkeurig
Feiten
Verklaren
Nieuwsgierig
Wetenschap

Subjectief

Waarden
Interpreteren
Verwonderen
Gevoel
Kunst
Vanuit je eigen
  ervaringen invullen

Verhoogt de betrokkenheid
Beleving
1
Bewustwording
Meningsvorming
2

Slide 17 - Slide

This item has no instructions

Bewust Waarnemen

Slide 18 - Slide

Om nog duidelijker te maken wat objectief en subjectief waarnemen is gaan achtereenvolgens twee voorwerpen de groep rond, met de opdracht: neem objectief waar!:
Levende beestjes in een potje; hier ontstaat meteen reactie, vaak subjectief
Hop; eerst geen reactie, pas als je weet wat het is: voor bier! Wordt de reactie subjectief.
Doel is om duidelijk te maken om te kunnen onderzoeken is objectieve waarneming belangrijk!

Welke vorm van waarnemen is het meest geschikt om te onderzoeken?
A
Subjectief
B
Objectief

Slide 19 - Quiz

Hier wordt de brug gemaakt tussen het waarnemen en het onderzoeken.

en naar het 5 stappenplan
Onderzoek: een voorbeeld van objectief waarnemen

Slide 20 - Slide

This item has no instructions

Biologisch moment
Stap 1 en 2 van het 5-stappenplan

Slide 21 - Slide

This item has no instructions

Waarnemen
Stap 1: Er komt iets binnen

1) Welk gedrag vertonen de kinderen? (Hoe reageert de leerkracht op onrust?)
2) Op welke manier reageren de verschillende leerlingen op de materialen tijdens het aanrommelen?


Slide 22 - Slide

This item has no instructions

Opdracht voor bijeenkomst 3
Lezen: Hoofdstuk 4 en 9

Bespreek met de je mentor wat natuuronderwijs inhoudt in jouw stagegroep;
Bekijk het materiaal (boeken en dergelijke) dat je mentor gebruikt;
Observeer een natuurles van je mentor of een andere leraar

Maak een planning/lesuitwerking van een activiteit waarin de eerste twee stappen van het 5-stappenplan zitten en overleg met je mentor over de inhoud en die planning. 
Bereid de activiteit voor en vul op het observatieformulier in waar je mentor op moet letten.
 (je hoeft voor de volgende keer de activiteit dus nog niet met kinderen uit te voeren, het mag natuurlijk wel)

Slide 23 - Slide

This item has no instructions

Aan de slag....
Stap 1 en 2: Het accent ligt op ervaren en beleven. De enige opdracht is het uitgereikte materiaal onbevangen waar te nemen.  Na het zelf waarnemen van het voorwerp/de voorwerpen en het eventueel met z’n tweeën of in groepjes bekijken, worden de ervaringen van de groep uitgewisseld.
  
Stap 5: De leerkracht kan het gesprek meer of minder structureren en er informatie over het voorwerp in verwerken of achteraf toevoegen. 

 Het accent ligt op ervaren en beleven, al loopt dit uiteraard uit op vragen stellen en kennis uitwisselen. Daarvoor is nauwkeurigheid en systematiek een vereiste. Alle waarnemingen kunnen aan bod komen. Er is geen goed of fout in de waarnemingen’.

Slide 24 - Slide

This item has no instructions

Uitgangspunten voor goed materiaal
 
  • Het nodigt uit tot nieuwsgierigheid
  • Er is iets aan waar te nemen is
  • Je bent erdoor geraakt, dus er is ‘beleving’
  • Je kunt uitleggen waarom het je geraakt heeft en waarom je denkt dat het kinderen ook zal raken.

Slide 25 - Slide

This item has no instructions

Slide 26 - Slide

This item has no instructions