Passé composé met avoir

Le passé composé met avoir

1 / 29
next
Slide 1: Slide
New lesson editorFransSecundair onderwijsAlgemeen secundair onderwijsLeerjaar 1-4

This lesson contains 29 slides, with interactive quizzes and text slides.

time-iconLesson duration is: 50 min
Report this lesson

Items in this lesson

Le passé composé met avoir

null

Leerdoel

Ik kan de passé composé vormen met avoir in de présent en het participe passé van regelmatige en frequente onregelmatige werkwoorden. Ik kan die vorm correct gebruiken voor afgeronde gebeurtenissen, met juiste woordvolgorde, ontkenning en tijdsaanduidingen.

null

Welke woorden koppel jij al aan de passé composé?

Gebruik de input om voorkennis te activeren: leerlingen noemen vaak verleden tijd, avoir, gisteren, voltooid deelwoord, werkwoord, ontkenning. Pik correcte voorkennis op en stuur misvattingen bij.

Wat drukt de passé composé uit?

De passé composé gebruik je voor een afgesloten gebeurtenis in het verleden.


  • iets is begonnen en ook voorbij

  • vaak één concrete gebeurtenis of een reeks feiten

  • vaak met een duidelijke tijdsaanduiding


Voorbeelden:

  • Hier, j’ai regardé un film.

  • Ce matin, nous avons fini nos exercices.

Benadruk het verschil met een algemene gewoonte: hier gaat het om iets dat echt afgerond is. Houd het op betekenis, nog niet op alle uitzonderingen.

Wanneer past deze tijd?

Signalen voor een afgerond feit:

  • hier

  • ce matin

  • samedi dernier

  • la semaine passée

  • à huit heures


Voorbeeld:

À huit heures, elle a téléphoné à sa grand-mère.

Koppel aan herkenbare situaties uit het dagelijkse leven van leerlingen. Vermijd nu al de nuance dat sommige tijdsaanduidingen ook met andere verleden tijden kunnen voorkomen.

Wanneer gebruik je de passé composé?

A

voor een gewoonte

B

voor een bevel

C

voor een afgerond feit

D

voor een beschrijving

Toetst de betekenis uit slides 2-3. De afleiders verwijzen naar andere functies/tijden die leerlingen soms verwarren met de passé composé.

Vul de kernwoorden aan

De passé composé gebruik je voor een gebeurtenis in het verleden. Vaak staat er een bij, zoals hier of ce matin. In de zin À huit heures, elle a téléphoné à sa grand-mère zie je zo’n signaal duidelijk.

De passé composé gebruik je voor een
gebeurtenis in het verleden. Vaak staat er een
À huit heures
toekomstige
bijwoord
demain
beschrijvende

Correcte invulling: afgeronde, tijdsaanduiding, À huit heures. Sluit rechtstreeks aan bij slides 2-3.

De bouw van de passé composé

De basisformule is:


onderwerp + avoir in de présent + participe passé


Voorbeelden:

  • J’ai joué.

  • Tu as fini.

  • Il a vendu.

  • Nous avons choisi.

  • Vous avez attendu.

  • Elles ont perdu.

Laat leerlingen de drie delen expliciet aanwijzen: onderwerp, hulpwerkwoord, voltooid deelwoord. Gebruik consequent de termen avoir, présent en participe passé.

Avoir in de présent

Voor de passé composé met avoir heb je deze vormen nodig:


  • j’ai

  • tu as

  • il / elle / on a

  • nous avons

  • vous avez

  • ils / elles ont

Wijs op de apostrof in j’ai. Laat leerlingen dit rijtje vlot herkennen, want fouten zitten vaak in het hulpwerkwoord en niet alleen in het participe passé.

Regelmatige participes

Bij veel regelmatige werkwoorden herken je het participe passé zo:


  • -er → -é : jouer → joué

  • -ir → -i : finir → fini

  • -re → -u : vendre → vendu


Toegepast:

  • Elle a joué au basket.

  • Tu as fini ton travail.

  • Nous avons vendu nos vieux livres.

Spreek het onderscheid uit tussen infinitief en participe passé. Veel leerlingen schrijven per ongeluk a jouer of a finir.

Frequente onregelmatige werkwoorden

Sommige veelgebruikte werkwoorden zijn onregelmatig:


  • avoir → eu

  • être → été

  • faire → fait

  • mettre → mis

  • prendre → pris

  • voir → vu

Beperk je tot deze frequente vormen, zoals gevraagd. Eventueel mondeling aanvullen met voorbeelden in een zin.

Onregelmatige vormen in zinnen

Voorbeelden met frequente onregelmatige werkwoorden:


  • J’ai eu une bonne idée.

  • Il a fait ses devoirs.

  • Nous avons pris le bus.

  • Vous avez vu ce film ?

  • Elles ont mis la table.

Gebruik deze slide om uitspraak en vorm te koppelen. Laat opmerken dat het participe passé niet verandert bij deze voorbeelden met avoir.

Welke vorm is correct?

A

nous avons joué

B

nous avons jouer

C

nous ont joué

D

nous a joué

Controleert tegelijk avoir in de présent en het verschil tussen infinitief en participe passé na slides 4-6.

Vul de vormen correct aan

In de passé composé gebruik je eerst in de présent. Daarna komt het . Bij regelmatige werkwoorden krijg je vaak joué, fini of vendu. Bij onregelmatige vormen zie je bijvoorbeeld fait of pris.

In de passé composé gebruik je eerst
in de présent. Daarna komt het
joué
pris
être
infinitief
jouer
prendre
présent

Correcte invulling: avoir, participe passé, joué, pris. Verankert de bouw en de frequente onregelmatige vormen uit slides 4-8.

Waarom is ‘nous avons prendre’ fout?

Verwachte elementen: leerlingen leggen uit dat je niet het infinitief gebruikt maar het participe passé, en dat frequente onregelmatige werkwoorden een aparte vorm hebben, bv. prendre → pris, faire → fait. Bespreek kort waarom a prendre fout is.

Woordvolgorde in een gewone zin

De gewone volgorde blijft eenvoudig:


onderwerp + avoir + participe passé + aanvulling


Voorbeelden:

  • J’ai regardé la télévision.

  • Nous avons terminé l’exercice.

  • Ils ont visité Bruxelles samedi.


Tijdsaanduidingen staan vaak aan het begin of einde van de zin.

Hou de focus op basisvolgorde. Geen inversie of complexe zinsbouw nodig voor deze les.

Ontkenning in de passé composé

Bij ontkenning komt ne … pas rond het vervoegde hulpwerkwoord.


Schema:

onderwerp + ne + avoir + pas + participe passé


Voorbeelden:

  • Je n’ai pas joué.

  • Nous n’avons pas fini.

  • Elle n’a pas pris le train.

Benadruk dat niet het participe passé maar het hulpwerkwoord ingesloten wordt. Wijs ook op n’ voor klinker of stomme h.

Tijdsaanduidingen gebruiken

Tijdsaanduidingen helpen om een afgeronde gebeurtenis precies te situeren.


Veelvoorkomende voorbeelden:

  • hier

  • avant-hier

  • ce matin

  • la semaine passée

  • l’année dernière


Voorbeeldzinnen:

  • Avant-hier, nous avons étudié pour le test.

  • L’année dernière, j’ai visité Paris.

Gebruik Belgisch-Nederlandse uitleg, maar houd de Franse voorbeelden idiomatisch en correct. Eventueel bespreken dat ‘ce matin’ enkel verleden is als het moment voorbij is.

Van infinitief naar correcte zin

Zo bouw je een correcte zin op:


  1. kies het onderwerp

  2. vervoeg avoir in de présent

  3. vorm het participe passé

  4. voeg aanvulling of tijdsaanduiding toe


Voorbeeld:

jeter / nous / hier / les déchets →

Hier, nous avons jeté les déchets.

Gebruik dit als modelleer-stap. Laat zien dat de tijdsaanduiding flexibel staat, maar de kernvolgorde met avoir + participe passé vast blijft.

Veelgemaakte fouten

Let op voor deze typische fouten:


  •  fout: j’ai jouer → juist: j’ai joué

  •  fout: nous avons prend → juist: nous avons pris

  •  fout: je ne joué pas → juist: je n’ai pas joué

  •  fout: il a fini hier son travail is mogelijk, maar let op een duidelijke en logische zinsbouw

Als het vreemde teken storend is bij projectie, lees de regel gewoon als fout/juist. Leg vooral uit waarom de fout ontstaat: infinitief i.p.v. participe passé, of ne…pas op de verkeerde plaats.

Waar staat ne … pas correct?

A

Je joué ne pas

B

Je n’ai pas joué

C

Je ne joué pas

D

Je pas ai joué

Toetst de regel uit slide 10: ne … pas staat rond het vervoegde hulpwerkwoord.

Bouw de zin logisch op

Hier, nous avons visité Bruxelles. In een ontkenning komt ne … pas rond het hulpwerkwoord.

Hier
avons
visité
hulpwerkwoord
Demain
sommes
visiter
participe passé

Correcte invulling: Hier, avons, visité, hulpwerkwoord. Combineert tijdsaanduiding, woordvolgorde en ontkenningsregel uit slides 9-13.

Schrijf een zin met ‘hier’ in de passé composé.

Verwachte elementen: een correcte voorbeeldzin in de passé composé met avoir, met juiste vorm van avoir, correct participe passé, logische woordvolgorde en een tijdsaanduiding zoals hier/ce matin/avant-hier. Eventueel ook correcte ontkenning mogelijk.

Samenvatting

De passé composé met avoir gebruik je voor afgeronde gebeurtenissen.


Kern:

  • avoir in de présent

  • participe passé van het hoofdwerkwoord

  • juiste woordvolgorde

  • ne … pas rond het hulpwerkwoord

  • passende tijdsaanduiding bij een voltooid feit

Rond inhoudelijk af vóór de interactieve of toepassingsfase die later door een andere pass wordt ontworpen.

Wat neem jij zeker mee uit deze les?

Reflectie zonder juist/fout. Laat leerlingen benoemen wat inhoudelijk is blijven hangen, bv. avoir + participe passé, ne…pas rond avoir, of tijdsaanduidingen.

Wat vond jij het lastigst vandaag?

1

avoir vervoegen

2

participe passé

3

ontkenning

4

woordvolgorde

This item has no instructions

Waar wil jij nog extra mee oefenen?

Reflectie zonder juist/fout. Bruikbaar als exit ticket én als input voor remediëring of herhaling in de volgende les.

Woordenlijst

passé composé - een Franse verleden tijd voor afgeronde gebeurtenissen

avoir - hulpwerkwoord dat je hier vervoegt in de tegenwoordige tijd

présent - de tegenwoordige tijd

participe passé - het voltooid deelwoord van een werkwoord

regelmatig werkwoord - werkwoord dat een voorspelbaar patroon volgt

onregelmatig werkwoord - werkwoord met een afwijkende vorm

tijdsaanduiding - woordgroep die zegt wanneer iets gebeurde

null

Woordenlijst

woordvolgorde - de vaste plaats van woorden in een zin

ontkenning - vorm waarmee je zegt dat iets niet gebeurt of niet gebeurd is

afgeronde gebeurtenis - iets in het verleden dat volledig voorbij is

infinitief - de basisvorm van een werkwoord, zoals jouer of finir

hulpwerkwoord - werkwoord dat helpt om een samengestelde tijd te vormen

voltooid deelwoord - Nederlandse term voor participe passé

null